Ieder tijdperk kent zijn eigen ziektes. Is het tijd voor nieuwe remedies?

Na een drukke werkdag kijk ik ter ontspanning naar een concert van mijn favoriete Iraanse zanger: Dariush. Zijn muziek kenmerkt zich door kritische teksten. Dat leidde tijdens het regime van Mohamad Reza Pahlavi, de Shah van Iran, vele malen tot gevangschap. Variërend van een paar dagen tot een paar maanden. Sinds 1979 woont Dariush in ballingschap in Californië. Maar wat de man met name interessant maakt is het volgende: behalve artiest was hij zwaar verslaafd aan harddrugs.

In 2000 heeft Dariush zich laten opnemen in een kliniek, een once in a lifetime experience met grote impact. Sindsdien is hij vrij van drugs. Als filantroop verricht hij nu missionaris werk. Enerzijds informeert hij verslaafden hoe zij van hun verslaving af kunnen komen. Anderzijds probeert hij het publiek een nieuwe kijk te geven op drugsverslaving en de problematiek daaromheen. Dariush ziet drugsverslaving als een ziekte. Als je ziek bent moet je hulp zoeken en je laten behandelen. Verslaafde mensen zijn niet crimineel. Zij horen niet te worden gestraft en achter tralies gezet, maar te worden geholpen.

Welke ziektes zijn typisch voor deze tijd? Kunnen we Dariush’ zienswijze volgen en de ziektes van nu benoemen zodat ze behandeld kunnen worden? Ik ga een poging wagen:

  1. Sociale media verslaving

Inmiddels zijn naast afkickcentra voor alcohol- en drugsverslaafden centra’s in opkomst voor sociale media verslaafden. Echt waar. We willen alles weten en zijn oh zo bang dat ons iets ontgaat. We willen ons laten zien en vooral: gezien worden.

Op sociale media verslaving rust een behoorlijk taboe. Wij durven dat niet zo makkelijk te benoemen laat staan ons daarvoor te laten behandelen. Maar het is in onze maatschappij een steeds groter wordend probleem.

  1. Contactverlies met onszelf, de ander en de samenleving

Dit werd zeer treffend en pijnlijk geformuleerd door de voorzitter van de Raad van Commissarissen van de ABN AMRO, de heer Rik van Slingelandt. Tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer gaf hij deze week zeer eerlijk toe dat het bestuur van de bank zich onvoldoende bewust was van het maatschappelijke sentiment rond de salarisverhoging van de RvB van de bank.

Dat bestuurders in ivoren torens leven kan leiden tot gevaarlijke situaties. We moeten echter stoppen onze bestuurders te demoniseren. Wat ze nodig hebben is een helpende hand: laten we hen bij wijze van therapie een training blikverruiming aanbieden en niet afserveren als rotte peren.

  1. Foutenfobie

We leven in een tijd waarin van ieder van ons niets minder dan buitengewone prestaties worden verwacht. Je moet sterk, sexy en knap zijn en vooral geen fouten maken. Ziek, zwak en misselijk zijn is niet cool. Je bent alleen interessant wanneer je met positieve berichten komt. Samen met de steeds groter wordende claimcultuur zie je de samenleving als geheel spastische trekjes gaan vertonen. Zo zie je op TV steeds vaker dat bestuurders hun fouten niet durven toe te geven uit angst direct te worden neergesabeld.

Je léért door fouten te maken, door veel te oefenen met vallen en opstaan. Wanneer je jezelf als individu en samenleving geen fouten permitteert, ontneem je jezelf de kans tot bloei en ontplooiing. Dan sta je als individu en samenleving stil. Willen we vooruitgaan, dan moeten we aanvaarden dat we fouten maken en bij fouten niet meteen het hoofd van de schuldige opeisen. We moeten van onze fouten leren en veel liefdevoller zijn naar onszelf en anderen wanneer fouten worden gemaakt. In Afrika waar genocide heeft plaatsgevonden, heeft men met succes als verzoening therapie ingezet. Wellicht iets voor ons?

  1. Geen vetzucht maar hebzucht

We kennen de verschillende vormen van obesitas en anorexia. Op deze aandoeningen rust steeds minder een taboe. Maar: er zijn nieuwe vormen van obesitas en anorexia die nog niet bespreekbaar zijn. Daarom zijn er nog onvoldoende behandelmogelijkheden beschikbaar. Ik heb het over hebzucht.

Wie lijden aan hebzucht? Mensen die boven proportioneel op een onverantwoorde manier met hun welvaart omgaan of juist diegenen die aan de onderkant dreigen te verdwijnen door armoede en gebrek aan perspectief. We kunnen deze mensen criminaliseren door te zeggen ‘dikke bult eigen schuld’ of ‘had je niet rijk of arm moeten zijn.’ Dikke pech? Of bieden wij hen een helpende hand?

  1. Selectief collectief geheugen

We kennen verschillende dimensies, zoals ruimte en tijd, waarin wij onze beelden vormen. Er lijkt een nieuw type dimensie te zijn ontstaan: ons collectief geheugen wist selectief bepaalde gebeurtenissen uit onze opslagkamer. Door onze geschiedenis in deze nieuwe dimensie te plaatsen, lijken we niets van het verleden te leren. In de volksmond zegt men: de geschiedenis herhaalt zich.

Kijk naar het recente verleden: het ABN AMRO debacle, de AHOLD affaire, de ondergang van Barings Bank, IceSafe Bank, de bouwfraude, en vul het lijstje maar aan. Iedere keer zeggen we mea culpa en beloven we beterschap door meer en beter toezicht. En vervolgens gaan we vrolijk op dezelfde weg door alsof er niets gebeurd is.

  1. Some body else disease – een nieuwe vorm van hallucinatie

Dit is een hardnekkige ziekte die veel slachtoffers eist. Ongeacht je beroep, opleiding en je sociale klasse, van Rotary Club tot aan het klaverjasgroepje in het dorpshuis: we lijden allemaal aan deze enge ziekte. Als dingen goed gaan heb IK het gedaan, mijn EGO. Alles wat fout is en fout gaat is de schuld van iemand anders.

Er lijkt werkelijk sprake van een pandemie op wereldniveau. Ik durf te zeggen dat dit de grootste bedreiging is van het menselijke bestaan op deze aarde. Hier gaat het echt om. Wanneer ik met één vinger naar een ander wijs, moet ik me realiseren dat ik met de drie andere vingers naar mijzelf wijs. De ander ben jezelf.

  1. Problemen met werkzaamheden met een repetitief karakter

Het is bekend dat zowel ons lichaam als ons brein door middel van herhaling steeds behendiger worden. Denk bijvoorbeeld aan strafschoppen nemen, een voordracht houden of vioolspelen. Door deze nieuwe aandoening lijken we echter juist steeds minder goed in staat gelijke situaties te herkennen en die ook gelijk te behandelen. Dat terwijl we denken in principe uit te gaan van het gelijkheidsbeginsel, ‘gelijke monniken, gelijk kappen’.

Ter verduidelijking geef ik een paar voorbeelden:

  • Dezelfde uitspraken kunnen door ons totaal verschillend worden geïnterpreteerd. Zoals bijvoorbeeld een uitspraak van Jean-Marie Le Pen en Mahmoud Ahmadinejad (voormalig president van Iran). Beide heren beweren dat de Holocaust slechts een detail in onze geschiedenis is. Bij deze uitspraak van de één worden we angstig en boos, bij deze uitspraak van de ander halen we meewarig onze schouders op.
  • We kunnen steeds moeilijker onze vrienden en vijanden onderscheiden. Was Saddam Hussein onze vriend of onze vijand? In 1983 schudde Donald Rumsfeld, speciaal gezant van de Verenigde Staten, hem vriendschappelijk de hand tijdens de gezamenlijke campagne tegen Iran. In 2006 knoopten ze hem op.
  • Zien we religie als een weg om mensen in vrede naast elkaar te laten samenleven of juist als bron van ellende? Wanneer we zelf ons geloof belijden, ervaren we dat als vermaning tot naastenliefde en ‘goed gedrag’. Als een ander zijn geloof serieus neemt, zien we dat als een ernstige bedreiging.
  • IMF en de Wereldbank moeten van tijd tot tijd hulp verlenen aan landen die met faillissement worden bedreigd. Het eerste wat deze organisaties doen is het bevriezen van de hoeveelheid geld die op die markt is: zij staan de betreffende nationale banken niet toe om extra geld in omloop te brengen. Maar wanneer we zelf in een dergelijke situatie komen geldt dit verbod niet.

U zult begrijpen dat de lijst van nieuwe ziektes zeer omvangrijk is. Het ligt niet in mijn bedoeling hier een volledige lijst te presenteren. En ik kan me goed voorstellen dat u moet lachen wanneer u dit artikel leest, en mij voor gek verklaart. Ik word wel vaker voor gek versleten vanwege mijn gekke ideeën. Ook een ziekte waarvan ik me zeer bewust ben. Maar maak u vooral geen zorgen over mijn geestelijke toestand. Ik ben ondernemer: ik onderneem met nieuwe ideeën. Ik kan me voorstellen dat u door het lezen van dit artikel op het idee komt een nieuwe (private) kliniek te starten, gespecialiseerd in één van de nieuwe ziekten. Als u daarover wilt brainstormen: u bent van harte welkom, mijn tarief is voor elke portemonnee betaalbaar.

 

Shahram Bahraini, 16 april 2015

Niet lullen maar regeren

Op de werkvloer zeggen ze “niet lullen maar poetsen”. Dat geldt wat mij betreft ook voor onze regering: niet lullen maar regeren. De regering heeft voor 4 jaar getekend en daaraan hebben ze zich te houden; het kabinet laten vallen is absoluut niet acceptabel. Bij ieder wisse wasje het kabinet ontbinden is niet meer van deze tijd. Deze hete aardappel moet nu worden opgegeten, het uitschrijven van nieuwe verkiezingen lost de zaak niet op.

Dus leden van het kabinet: wees een vent/vrouw en doe je werk. Van wachtgeld leven en thuis op de bank verpieteren is niet zalig makend. Het land moet geregeerd worden en we kunnen het ons niet permitteren om iedere 2 jaar weer verkiezingen uit te schrijven, met tussendoor een half tot heel jaar een stuurloos land. Wees verstandig en blijf zitten waar je zit. Bij goede tijden een leider, ook bij mindere tijden leiding geven.

Een democratisch land
28 jaar geleden, toen ik als 17-jarig jochie in het centrum van Amsterdam belandde, boden de gemeente en de regering mij ook geen bed, bad, breakfast, brood en borrel. Ik sliep 9 maanden op een bed in een kamer die sinds 1940 een schuilplaats had geboden aan Joden, Hongaren, Tsjechen, Tamils uit Sri Lanka, Chilenen, Vietnamezen. Allemaal mensen in nood met een verhaal. Een kamer die mij werd geboden door een burger van dit land. Het helpen van anderen is een keuze. De één doet het en de ander niet, en wat mij betreft is dat allebei prima. Wij leven in een democratie en ieder heeft zijn eigen mening. We moeten elkaars mening respecteren van rechts tot links.

Een paar maanden geleden liep ik in de buurt van het Vondelpark met een ex politicus van Amsterdam, laten we hem Jan noemen. Een Afrikaanse man op de fiets, ik schatte hem rond de 60, spreekt me aan en vraagt hoe het met mij gaat. Ik antwoord dat het mij goed gaat. En hoe gaat het met hem? Hij antwoordt: “Slecht. Heb je 2 euro voor mij?” Zonder aarzeling open ik mijn portemonnee en geef de beste man 2 euro. Hij bedankt me en zegt dat hij nu een broodje gaat kopen. Ik ben van binnen intens blij. Dit was de beste daad van de dag, mijn dag kan niet meer stuk. Jan vraagt waarom ik deze man zonder verdere vragen te stellen 2 euro gaf? Hij laat het niet bij die vraag maar geeft mij bovendien een uitbrandertje: door mijn toedoen stimuleer ik mensen lui en arm te blijven! Die man moet niet bedelen maar gaan werken voor zijn brood!

Anderen helpen is een keuze
Nou, daar sta je dan. Ik kijk Jan even aan en vraag of hij mijn antwoord echt wil horen. Ja hoor, onze Jan is een stoere Hollandse bink die heel goed weet hoe de wereld in elkaar zit, hij heeft het allemaal goed op een rijtje. Ik probeer mijn opgetogen gevoel even los te laten om mijn antwoord goed te formuleren:

“Dit was de grootste kans die vandaag op mijn pad kwam om iets goeds te doen. Zomaar uit het niets. Dit was mijn grootste kans om iets goeds te doen met alle welvaart die ik bezit. Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik in staat ben gehoor te geven aan zijn oproep. Ik zie geen reden waarom ik het niet zou doen; die twee euro kan ik makkelijk missen. Bovendien geloof ik: hoe meer ik geef, hoe meer kansen en mogelijkheden op mijn pad komen.

Naar mijn overtuiging heb ik daar mijn huidige leven, inkomen en status volledig aan te danken. In mijn ervaring gaan de kosten voor de baat uit: wie geeft, krijgt ook. Ik ben zelf niet lui en zie geen redenen waarom anderen lui zouden zijn. Bovendien ben ik geen expert in het beoordelen of mensen lui zijn of niet, zeker niet in een split second. Sterker nog: als mensen besluiten om lui door het leven te gaan en jokken, is dat niet mijn probleem. Dat is hun probleem. En wie ben ik om mensen de les te lezen?”

Dus of de regering een matras, een emmer water met een broodje pindakaas verschaft of niet: mijn deur is open en ieder die daarop een beroep doet probeer ik naar vermogen te helpen. Zo simpel is dat. En nu beste regering: aan het werk. Niet lullen maar regeren.

 Shahram Bahraini, 17 april 2015

 

 

 

 

 

De enige persoon die mij van mijn vrijheid kan beroven ben ik zelf

Gisteravond zat ik achter mijn pc mijn ongelezen mailtjes weg te werken toen ik het bericht van de aangehouden Nederlandse journalist in Turkije langs zag komen. 10 minuten later, toen ik mijn mailachterstand enigszins had weggewerkt, las ik het bericht dat deze journalist was vrijgelaten. God zij dank, dacht ik toen. Het is goed afgelopen.

Vanmiddag 17.00 uur, een volgend bericht: een drama in Parijs met 12 slachtoffers en 3 daders. Goede genade, het moet niet gekker worden. Ik was boos, verdrietig en bang tegelijk. Verdrietig omdat ik denk dat het onze levensopgave is om het leven te vieren. Om onszelf lief te hebben, ons gezin, familie, vrienden, buren, dorpsgenoten, landgenoten en medewereldburgers. Het is niet onze opdracht om elkaar te haten en doden. Iedereen is geboren uit liefde.

Dit is niet wij tegen zij
Deze daad heeft niets te maken met wij en zij, met moslims en niet-moslims. Het maakt niet uit welk geloof  je aanhangt. Het maakt niet uit of je gelovig bent of niet. We zijn allemaal één: we geloven uiteindelijk allemaal in dezelfde universele waarden. In dit licht zie ik de daders ook niet als daders, maar als slachtoffers. Door deze daad hebben zij zichzelf de macht ontnomen een bijdrage te leveren aan een wereld die snakt naar verlichting. En vergeet niet dat ook hun dierbaren nu in diepe rauw zijn.

Ik ben boos zonder precies te kunnen benoemen op wie en op wat. Even lijkt het alsof helemaal niets deugt en het leven geen zin heeft. Het duurt even voordat ik mijn emoties onder controle heb. Als ik goed kijk, constateer ik dat ik vooral boos ben op mijzelf en op niets en niemand anders. Ik ben geneigd om meteen een oordeel te hebben en te zoeken naar schuldigen en oplossingen. Terwijl we allemaal weten dat je een foute daad niet met een nog foutere daad moet beantwoorden. Totdat zich in de praktijk zoiets voordoet. Probeer dat principe dan maar eens overeind te houden.

Hoofd en hart allebei aan het woord laten
Mijn hoofd ratelt maar door en ik vraag me af hoe ik deze negatieve energie kan loslaten. Hoe kom ik weer in een positieve flow zodat de levenskracht  weer gaat stromen? Ik ben er even helemaal klaar mee en heb geen zin meer. Mijn geloof in de goedheid van de mens staat onder druk.

Wat mij helpt, is de tijd verstillen en de tijd nemen om deze pijn en dit verdriet te voelen. Dus niet wegstoppen, niet weglopen. Maar op dit moment zit ik volledig in mijn hoofd en voel mijn lijf en hart niet. Gatver. Voelen?! Laat me alstublieft lekker denken en nu even niet dat zachte wazige spirituele gedoe. Voelen is voor watjes. Maar toch wéét ik dat meditatie, ontspanningsoefeningen, bidden tot god, vragen om genade en barmhartigheid, dat dát mij helpt om zacht te worden en mezelf te hervinden. Ik ben in mijn beste doen wanneer ik mijn hoofd en hart evenredig in kan zetten.

Trouw blijven aan jezelf
Nu ben ik ineens niet bang meer. Ik voel weer vertrouwen en zie voldoende mogelijkheden om deze trieste dag om te zetten naar nieuwe hoop en nieuwe perspectieven. Ik voel kracht. Ik ben niet van plan mijn mond te houden uit angst voor wat dan ook. Op dit moment zijn we verdrietig en zitten we in de put. Morgen of misschien overmorgen zal er een nieuwe dag zijn en een nieuw begin. Vandaag is een lelijke bladzijde in onze geschiedenis. Morgen beginnen we weer opnieuw met een blanco bladzijde vol kansen om iets moois te laten ontstaan.

Vrijheid van meningsuiting is een groot goed dat ik wil koesteren. Wat een cliché! Vrijheid brengt ook een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Een nog groter cliché? Hoe vaak hebben we dit nou niet gehoord? Maar de enige persoon die mij van mijn vrijheid kan beroven ben ik zelf. Zolang ik mijzelf en de ander met evenveel liefde en respect behandel, verwacht ik niet dat iemand in staat is mij monddood te maken. Dat gaat niet gebeuren. Wellicht een naïeve en softe gedachte voor een tijd waarin het hard aanpakken van tuig de boventoon voert. Dat zij dan zo.

Ik daag mijzelf uit om trouw te blijven aan mijzelf en mijn waarden, en me niet te laten verleiden door de waan van de dag. Je zou mij enorm helpen als je mij iedere dag deze spiegel voorhoudt. Ik dank je zeer.

 

Shahram Bahraini, 7 januari 2015

Je zorgen de vrijheid geven

Op 10 januari om 4 uur ‘s ochtends werd ik in een vredige stemming wakker. Zoals gebruikelijk duurde deze lacune tussen de twee werelden, die van slaap en dromen zonder de zwaartekracht en de andere, van het dagelijkse leven, maar kort. Na een paar seconden werd mijn zorgenlijstje in mijn hersenen uitgestrooid en daar ging de slaap!

Na een aantal routinetechnieken, zoals diep ademen, zee- en blauweluchtvisualisaties, bidden, gaf ik het op en liet de zorgen de vrije loop. En daar kwam de parade langs: de dochters, het werk, de crisis (ja,ja), de lekkages, de wereld, ‘waar heb ik mijn leesbril gelaten’, ‘straks ga ik dood’, et cetera.

Bij die laatste zorg bleef ik even stil staan. Ik ben nu 63 jaar. Mijn vader is 68 geworden, mijn moeder 94, dan zou ik dus 81 kunnen worden… Wat een onzin, die zorgen over doodgaan! Ik voelde mijn lippen zich tot een glimlach uitstrekken en moest me inhouden, ook vanwege de persoon die naast me lag, om niet hardop te gaan lachen. Het was een moment van lichtheid, vrolijkheid en… vrijheid!

Een zeldzaam moment waarop ik mijn leven en de andere levens voor mij zag ontrollen en dacht: “Wat zijn we toch bezorgd! Alsof we het leven als een zware klus zien, een militaire oefening, maar we zijn vrije wezens! De ‘Ontdekking van de hemel’! Vanaf nu af aan ben ik een vrij mens en ik ga dit geheim aan iedereen vertellen!”

Het is voorspelbaar hoe het verder met deze nachtelijke euforie is gegaan. De volgende ochtend had ik alleen een vage herinnering aan deze ‘nocturne’, en ik heb mijn ‘ontdekking’ met niemand gedeeld. Tot nu toe. Als ik nu een ‘zorg’ zie aankomen, ontvang ik deze met een glimlach en heet haar welkom. Let wel: ik laat de deur daarbij open, zodat ze snel weer kan vertrekken. Wat een bevrijding mijn zorgen de vrijheid te geven!

Victor Muller, Amsterdam 16 januari
www.victormuller.nl

Slecht nieuws is goed nieuws?!

Geen nieuws is goed nieuws, dat weten we allemaal. Zolang je niks hoort zit het goed. Als er een ramp is gebeurd, hoor je dat immers snel genoeg. Ouders wiens kinderen voor het eerst alleen naar school fietsen, alleen een avond uitgaan of voor het eerst alleen op vakantie gaan, stellen zichzelf en elkaar steeds opnieuw gerust met die bekende woorden “geen nieuws is goed nieuws”.

Dat geen nieuws ook goed nieuws is vanuit media-optiek, kan mij echter hogelijk verbazen. “We onderbreken nu het sportnieuws, want er is nieuws uit Den Haag”. “Ja, inderdaad Twan, kijk maar even mee. Zojuist sprak ik Meneer X. Zoals hij eerder op de avond ook al zei, wil hij nog steeds niets zeggen.” Hele nieuwsuitzendingen en -avonden kun je daarmee vullen.

Geen nieuws is dus in alle opzichten goed nieuws. Maar slecht nieuws lijkt journalistiek gezien het allerbeste nieuws. Zet het journaal aan, sla de krant open, kijk op nu.nl of lees teletekst: vooral slecht nieuws. Er staat niet “ Winst X procent gestegen“, maar “Minder winststijging dan verwacht“. Nou kan dat voor de business wellicht slecht nieuws zijn, als daadwerkelijk op een hogere winst werd gerekend. Maar doelstellingen liggen vaak wat hoger dan realistisch is, want zodoende schijn je een beter resultaat te bereiken.

Van de week las ik dat de lucht in Nederland de afgelopen jaren schoner is geworden, maar dat de normen voor fijnstof en stikstofdioxide op een aantal plaatsen niet zijn gehaald. “Normen fijnstof niet gehaald” staat dan als kop op teletekst, in plaats van “Lucht Nederland schoner geworden“. Onder de kop “Meer geweld tegen hulpverleners” valt te lezen dat het geweld tegen mensen met een publieke functie gemiddeld gelijk is gebleven, en dat uit de cijfers blijkt dat het ziekteverzuim door geweld minder is dan 1 procent. Wel schijnt in bepaalde sectoren het vooral verbale geweld te zijn toegenomen.

Zou dat nou echt zo zijn, of zou het verbale geweld vaker worden gemeld en beter worden geregistreerd dan voorheen? In ieder geval vermeldt hetzelfde stuk dat Minister Plasterk vindt dat de afspraken over het doen van aangifte en het registreren van incidenten nóg beter moeten worden nageleefd. Voer voor slecht nieuws.

Soms is het vrij absurd, welke negatieve wending creatieve journalisten nog aan positief nieuws weten te geven. Om bij bovenstaand voorbeeld aan te haken: als het geweld gemiddeld gelijk is gebleven, waarbij het verbale geweld in bepaalde sectoren is gestegen, impliceert dat wellicht dat in andere sectoren het lichamelijke geweld is afgenomen…? Het resultaat van de continu negatieve berichtgeving: Nederland is veiliger dan ooit tevoren, maar we hebben ons nog nooit zo onveilig gevoeld.

Slecht nieuws schijnt men journalistiek gezien dus goed nieuws te vinden. Een afgebrand filiaal komt in het nieuws, de opening van een prachtig nieuw filiaal niet. In de krant lezen we dat het aantal zwarte kraaien in Nederland afneemt, niet dat het aantal spechten en koolmezen ongelooflijk is toegenomen. Enz. Waarom is dat? Kennelijk vernemen we graag slecht nieuws?

Mopperen ligt in onze volksaard, zo legde een oude dame haar Amerikaanse schoondochter onlangs uit. Bij geklaag en kritiek voelen we ons thuis. Daarmee maak je op de bushalte makkelijk contact en ook kun je er veel kiezers mee winnen. Complimenten geven en ontvangen vinden wij Nederlanders daarentegen uiterst ongemakkelijk. En goed nieuws? Daar schijnen we ons goed op voor te moeten bereiden. Jemig wat levert dat een hoop stress en drukte op, kijk maar om je heen. Het is bijna kerstmis.

Nog even en de dagen gaan weer lengen. Het licht keert weer terug in de wereld. We zijn in afwachting van een blijde boodschap, en daar bereiden we ons ieder jaar weer druk op voor. Ik wens iedereen een fijne kersttijd toe!

Ceciel Fruijtier, 18 december 2013

Ceciel Fruijtier onderneemt sinds 2007 vanuit haar bedrijf Fruijtier tekst&advies. Zij redigeert en herschrijft teksten die in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn. Zoals blogs, artikelen en beleidsstukken. Daarnaast geeft zij tekstadvies en individuele schrijftrainingen. Als tekstredacteur stelt zij zich ten doel zinvolle informatie toegankelijk te maken, zodat die zijn weg in de wereld vindt.  www.zodatuwboodschapoverkomt.nl

“De Schietpatroon” van het Boheemse Woud

Op 30 april 2009 gingen we naar Praag om bij mijn broer de Heksennacht te vieren. Dat is in Tsjechië een oude traditie. Overal op het land branden vuren, mensen lopen met fakkels en vrouwen verkleden zich als heksen. Niemand weet precies waarom men het doet, niemand weet wat men doet, men doet het gewoon en met plezier.

Ondanks het hoog oplaaiende vuur in de tuin van mijn broer, vatte ik in deze ‘Walpurgische nacht’ kou en de volgende dag in de auto naar ons huis in Zuid-Tsjechië voelde ik me grieperig. Drie dagen in bed gelegen, open haard aan, eindelijk lang gelezen en veel gemijmerd. Ontspannen en rustig in mijn hoofd verliet ik uiteindelijk mijn ziekbed en begon me over de praktische zaken te bekommeren, zoals gras maaien, lekkages wit oververven, motorzaag repareren, kortom de verplichtingen van een buitenhuiseigenaar. Ik verheug me er nooit op, maar eenmaal bezig, vind ik er plezier in.

In de namiddag van die dag reed ik door de prachtige natuur van het Boheemse Woud naar het nabijgelegen dorp, waar onze huisopzichter Honza woont. Honza is een handige en praktische man, waarmee ik in de loop der jaren bevriend raakte en die als opzichter en probleemoplosser eigenlijk onmisbaar is geworden. Hij is van een soort die altijd positief is en bij wie je op elk moment van de dag of nacht kunt aankloppen. Nooit heb ik hem erop kunnen betrappen dat hij blijk gaf van haast of liet merken dat hij betere zaken te doen had dan zich met mij bezig te houden. Nooit zie ik een verstarde glimlach of paniek in zijn ogen bij mijn aankomst.

Dit keer ging het net zo. Ik trof een vrolijk gezelschap aan: Honza en zijn vrouw Perla, en zijn buurman Ladja met zijn corpulente echtgenote met een kind aan haar borst en nog veel kroost dat om haar krioelde. Op tafel sliwowitz, bier, worst en spek, de gebruikelijke versnaperingen in deze contreien.

Drink wat met ons! riep Honza. Mijn excuses van griep en vermoeidheid werden als slap gepraat van de hand gewezen. Ladja knipoogde naar me, keek veelbetekenend naar zijn vrouw, het archetype van vruchtbaarheid en mompelde: ‘Zo moet je de griep weghouden’.
Na drie sliwowitz veranderde het gespreksthema en de mannen begonnen hun oude herinneringen op te halen, over hun soldatenleven en over andere heldendaden. Voor mij  onbekend terrein, maar om met het gesprek mee te doen, zei ik dat ik nog nooit met een geweer geschoten had. Na een moment aarzeling zei Ladja daarop: Kom ‘we gaan schieten’.

Bij zijn schuur aangekomen, opende hij de poort, deed het licht aan en liet me met trots zijn blinkende geweren zien. Hij bevestigde op een afstand van ongeveer twaalf meter een kleine schietschijf. Hij schoof een cartridge met vijf patronen in de lader en demonstreerde een aantal bewegingen die me aan oude oorlogsfilms deden denken: naar voren, links, rechts en weer naar voren en nu…. schieten!

Na mijn eerste schot schudde Ladja afkeurend zijn hoofd. ‘Je moet door de telescoop kijken’. Ik produceerde een schaapachtige glimlach, welbewust van mijn rol hier: een aardige, onpraktische man, een beetje schlemiel uit het Westen die op een onbegrijpelijke manier aan zijn kost komt. Bij de resterende schoten probeerde ik de bewegingen te maken die van me verwacht werden en keek ik inderdaad door de telescoop. Na het derde schot begon ik er genoeg van te krijgen, maar ik dacht: doorschieten, het is zo voorbij.

Toen ik klaar was, zag ik dat de uitdrukking op Ladja´s gezicht ongeloof en verbazing vertoonde, zelfs een beetje angst. We liepen naar de schietschijf en ja, alle vijf schoten waren in de roos, niet verder uit elkaar dan de ruimte van een eurocent. Ladja en Honza werden stil en wisten zich geen houding te geven. Het is namelijk onmogelijk! Zelfs een winnaar van de Olympische Spelen zou dit niet voor elkaar gekregen hebben. En dan ik: nog nooit met een geweer geschoten en dan dit resultaat!

Het was nu de beurt van mijn buren. Ze schoten normaal, 3,6,7, zoals verwacht mag worden na twintig jaar lidmaatschap van een schietvereniging. We keerden terug naar de vrouwen en sliwowitz, maar de stemming was veranderd. De enige die nog vrolijk en opgetogen was, was de elfjarige zoon van Ladja, die ook getuige was geweest van mijn Wilhelm Tell-achtige prestatie. Ik was zijn held.

Wat is nu de wijsheid? Wat moet hier onder ogen gezien worden? Is dit toeval? Dat is eigenlijk onmogelijk, lijkt het. Eén, twee keer misschien, kun je toevallig raak schieten, maar niet vijf keer. Is schieten mijn talent, mijn gave misschien? Dat geloof ik niet. Ik ben ervan overtuigd dat ik bij een eventuele herhaling van deze exercitie waarschijnlijk niet eens de schietschijf raak. Wat was er dan aan de hand?

Zou het kunnen zijn dat mijn innerlijke houding optimaal was? Geen ambitie, geen ego. niets willen, niets bewijzen. Onlangs hoorde ik Joseph Jaworski zeggen: ‘There is no time in the universe’. Als ik terugdenk aan het schietmoment, kan ik een dergelijk gevoel terughalen, ontspannen. Ik hoor een soort gesuis in mijn oren, een gevoel van flow alsof de tijd werkelijk stopte toen ik de trekker overhaalde. Dat was de sliwowitz, zegt de cynicus. Ik hou het op een heilig moment, een wonder.

Het wonder is blijkbaar weinig kieskeurig wat de locatie, handeling en de hele setting betreft. Misschien had ik liever gewild dat het wonder zich anders aan me openbaarde, bij het zingen, met een cliënt of met een geniale inval. Maar nee, het gebeurde bij het schieten in de schuur bij Ladja.

Victor Müller, Cadaques 9 juli 2009
www.victormuller.nl

Liefde in Leuven

Op een bepaald moment in mijn leven en dat is nu, moet ik toegeven dat ik geen helder antwoord heb op de vraag: ‘Waar gaat het leven over?’ Vroeger, toen ik jong was, dacht ik dat het bij het levenscontract hoorde dat ik met de jaren, binnen één menselijk leven, mezelf en de wereld zou begrijpen, maar dat is niet zo – tenzij ik genoegen met andermans verklaringen neem.

Ik reis veel, voor het werk of zomaar. In de steden of stadjes waar ik kom, heb ik veel tijd om alleen rond te zwerven en mijn benen de vrijheid geven, ik volg. De melancholische gevaren die eenzaamheid kan oproepen, ben ik te slim af. Als een ‘toreador’ merk ik tijdig op hoe ze op mij afstormen, doe de stap opzij en laat ze langs mij heen glijden. Uren, dagenlang loop ik door de mooie Europese steden, rust uit in de kerken, parken, terrasjes en cafés. Vanuit deze zelf opgelegde ‘eenzaamheid’ kijk ik naar de wereld, zoals de vis vanuit de viskom naar buiten kijkt, en maak geen contact. Er is altijd veel te zien, maar mijn aandacht gaat vooral naar de mensen. Kijken vanuit de langzame tijd, observeren.

Ik schrijf deze column in café De Engel op de Grote Markt in Leuven en ik ben geïnspireerd. Net een fantastische zangsessie achter de rug met een groep van vijftig leidinggevenden uit een groot Nederlands familiebedrijf, in de indrukwekkende Jubileumzaal van de Katholieke Universiteit Leuven. Voor mij zijn alleen die optredens en sessies van belang waar we de ’bron’ raken en magie oproepen. Dat is in de jubileumzaal van Leuven ruimschoots gelukt; door zingend dichter bij elkaar te komen is een ontroerend en heilig moment ontstaan. Dat zie je in de ogen van de mensen, die krijgen dan een zachte glans.

Nu is het tegen de avond en het café is nog bijna leeg. Ik kijk door het grote raam naar buiten: rechts de gotische portaal van de Sint-Pieterskerk en links de oude Stadsbierbrouwerij, een middeleeuws tafereel. Maar ik kijk opnieuw vooral naar de mensen die over het plein krioelen. Het lijkt een allegorie van het leven. Iedereen is aanwezig: vriendinnen die vrolijk hun doel vervolgen, gretig op zoek naar avontuur, grijze echtparen hand in hand,tevreden gezinnen met zorgzame moeders en grapjes makende vaders, een hinkende oude man met stok en een supermarkttas, verliefde paartjes, studenten die niet zo gauw naar huis zullen gaan.

Het is zaterdagnamiddag en het is duidelijk dat iedereen het naar zijn zin heeft en van deze avond iets wil maken. Maar wat je vooral ziet is de zachtheid en aardigheid voor elkaar, de wil om van elkaars vriendschap en existentie te genieten. Dat is wat ik dan toch geleerd heb: de grote clichés zijn vaak waar en deze helemaal: het gaat om Liefde, Love, Amor, Laska. In tegenstelling tot wat de media ons laten zien, namelijk de gepolariseerde wereld, tweespalt en haat, is de werkelijkheid anders: er is het grote verlangen naar aardigheid, vriendschap, contact en harmonie.

Oefening: Kies een middelgrote Europese stad, niet al te opwindend. In Leuven is bijvoorbeeld de grootste opwinding de crypte van Pater Damiaan, de melaatsen priester, waar ik als enige bezoeker lang van totale rust genoten heb. Kies een stad van het type Deventer, Groningen, Gent, Lille, Brno, Toledo. Ga minimaal voor drie dagen op reis en ga alleen. Ideaal is vanaf donderdag tot zaterdag. Niet op maandag! Maak minimaal contact, ervaar het alleen zijn, rust in jezelf en in de langzame tijd. Waak voor melancholie; wees deze slim af! Maak geen plannen en volg je benen waar ze jou naartoe willen brengen. Verveel je een beetje. En vooral, kijk naar mensen. Je zult het ervaren: Liefde overal!

 

Victor Müller, voorjaar 2013
www.victormuller.nl

Helemaal ges©hift

Energie……! uitstraling……! waren woorden waar ik vroeger behoorlijk allergisch voor was. ‘Soft’ taalgebruik waar ik helemaal niets mee kon. Niet logisch en niet concreet. Woorden die in mijn Psychologie studieboeken niet voorkwamen. Maar ik hecht al wel heel lang aan allerlei wijsheden uit het Verre Oosten. Chakra’s en meridianen zijn mij eveneens zeer vertrouwd. Fenomenen die nu in het westen goed zijn ingeburgerd en bovendien wetenschappelijk vastgesteld. Sinds kort praat ik ook zelf gemakkelijker over deze zaken en woorden als energie en uitstraling horen daarbij. Alan Seale heeft daarbij voor mij een grote rol gespeeld.

‘Transformational presence’ is gebaseerd op de Quantum theorieën en die doen daar ook niet moeilijk over. Alles is energie, trilling, beweging. Gevoelens, gedachten en acties. Energie die niet stuk te krijgen is, maar alleen van vorm blijft veranderen, transformeert. Zoals een rups in een vlinder. En het gaat zelfs verder dan een onbewuste gedaanteverandering. Je kunt er namelijk zelf voor kiezen! Het is gemakkelijk genoeg om te blijven zeuren over anderen en hoe zij moeten veranderen om het leven voor jou aangenamer te maken, maar ik, en jullie dus ook, heb een keuze om niet te zeuren, maar het heft in eigen handen te nemen en een vorm of gedaante te kiezen die mij goed doet. Niet afwachten dus…..want vanzelf wordt het leven écht niet beter. Niet meegaan op de stroom van negatieve gevoelens en gedachten, maar aanhaken aan positieve.

‘Wie wil ik zijn in deze situatie’? ‘Hoe wil ik me daartoe verhouden’? En als ik mijn keuze heb bepaald, wat kan er dan gebeuren, wat kan dan manifest worden? Mijn uitstraling verandert, de ander daarom ook. Dat is immers de wet van oorzaak en gevolg. En dan ontstaan nieuwe kansen en mogelijkheden voor samen- in plaats van tegenwerking. Het transformatie proces is niet meer dan dat. Een verandering van perspectief…een zogenaamde shift. Anders naar een situatie kijken en daardoor een ander gevoel in jezelf oproepen. Het vergt enige oefening, dat wel. Maar oefening baart kunst, zoals we weten en als dat leidt tot een gelukkiger leven… ben ik helemaal vóór!

Een leven in balans, evenwichtig. Met even veel aandacht voor mijn geloofsovertuigingen en waarden als voor mijn acties en resultaten. Steeds goed afgestemd op elkaar. De Engelsen hebben daar zulke mooie uitdrukkingen voor als: “to practise what you preach” of “to walk the talk”. De wet van congruentie. En als ik bedenk wat de Japanse professor Masaru Emoto heeft ontdekt, is mijn nieuw verworven perspectief compleet. Hij ontdekte namelijk dat de trillingen die worden voortgebracht door liefdevolle gevoelens en gedachten de structuur van water kunnen veranderen in harmonieuze patronen. En dat, als dit zo is, dit ook geldt voor alle overige fenomenen. Verandert de vibratie, dan verandert de situatie. Als iemand in een groep zijn trilling verandert, dan heeft dit effect op de hele groep. Zou dit het effect dan ook kunnen zijn van bij voorbeeld gebedsketens? Inmiddels geloof ik van wel en moet er alleen nog wat meer onderzoek worden gedaan om het ook echt aan te tonen.

Nee, het kostte even tijd voordat ik mijn geloof ook durfde toegeven en uitdragen. Ik moet bekennen dat de wetenschap me daarbij enorm heeft geholpen. Reden om nu ook vaker op mijn intuïtie te vertrouwen. Wat goed voelt zal ongetwijfeld zijn terug te voeren tot ‘positive vibes’ die míj tegemoet komen en waarop ik onbewust reageer. Het is dat ik niet continue aan apparatuur lig om het met mijn eigen ogen vast te stellen! Waar een academische opleiding niet goed voor is hummm…….

Rest mij niets anders dan maar te vertrouwen.
Te vertrouwen op mijn eigen gewaarwordingen,
op mezelf.

 

Ian van Lidth de Jeude
Psycholoog/consulent
Van Ede & Partners Amsterdam

Een gewaardeerd tussendoortje – een ongekend perspectief

Prachtige beelden glijden in vogelvlucht voorbij. Een ultralichte camera bevestigd op de rug van een brandgans toont ons Europa vanuit een ongekend perspectief. Venetië, de kliffen van Dover, de Hollandse bollenvelden: het is alsof je zelf over de aarde scheert. Een duikende visarend, de vlucht van een zwaluw, een koppel ooievaars dat elkaar na lange tijd begroet. Het is werkelijk genieten, zó schitterend in beeld gebracht. De indrukwekkende beelden worden vergezeld door een gedragen commentaarstem.

Het is die stem die op een gegeven moment de aandacht van de beelden afleidt. “De arend is keihard op zijn nummer gezet door een ordinaire kraai.” Jemig zeg, daar rollen de nodige vooroordelen ongevraagd de huiskamer binnen. “Ze vertrouwen op hun navigatiesysteem.” Goh, zou een vogel dat ook zo ervaren? Alsof ook vogels afhankelijk zijn van een TomTom?! Vogels nemen de wereld zintuiglijk anders waar dan wij. “De gevonden veertjes vormen een gerieflijke stoffering van hun nest” en “Ze zijn er perfect op gekleed.” Nu begint het hilarisch te worden. “Ze hebben een afspraak en ze moeten op tijd komen.”

Ik zie de helft van de beelden niet meer want ik zit driftig mee te pennen. Het is ongelooflijk hoe het perspectief van de mens zonder enige terughoudendheid op de in beeld gebrachte vogels wordt geprojecteerd. Sommige opmerkingen zijn in mijn ogen extremer dan ander commentaar. Maar, zo bedenk ik me, misschien is ál het commentaar wel even wezensvreemd. “Ze perfectioneren hun dans” vind ik zo gek niet klinken, want dat komt overeen met hoe ík naar de baltsende pelikanen kijk die maar blijven springen en “hun best doen”. Dat ik dit commentaar minder wezensvreemd vind, komt omdat in deze het perspectief van de commentator overeen komt met dat van mijzelf…

Dat is best wel heftig om me te realiseren. Hoe vaak ben ik mij er niet van bewust, dat het gegeven commentaar mij volkomen vanzelfsprekend lijkt, terwijl het in wezen niet op het becommentarieerde slaat maar op mijzelf? En hoe vaak wordt daarmee mijn referentiekader bevestigd en versterkt, terwijl ik mij daar niet bewust van ben?

Objectief waarnemen is wetenschappelijk gezien onmogelijk. Iedereen beschikt slechts over een beperkt aantal zintuigen, heeft sommige daarvan meer ontwikkeld dan andere, en neemt alles vanuit zijn eigen referentiekader waar. De bril waardoor je kijkt wordt gekleurd door alle eerdere ervaringen die je hebt opgedaan. Daar kun je je niet aan onttrekken, hoe je je best ook doet om ‘objectief’ te zijn. Maar om nou te zeggen dat voor een uitgehongerde ijsbeer “een gansenjong een gewaardeerd tussendoortje vormt”?! Ik denk dat die ijsbeer daar anders tegenaan kijkt: het lijkt me voor die ijsbeer een ongekend perspectief!

Ceciel Fruijtier, 30 oktober 2013

Ceciel Fruijtier onderneemt sinds 2007 vanuit haar bedrijf Fruijtier tekst&advies. Zij redigeert en herschrijft teksten die in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn. Zoals blogs, artikelen en beleidsstukken. Daarnaast geeft zij tekstadvies en individuele schrijftrainingen. Als tekstredacteur stelt zij zich ten doel zinvolle informatie toegankelijk te maken, zodat die zijn weg in de wereld vindt. www.zodatuwboodschapoverkomt.nl

Een zwaar bevochten overwinning

Hij blijft leuk: Floris. De televisieserie waarin Rutger Hauer als Floris schitterde, zwart-wit door Paul Verhoeven geregisseerd. Vrienden van ons hebben in hun vakantiehuis de hele serie liggen. En zo schalden mij vanmorgen toen ik de trap afliep de woorden “Een zwaar bevochten overwinning” tegemoet. Een zwaar bevochten overwinning is meer waard dan degene die gemakkelijk verworven wordt. Of niet?

Iets dat je overal kan zien of krijgen, daar ga je achteloos aan voorbij. Maar als je op de kaart ziet dat er iets bijzonders in de buurt is, dan rijd je daar graag voor om. Hoe moeilijker iets te verkrijgen is, des te begerenswaardiger hetgeen in kwestie. Zo lijkt het. Waarom zou je moeite doen voor iets dat zo voor het oprapen ligt? Dat is die moeite niet waard. Of wel?

Vroeger gingen wij graag fossielen zoeken. Die fascinerende wereld van fossielen, getuigend van een miljoenen jaren oud verleden, plots zo tastbaar in je zak. Ieder fossiel ooit een levend wezen. Deel van hoe de wereld ooit was, zo totaal verschillend van diezelfde plek waarop wij nu staan. Sommige fossielen lagen er bij bósjes. Mooi van vorm en gaaf. Maar die ene, onooglijk eigenlijk, een beetje beschadigd, was begerenswaardiger dan al die andere. Want zeldzaam.

Zo geldt dat voor veel dingen. Hoe moeilijker te bereiken of te verwerven, des te groter de triomf en de blijdschap in het slagen. Daar hebben we vaak heel veel voor over. Terwijl ik onder de douche stap, realiseer ik me plots dat dat in een groot deel van de wereld een onbereikbare luxe is. En dan besef ik: blij zijn met alles dat voor ons zo gewoon is, genieten van wat voor het oprapen ligt, het bijzondere van het alledaagse zien: dát is pas een zwaar bevochten overwinning!

 

Ceciel Fruijtier, 23 oktober 2013