Niet lullen maar regeren

Op de werkvloer zeggen ze “niet lullen maar poetsen”. Dat geldt wat mij betreft ook voor onze regering: niet lullen maar regeren. De regering heeft voor 4 jaar getekend en daaraan hebben ze zich te houden; het kabinet laten vallen is absoluut niet acceptabel. Bij ieder wisse wasje het kabinet ontbinden is niet meer van deze tijd. Deze hete aardappel moet nu worden opgegeten, het uitschrijven van nieuwe verkiezingen lost de zaak niet op.

Dus leden van het kabinet: wees een vent/vrouw en doe je werk. Van wachtgeld leven en thuis op de bank verpieteren is niet zalig makend. Het land moet geregeerd worden en we kunnen het ons niet permitteren om iedere 2 jaar weer verkiezingen uit te schrijven, met tussendoor een half tot heel jaar een stuurloos land. Wees verstandig en blijf zitten waar je zit. Bij goede tijden een leider, ook bij mindere tijden leiding geven.

Een democratisch land
28 jaar geleden, toen ik als 17-jarig jochie in het centrum van Amsterdam belandde, boden de gemeente en de regering mij ook geen bed, bad, breakfast, brood en borrel. Ik sliep 9 maanden op een bed in een kamer die sinds 1940 een schuilplaats had geboden aan Joden, Hongaren, Tsjechen, Tamils uit Sri Lanka, Chilenen, Vietnamezen. Allemaal mensen in nood met een verhaal. Een kamer die mij werd geboden door een burger van dit land. Het helpen van anderen is een keuze. De één doet het en de ander niet, en wat mij betreft is dat allebei prima. Wij leven in een democratie en ieder heeft zijn eigen mening. We moeten elkaars mening respecteren van rechts tot links.

Een paar maanden geleden liep ik in de buurt van het Vondelpark met een ex politicus van Amsterdam, laten we hem Jan noemen. Een Afrikaanse man op de fiets, ik schatte hem rond de 60, spreekt me aan en vraagt hoe het met mij gaat. Ik antwoord dat het mij goed gaat. En hoe gaat het met hem? Hij antwoordt: “Slecht. Heb je 2 euro voor mij?” Zonder aarzeling open ik mijn portemonnee en geef de beste man 2 euro. Hij bedankt me en zegt dat hij nu een broodje gaat kopen. Ik ben van binnen intens blij. Dit was de beste daad van de dag, mijn dag kan niet meer stuk. Jan vraagt waarom ik deze man zonder verdere vragen te stellen 2 euro gaf? Hij laat het niet bij die vraag maar geeft mij bovendien een uitbrandertje: door mijn toedoen stimuleer ik mensen lui en arm te blijven! Die man moet niet bedelen maar gaan werken voor zijn brood!

Anderen helpen is een keuze
Nou, daar sta je dan. Ik kijk Jan even aan en vraag of hij mijn antwoord echt wil horen. Ja hoor, onze Jan is een stoere Hollandse bink die heel goed weet hoe de wereld in elkaar zit, hij heeft het allemaal goed op een rijtje. Ik probeer mijn opgetogen gevoel even los te laten om mijn antwoord goed te formuleren:

“Dit was de grootste kans die vandaag op mijn pad kwam om iets goeds te doen. Zomaar uit het niets. Dit was mijn grootste kans om iets goeds te doen met alle welvaart die ik bezit. Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik in staat ben gehoor te geven aan zijn oproep. Ik zie geen reden waarom ik het niet zou doen; die twee euro kan ik makkelijk missen. Bovendien geloof ik: hoe meer ik geef, hoe meer kansen en mogelijkheden op mijn pad komen.

Naar mijn overtuiging heb ik daar mijn huidige leven, inkomen en status volledig aan te danken. In mijn ervaring gaan de kosten voor de baat uit: wie geeft, krijgt ook. Ik ben zelf niet lui en zie geen redenen waarom anderen lui zouden zijn. Bovendien ben ik geen expert in het beoordelen of mensen lui zijn of niet, zeker niet in een split second. Sterker nog: als mensen besluiten om lui door het leven te gaan en jokken, is dat niet mijn probleem. Dat is hun probleem. En wie ben ik om mensen de les te lezen?”

Dus of de regering een matras, een emmer water met een broodje pindakaas verschaft of niet: mijn deur is open en ieder die daarop een beroep doet probeer ik naar vermogen te helpen. Zo simpel is dat. En nu beste regering: aan het werk. Niet lullen maar regeren.

 Shahram Bahraini, 17 april 2015

 

 

 

 

 

Leave a Reply