Je zorgen de vrijheid geven

Op 10 januari om 4 uur ‘s ochtends werd ik in een vredige stemming wakker. Zoals gebruikelijk duurde deze lacune tussen de twee werelden, die van slaap en dromen zonder de zwaartekracht en de andere, van het dagelijkse leven, maar kort. Na een paar seconden werd mijn zorgenlijstje in mijn hersenen uitgestrooid en daar ging de slaap!

Na een aantal routinetechnieken, zoals diep ademen, zee- en blauweluchtvisualisaties, bidden, gaf ik het op en liet de zorgen de vrije loop. En daar kwam de parade langs: de dochters, het werk, de crisis (ja,ja), de lekkages, de wereld, ‘waar heb ik mijn leesbril gelaten’, ‘straks ga ik dood’, et cetera.

Bij die laatste zorg bleef ik even stil staan. Ik ben nu 63 jaar. Mijn vader is 68 geworden, mijn moeder 94, dan zou ik dus 81 kunnen worden… Wat een onzin, die zorgen over doodgaan! Ik voelde mijn lippen zich tot een glimlach uitstrekken en moest me inhouden, ook vanwege de persoon die naast me lag, om niet hardop te gaan lachen. Het was een moment van lichtheid, vrolijkheid en… vrijheid!

Een zeldzaam moment waarop ik mijn leven en de andere levens voor mij zag ontrollen en dacht: “Wat zijn we toch bezorgd! Alsof we het leven als een zware klus zien, een militaire oefening, maar we zijn vrije wezens! De ‘Ontdekking van de hemel’! Vanaf nu af aan ben ik een vrij mens en ik ga dit geheim aan iedereen vertellen!”

Het is voorspelbaar hoe het verder met deze nachtelijke euforie is gegaan. De volgende ochtend had ik alleen een vage herinnering aan deze ‘nocturne’, en ik heb mijn ‘ontdekking’ met niemand gedeeld. Tot nu toe. Als ik nu een ‘zorg’ zie aankomen, ontvang ik deze met een glimlach en heet haar welkom. Let wel: ik laat de deur daarbij open, zodat ze snel weer kan vertrekken. Wat een bevrijding mijn zorgen de vrijheid te geven!

Victor Muller, Amsterdam 16 januari
www.victormuller.nl

“De Schietpatroon” van het Boheemse Woud

Op 30 april 2009 gingen we naar Praag om bij mijn broer de Heksennacht te vieren. Dat is in Tsjechië een oude traditie. Overal op het land branden vuren, mensen lopen met fakkels en vrouwen verkleden zich als heksen. Niemand weet precies waarom men het doet, niemand weet wat men doet, men doet het gewoon en met plezier.

Ondanks het hoog oplaaiende vuur in de tuin van mijn broer, vatte ik in deze ‘Walpurgische nacht’ kou en de volgende dag in de auto naar ons huis in Zuid-Tsjechië voelde ik me grieperig. Drie dagen in bed gelegen, open haard aan, eindelijk lang gelezen en veel gemijmerd. Ontspannen en rustig in mijn hoofd verliet ik uiteindelijk mijn ziekbed en begon me over de praktische zaken te bekommeren, zoals gras maaien, lekkages wit oververven, motorzaag repareren, kortom de verplichtingen van een buitenhuiseigenaar. Ik verheug me er nooit op, maar eenmaal bezig, vind ik er plezier in.

In de namiddag van die dag reed ik door de prachtige natuur van het Boheemse Woud naar het nabijgelegen dorp, waar onze huisopzichter Honza woont. Honza is een handige en praktische man, waarmee ik in de loop der jaren bevriend raakte en die als opzichter en probleemoplosser eigenlijk onmisbaar is geworden. Hij is van een soort die altijd positief is en bij wie je op elk moment van de dag of nacht kunt aankloppen. Nooit heb ik hem erop kunnen betrappen dat hij blijk gaf van haast of liet merken dat hij betere zaken te doen had dan zich met mij bezig te houden. Nooit zie ik een verstarde glimlach of paniek in zijn ogen bij mijn aankomst.

Dit keer ging het net zo. Ik trof een vrolijk gezelschap aan: Honza en zijn vrouw Perla, en zijn buurman Ladja met zijn corpulente echtgenote met een kind aan haar borst en nog veel kroost dat om haar krioelde. Op tafel sliwowitz, bier, worst en spek, de gebruikelijke versnaperingen in deze contreien.

Drink wat met ons! riep Honza. Mijn excuses van griep en vermoeidheid werden als slap gepraat van de hand gewezen. Ladja knipoogde naar me, keek veelbetekenend naar zijn vrouw, het archetype van vruchtbaarheid en mompelde: ‘Zo moet je de griep weghouden’.
Na drie sliwowitz veranderde het gespreksthema en de mannen begonnen hun oude herinneringen op te halen, over hun soldatenleven en over andere heldendaden. Voor mij  onbekend terrein, maar om met het gesprek mee te doen, zei ik dat ik nog nooit met een geweer geschoten had. Na een moment aarzeling zei Ladja daarop: Kom ‘we gaan schieten’.

Bij zijn schuur aangekomen, opende hij de poort, deed het licht aan en liet me met trots zijn blinkende geweren zien. Hij bevestigde op een afstand van ongeveer twaalf meter een kleine schietschijf. Hij schoof een cartridge met vijf patronen in de lader en demonstreerde een aantal bewegingen die me aan oude oorlogsfilms deden denken: naar voren, links, rechts en weer naar voren en nu…. schieten!

Na mijn eerste schot schudde Ladja afkeurend zijn hoofd. ‘Je moet door de telescoop kijken’. Ik produceerde een schaapachtige glimlach, welbewust van mijn rol hier: een aardige, onpraktische man, een beetje schlemiel uit het Westen die op een onbegrijpelijke manier aan zijn kost komt. Bij de resterende schoten probeerde ik de bewegingen te maken die van me verwacht werden en keek ik inderdaad door de telescoop. Na het derde schot begon ik er genoeg van te krijgen, maar ik dacht: doorschieten, het is zo voorbij.

Toen ik klaar was, zag ik dat de uitdrukking op Ladja´s gezicht ongeloof en verbazing vertoonde, zelfs een beetje angst. We liepen naar de schietschijf en ja, alle vijf schoten waren in de roos, niet verder uit elkaar dan de ruimte van een eurocent. Ladja en Honza werden stil en wisten zich geen houding te geven. Het is namelijk onmogelijk! Zelfs een winnaar van de Olympische Spelen zou dit niet voor elkaar gekregen hebben. En dan ik: nog nooit met een geweer geschoten en dan dit resultaat!

Het was nu de beurt van mijn buren. Ze schoten normaal, 3,6,7, zoals verwacht mag worden na twintig jaar lidmaatschap van een schietvereniging. We keerden terug naar de vrouwen en sliwowitz, maar de stemming was veranderd. De enige die nog vrolijk en opgetogen was, was de elfjarige zoon van Ladja, die ook getuige was geweest van mijn Wilhelm Tell-achtige prestatie. Ik was zijn held.

Wat is nu de wijsheid? Wat moet hier onder ogen gezien worden? Is dit toeval? Dat is eigenlijk onmogelijk, lijkt het. Eén, twee keer misschien, kun je toevallig raak schieten, maar niet vijf keer. Is schieten mijn talent, mijn gave misschien? Dat geloof ik niet. Ik ben ervan overtuigd dat ik bij een eventuele herhaling van deze exercitie waarschijnlijk niet eens de schietschijf raak. Wat was er dan aan de hand?

Zou het kunnen zijn dat mijn innerlijke houding optimaal was? Geen ambitie, geen ego. niets willen, niets bewijzen. Onlangs hoorde ik Joseph Jaworski zeggen: ‘There is no time in the universe’. Als ik terugdenk aan het schietmoment, kan ik een dergelijk gevoel terughalen, ontspannen. Ik hoor een soort gesuis in mijn oren, een gevoel van flow alsof de tijd werkelijk stopte toen ik de trekker overhaalde. Dat was de sliwowitz, zegt de cynicus. Ik hou het op een heilig moment, een wonder.

Het wonder is blijkbaar weinig kieskeurig wat de locatie, handeling en de hele setting betreft. Misschien had ik liever gewild dat het wonder zich anders aan me openbaarde, bij het zingen, met een cliënt of met een geniale inval. Maar nee, het gebeurde bij het schieten in de schuur bij Ladja.

Victor Müller, Cadaques 9 juli 2009
www.victormuller.nl

Liefde in Leuven

Op een bepaald moment in mijn leven en dat is nu, moet ik toegeven dat ik geen helder antwoord heb op de vraag: ‘Waar gaat het leven over?’ Vroeger, toen ik jong was, dacht ik dat het bij het levenscontract hoorde dat ik met de jaren, binnen één menselijk leven, mezelf en de wereld zou begrijpen, maar dat is niet zo – tenzij ik genoegen met andermans verklaringen neem.

Ik reis veel, voor het werk of zomaar. In de steden of stadjes waar ik kom, heb ik veel tijd om alleen rond te zwerven en mijn benen de vrijheid geven, ik volg. De melancholische gevaren die eenzaamheid kan oproepen, ben ik te slim af. Als een ‘toreador’ merk ik tijdig op hoe ze op mij afstormen, doe de stap opzij en laat ze langs mij heen glijden. Uren, dagenlang loop ik door de mooie Europese steden, rust uit in de kerken, parken, terrasjes en cafés. Vanuit deze zelf opgelegde ‘eenzaamheid’ kijk ik naar de wereld, zoals de vis vanuit de viskom naar buiten kijkt, en maak geen contact. Er is altijd veel te zien, maar mijn aandacht gaat vooral naar de mensen. Kijken vanuit de langzame tijd, observeren.

Ik schrijf deze column in café De Engel op de Grote Markt in Leuven en ik ben geïnspireerd. Net een fantastische zangsessie achter de rug met een groep van vijftig leidinggevenden uit een groot Nederlands familiebedrijf, in de indrukwekkende Jubileumzaal van de Katholieke Universiteit Leuven. Voor mij zijn alleen die optredens en sessies van belang waar we de ’bron’ raken en magie oproepen. Dat is in de jubileumzaal van Leuven ruimschoots gelukt; door zingend dichter bij elkaar te komen is een ontroerend en heilig moment ontstaan. Dat zie je in de ogen van de mensen, die krijgen dan een zachte glans.

Nu is het tegen de avond en het café is nog bijna leeg. Ik kijk door het grote raam naar buiten: rechts de gotische portaal van de Sint-Pieterskerk en links de oude Stadsbierbrouwerij, een middeleeuws tafereel. Maar ik kijk opnieuw vooral naar de mensen die over het plein krioelen. Het lijkt een allegorie van het leven. Iedereen is aanwezig: vriendinnen die vrolijk hun doel vervolgen, gretig op zoek naar avontuur, grijze echtparen hand in hand,tevreden gezinnen met zorgzame moeders en grapjes makende vaders, een hinkende oude man met stok en een supermarkttas, verliefde paartjes, studenten die niet zo gauw naar huis zullen gaan.

Het is zaterdagnamiddag en het is duidelijk dat iedereen het naar zijn zin heeft en van deze avond iets wil maken. Maar wat je vooral ziet is de zachtheid en aardigheid voor elkaar, de wil om van elkaars vriendschap en existentie te genieten. Dat is wat ik dan toch geleerd heb: de grote clichés zijn vaak waar en deze helemaal: het gaat om Liefde, Love, Amor, Laska. In tegenstelling tot wat de media ons laten zien, namelijk de gepolariseerde wereld, tweespalt en haat, is de werkelijkheid anders: er is het grote verlangen naar aardigheid, vriendschap, contact en harmonie.

Oefening: Kies een middelgrote Europese stad, niet al te opwindend. In Leuven is bijvoorbeeld de grootste opwinding de crypte van Pater Damiaan, de melaatsen priester, waar ik als enige bezoeker lang van totale rust genoten heb. Kies een stad van het type Deventer, Groningen, Gent, Lille, Brno, Toledo. Ga minimaal voor drie dagen op reis en ga alleen. Ideaal is vanaf donderdag tot zaterdag. Niet op maandag! Maak minimaal contact, ervaar het alleen zijn, rust in jezelf en in de langzame tijd. Waak voor melancholie; wees deze slim af! Maak geen plannen en volg je benen waar ze jou naartoe willen brengen. Verveel je een beetje. En vooral, kijk naar mensen. Je zult het ervaren: Liefde overal!

 

Victor Müller, voorjaar 2013
www.victormuller.nl