Begrip en media aandacht voor ‘ontevreden Nederland’. Is dat terecht?

Ik ben opgegroeid in Rotterdam, in een wijk waar inmiddels de meerderheid PVV stemt. Ook in mijn jeugd had je al Turkse immigranten. Ook toen waren er al problemen. Die te weinig werden gezien. Maar tig jaar verder zijn velen nog steeds niet verder dan luisteren naar mensen die menen dat ze allemaal kunnen oppleuren.

Het is ouwe koek. Het nieuwe is dat de media nu een megafoon geven aan de kankerende klasse. Als de onbekende burger Annemiek Ottenhoff uit Breda een filmpje maakt waarin ze scheldt op Marokkanen, zit ze vervolgens bij PowNews, 538, Telegraaf TV en bij het Lagerhuis. Door al die aandacht voor ‘het heersende sentiment’ en al dat gekanker op ‘Den Haag’,  ‘de elite’ of ‘al die immigranten’ komen de achterliggende oorzaken onvoldoende in beeld. Want het probleem komt inderdaad uit het buitenland. Ik bedoel dan de wereld, de grote wereldwijde ontwikkelingen op het gebied van automatisering, de machtsverschuivingen, de neoliberalisering.

“In Nederland is misschien nog geen massale armoede”, hoor je dan, “maar er bestaan zorgen dat de kloof veel groter wordt, dat het in de toekomst minder zal worden, dat onze kinderen het financieel slechter krijgen.” Dat vooruitzicht klopt denk ik. Maar zelfs daadwerkelijke armoede is geen excuus om mensen met een andere huidskleur weg te sturen. Ja, ook ik was nogal ontstemd toen ik hoorde dat mijn vader, die op zijn vijftiende is begonnen met werken, nog moet doorwerken tot na zijn pensioengerechtigde leeftijd. Omdat pensioenfondsen verdampt zijn, door een crisis waar de daders hartelijk voor werden beloond. Maar dat komt niet door ‘de moslims’ of ‘de buitenlanders.’ De wereld is ingewikkeld, maar er is een simpele vuistregel: je geeft de een niet de schuld van wat de ander heeft gedaan.

In NRC Handelsblad schreef hersenhoogleraar Victor Lamme dat we evenveel begrip moeten hebben voor vluchtelingen als voor de Nederlandse burgers ‘die alle zekerheden om hen heen zien verdwijnen.’ Ik heb genoeg van al dat begrip voor ‘het sentiment van de PVV-stemmer’. De media verkondigen dat ‘de mensen het vertrouwen in de traditionele politieke partijen voor een belangrijk deel of zelfs helemaal kwijt zijn.’ Dat terwijl het in Nederland verrekte goed gaat, zelfs met de mensen met wie het slecht gaat. We zullen ons eigen feestje moeten bouwen. Wellicht met minder geld dan in de jaren negentig toen de bomen tot in de hemel groeiden, maar -mede dankzij Den Haag?- met nog steeds veel meer welvaart dan een halve eeuw terug.

Meer lezen? Bovenstaand stuk is een uittreksel en vrije bewerking van het artikel ‘Kunnen we kappen met PVV-stemmers snappen’ van Arjen VAN VEELEN op decorrespondent.nl.

 

Ceciel Fruijtier, 2 maart 2017

 

Ceciel onderneemt sinds 2007 vanuit haar bedrijf Fruijtier tekst&advies. Zij redigeert en herschrijft teksten die in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn. Denk bijvoorbeeld aan blogs, artikelen en beleidsstukken. Haar persoonlijke drijfveer: zinvolle informatie toegankelijk maken, zodat die zijn weg in de wereld vindt.

Naast tekstredacteur is Ceciel ghostwriter en auteursbegeleider. Zij assisteert mensen die overborrelen van de inhoud om dat goed op papier te krijgen. Ook verzorgt zij formatontwikkeling van informatieve uitgaven zoals brochures en boeken. Teksten inkorten, samenvatten en zo nodig herschrijven doet zij graag.

www.zodatuwboodschapoverkomt.nl

De 70 jaar oude inzichten van Etty Hillesum blijken zeer actueel

Ruim 70 jaar geleden heeft Etty Hillesum ze volgeschreven: 8 schriften in een bijna onleesbaar handschrift. De selectie uit haar teksten is een kostbaar boek waarin Etty inzichten verwoordt die nog steeds actueel zijn voor mens en maatschappij. Toevallig kwam ik “Het verstoorde leven” tweedehands tegen. Vol verbazing stelde ik vast, hoe ongelooflijk relevant en actueel de gedachten zijn die Etty Hillesum met ons deelt.

Etty Hillesum doet in haar dagboek op indrukwekkende wijze verslag van twee ontwikkelingen: haar eigen persoonlijke proces van innerlijke groei en de maatschappelijke gebeurtenissen van haar tijd, de bizarre gang van zaken rond de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Etty’s beschouwingen omvatten zo ongeveer alle aspecten van het leven. Van haar worstelingen met haar schrijverstalent en verwikkelingen in de liefde tot existentiële levensvraagstukken. Afhankelijk van de eigen ontwikkeling en situatie, raakt Etty bij de lezer andere snaren en blijven andere inzichten hangen. Dat maakt het de moeite waard haar werk telkens weer te herlezen.

Verbeter de wereld, begin bij jezelf
Etty’s gedachten en inzichten over onverdraagzaamheid tussen groepen reiken verder dan de problematiek rond antisemitisme. Ze zijn van toepassing op om het even welk onbegrip en geweld tussen groepen met een verschillende culturele identiteit. Etty reikt ons levenslessen aan die we kunnen toepassen in de actualiteit van de multiculturele samenleving en het maatschappelijk debat. Haar opmerkingen zijn bovendien zeer relevant in het licht van bijvoorbeeld de Palestijnse Kwestie, de Westerse attitude ten opzichte van de Islam en omgekeerd, de houding van IS ten opzichte van het Westen:

  • Al zou er nog maar één fatsoenlijk individu bestaan, dan zou men om die ene mens niet zijn haat mogen uitgieten over een hele bevolkingsgroep.
  • Ongedifferentieerde haat is het ergste wat er is. Het is een ziekte van de eigen ziel.

Bij die eerste opmerking heeft Etty het Duitse volk in gedachten. Zij ageert tegen de haatgedachten tav de Duitsers die als gevolg van de onderdrukking in de Joodse gemeenschap groeien. Ze schrijft: “Dit probleem ligt in deze tijd. De grote haat tegen de Duitsers, die het eigen gemoed vergiftigt. Laat ze allemaal maar verzuipen, tuig, uitgassen moet je ze. Deze uitingen horen tot de dagelijkse conversaties.” Eén van haar vrienden vraagt zich af: “Wat is dat toch in de mens om anderen kapot te willen maken?” Etty antwoordt daarop: “De mensen, ja de mensen, maar bedenk dat je daar zelf ook onder valt. Die rottigheid van anderen zit ook in ons. En ik zie werkelijk geen andere oplossing dan in je eigen centrum te keren en daar uit te roeien al die rotheid. Ik geloof er niet meer aan dat we in de buitenwereld iets verbeteren kunnen, wat we niet eerst in onszelf moeten verbeteren.” Zouden we dat kunnen gaan regelen…?

De zin van het lijden
Etty’s geschriften gaan in maart 1941 van start met de woorden: “Vooruit dan maar! Dit wordt een pijnlijk en haast onoverkomelijk moment voor mij: het geremde gemoed prijsgeven aan een onnozel stuk lijntjespapier.” Wat volgt is een volkomen eerlijk, openhartig, weergaloos relaas van haar innerlijke worstelingen en groei. En passent deelt zij met de lezer de achtergrond waartegen dat alles zich afspeelt: de groeiende discriminatie van de Joden in Nederland die uiteindelijk resulteert in deportatie en volkerenmoord. Centraal in het boek staat uiteindelijk de zin en functie van het lijden in het leven.

Je zou kunnen zeggen dat Etty het verteren en verwerken van het leed als haar levensopdracht zag. “Het gaat er in laatste instantie om hoe men het lijden, dat toch essentieel voor dit leven is, draagt en verdraagt en verwerkt.” Etty Hillesum beschrijft in haar dagboek hoe alle lijden bijdraagt aan haar innerlijke groei en hoe ze uiteindelijk God in zichzelf ontdekt, nadat ze alle innerlijke strijd die gestreden kan worden met zichzelf heeft uitgevochten. Ze accepteert alle lijden, welke bizarre vormen het ook aanneemt.

Etty ziet het lijden als onlosmakelijk verbonden met het leven zelf. Het is een tijdloos en onveranderlijk gegeven. “Ik ben niet alleen moe of ziek of treurig of angstig, maar ik ben het samen met miljoenen anderen uit vele eeuwen en het hoort bij het leven. En het leven is toch schoon en het is ook zinrijk in z’n zinloosheid, mits men maar voor alles een plaats inruimt in z’n leven en het hele leven als een eenheid in zich meedraagt; dan is het toch op de een of andere manier een gesloten geheel. En zodra men onderdelen daarvan wil uitschakelen en niet accepteren en men eigenmachtig en willekeurig dít van het leven wel wil aanvaarden en iets anders niet, ja dan wordt het inderdaad zinloos omdat het niet meer een geheel is en alles willekeurig wordt.”

Zinvol leven in welke omstandigheden dan ook
Etty ervaart het leven als onbeschrijflijk mooi en zinvol. “Het leven is zo eindeloos mooi en overvloeiend, zelfs tot in z’n diepste lijden.” “Zoveel moois en zoveel moeilijks. Zodra ik mij bereid toonde het moeilijke te dragen, is het altijd weer veranderd in iets moois. En het mooie en het grote was soms nog zwaarder te dragen dan het lijden, omdat het zo overweldigend was.” Zulks schrijft ze in concentratiekamp Westerbork, tegen de achtergrond van de onvoorstelbare verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.

In Westerbork blijkt men zich volledig bewust te zijn van het lot dat hen te wachten staat. Hoe kun je in dergelijke omstandigheden het leven als zinvol ervaren en je waardigheid behouden? “Om te vernederen zijn er twéé nodig. Diegene die vernedert en diegene die men wil vernederen en vooral: die zich láát vernederen. Ontbreekt de laatste, oftewel: is de passieve partij immuun voor iedere vernedering, dan verdampen de vernederingen in de lucht. Wat er wellicht overblijft zijn alleen lastige maatregelen, die in het dagelijkse leven ingrijpen. Maar geen vernederingen of verdrukkingen die de ziel beklemmen.”

Etty blijkt ten diepste dankbaar voor alles wat ze meemaakt en verwerken kan. Terwijl ze zich in schrijnende omstandigheden bevindt schrijft ze: “Het is overal helemaal goed. En tegelijkertijd helemaal slecht. Die twee houden elkaar in evenwicht, overal en altijd. Ik heb nooit het gevoel dat ik ergens het beste van maken moet, alles is altijd helemaal goed zoals het is. Iedere situatie, hoe ellendig ook, is iets absoluuts en houdt het goede en het slechte in zich besloten.” “Ik heb ervaren dat men door al het zware te dragen, het verkeren kan in het goede.”

Makkelijk is het niet. Maar dat hoeft ook niet.
“Het leven is moeilijk, maar dat is niet erg. Men moet beginnen zijn ernst ernstig te nemen, en de rest komt vanzelf.”  Maar helemaal vanzelf gaat het toch niet, blijkt uit de eerlijke weergave van haar eigen worstelingen. Wat het moeilijkste is? “Dat is misschien nog het moeilijkste te leren voor een mens; ik constateer het zo dikwijls bij anderen (vroeger ook bij mezelf, nu niet meer): het zichzelf vergiffenis schenken voor fouten en misstappen. Waartoe allereerst behoort: het kunnen aanvaarden, grootmoedig aanvaarden dat men fouten maakt en misstappen begaat.”

Op het punt om naar Auschwitz afgevoerd te worden, met onbeschrijflijk lijden in het verschiet waarvan zij zich ten volle bewust is, schrijft Etty doodgemoedereerd: “Lijden is niet beneden de menselijke waardigheid. Ik bedoel: men kan menswaardig lijden en onmenswaardig. Ik bedoel: de meeste westerlingen verstaan de kunst van het lijden niet en ze krijgen er duizend angsten voor in de plaats. Dit is geen leven meer, wat de meeste mensen doen: angst, resignatie, verbittering, haat, wanhoop.”

Het is in de ogen van Etty de angst voor het lijden dat het leven mensonwaardig en zinloos maakt. Niet het lijden zelf. “Sommigen zeggen tegen mij: je hebt dus stalen zenuwen, dat je daar tegen kunt. Ik geloof niet dat ik stalen zenuwen heb, veeleer heel gevoelige, maar ‘er tegen kunnen’ kan ik toch. Ik durf ieder lijden recht in de ogen te kijken, ik ben er niet bang voor.” Etty steunt de wanhopige mensen in de barakken zoveel zij kan. En op de momenten dat het Etty aan de kracht daarvoor ontbreekt, vindt zij in zichzelf een wijkplaats voor de ellende om zich heen: “Ik zal me vandaag terugtrekken en uitrusten in m’n eigen innerlijke stilte, waar ik nu een hele dag gastvrijheid aanvraag.” “En dat mijzelve, allerdiepste en allerrijkste in mij waarin ik rust, dat noem ik ‘God’.”

Er het beste van maken? Aan jezelf werken!
De belangrijkste les die Etty ons te leren heeft is misschien wel deze: “Een vrede kan alleen een echte vrede worden later, wanneer eerst ieder individu vrede in zichzelf vindt en haat tegen medemensen van wat voor soort ras of volk ook uitroeit en overwint en verandert in iets dat geen haat meer is, misschien op den duur zelfs liefde, of is dat misschien wat veel geëist. Toch is het de enige oplossing.”

Is dat een onrealistische gedachte? Een Jood met een leidende positie in Westerbork, die zijn vervolgers vanuit de grond van zijn hart haat, zei tegen Etty: “Maar wat jij wilt duurt zo lang, zoveel tijd hebben we toch niet?” Etty antwoordde: “Maar met wat jij wilt is men nu al tweeduizend jaar van onze christelijke jaartelling bezig en dan nog die vele duizenden jaren dat er toch ook al een mensheid was. En wat vind je van het resultaat, als ik vragen mag? Het is het enige, ik zie geen andere weg, dat ieder van ons inkeert en in zichzelf uitroeit en vernietigt al datgene, waarvoor hij meent anderen te moeten vernietigen. En laten we ervan doordrongen zijn dat ieder atoompje haat dat wij aan deze wereld toevoegen haar onherbergzamer maakt dan ze al is.”

En zo reikt Etty Hillesum, die op 30 november 1943 werd omgebracht in Auschwitz, ons de sleutel voor de wereldwijde problematiek van vandaag. Het is met groot respect dat ik haar boek heb gelezen en dit stuk erover schreef. Zelf schrijft ze “Het leven vertrouwt mij zoveel verhalen toe, ik zou ze verder moeten vertellen en duidelijk moeten maken aan mensen die niet zo regelrecht uit het leven zelf kunnen lezen.” Ik hoop dat nog velen de geschriften van Etty Hillesum zullen lezen en haar boodschappen zullen verstaan.

Ceciel Fruijtier, 22 januari 2015

 

Ceciel Fruijtier onderneemt sinds 2007 vanuit haar bedrijf Fruijtier tekst&advies en is mede-oprichter van de Club van 25 Amsterdam Zuid.  Zij redigeert en herschrijft teksten die in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn. Denk bijvoorbeeld aan blogs, artikelen en beleidsstukken. De schrijfstijl stemt zij af op het doel en de doelgroep van de tekst.

Naast tekstredacteur is Ceciel ghostwriter en schrijftrainer. Zij assisteert mensen die overborrelen van de inhoud om dat goed op papier te krijgen. Ook verzorgt zij formatontwikkeling van informatieve uitgaven zoals brochures en boeken. Teksten inkorten, samenvatten en zo nodig herschrijven is een kolfje naar haar hand.

Ceciel stelt zich ten doel zinvolle informatie toegankelijk te maken, zodat die zijn weg in de wereld vindt.

www.zodatuwboodschapoverkomt.nl

Slecht nieuws is goed nieuws?!

Geen nieuws is goed nieuws, dat weten we allemaal. Zolang je niks hoort zit het goed. Als er een ramp is gebeurd, hoor je dat immers snel genoeg. Ouders wiens kinderen voor het eerst alleen naar school fietsen, alleen een avond uitgaan of voor het eerst alleen op vakantie gaan, stellen zichzelf en elkaar steeds opnieuw gerust met die bekende woorden “geen nieuws is goed nieuws”.

Dat geen nieuws ook goed nieuws is vanuit media-optiek, kan mij echter hogelijk verbazen. “We onderbreken nu het sportnieuws, want er is nieuws uit Den Haag”. “Ja, inderdaad Twan, kijk maar even mee. Zojuist sprak ik Meneer X. Zoals hij eerder op de avond ook al zei, wil hij nog steeds niets zeggen.” Hele nieuwsuitzendingen en -avonden kun je daarmee vullen.

Geen nieuws is dus in alle opzichten goed nieuws. Maar slecht nieuws lijkt journalistiek gezien het allerbeste nieuws. Zet het journaal aan, sla de krant open, kijk op nu.nl of lees teletekst: vooral slecht nieuws. Er staat niet “ Winst X procent gestegen“, maar “Minder winststijging dan verwacht“. Nou kan dat voor de business wellicht slecht nieuws zijn, als daadwerkelijk op een hogere winst werd gerekend. Maar doelstellingen liggen vaak wat hoger dan realistisch is, want zodoende schijn je een beter resultaat te bereiken.

Van de week las ik dat de lucht in Nederland de afgelopen jaren schoner is geworden, maar dat de normen voor fijnstof en stikstofdioxide op een aantal plaatsen niet zijn gehaald. “Normen fijnstof niet gehaald” staat dan als kop op teletekst, in plaats van “Lucht Nederland schoner geworden“. Onder de kop “Meer geweld tegen hulpverleners” valt te lezen dat het geweld tegen mensen met een publieke functie gemiddeld gelijk is gebleven, en dat uit de cijfers blijkt dat het ziekteverzuim door geweld minder is dan 1 procent. Wel schijnt in bepaalde sectoren het vooral verbale geweld te zijn toegenomen.

Zou dat nou echt zo zijn, of zou het verbale geweld vaker worden gemeld en beter worden geregistreerd dan voorheen? In ieder geval vermeldt hetzelfde stuk dat Minister Plasterk vindt dat de afspraken over het doen van aangifte en het registreren van incidenten nóg beter moeten worden nageleefd. Voer voor slecht nieuws.

Soms is het vrij absurd, welke negatieve wending creatieve journalisten nog aan positief nieuws weten te geven. Om bij bovenstaand voorbeeld aan te haken: als het geweld gemiddeld gelijk is gebleven, waarbij het verbale geweld in bepaalde sectoren is gestegen, impliceert dat wellicht dat in andere sectoren het lichamelijke geweld is afgenomen…? Het resultaat van de continu negatieve berichtgeving: Nederland is veiliger dan ooit tevoren, maar we hebben ons nog nooit zo onveilig gevoeld.

Slecht nieuws schijnt men journalistiek gezien dus goed nieuws te vinden. Een afgebrand filiaal komt in het nieuws, de opening van een prachtig nieuw filiaal niet. In de krant lezen we dat het aantal zwarte kraaien in Nederland afneemt, niet dat het aantal spechten en koolmezen ongelooflijk is toegenomen. Enz. Waarom is dat? Kennelijk vernemen we graag slecht nieuws?

Mopperen ligt in onze volksaard, zo legde een oude dame haar Amerikaanse schoondochter onlangs uit. Bij geklaag en kritiek voelen we ons thuis. Daarmee maak je op de bushalte makkelijk contact en ook kun je er veel kiezers mee winnen. Complimenten geven en ontvangen vinden wij Nederlanders daarentegen uiterst ongemakkelijk. En goed nieuws? Daar schijnen we ons goed op voor te moeten bereiden. Jemig wat levert dat een hoop stress en drukte op, kijk maar om je heen. Het is bijna kerstmis.

Nog even en de dagen gaan weer lengen. Het licht keert weer terug in de wereld. We zijn in afwachting van een blijde boodschap, en daar bereiden we ons ieder jaar weer druk op voor. Ik wens iedereen een fijne kersttijd toe!

Ceciel Fruijtier, 18 december 2013

Ceciel Fruijtier onderneemt sinds 2007 vanuit haar bedrijf Fruijtier tekst&advies. Zij redigeert en herschrijft teksten die in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn. Zoals blogs, artikelen en beleidsstukken. Daarnaast geeft zij tekstadvies en individuele schrijftrainingen. Als tekstredacteur stelt zij zich ten doel zinvolle informatie toegankelijk te maken, zodat die zijn weg in de wereld vindt.  www.zodatuwboodschapoverkomt.nl

Een gewaardeerd tussendoortje – een ongekend perspectief

Prachtige beelden glijden in vogelvlucht voorbij. Een ultralichte camera bevestigd op de rug van een brandgans toont ons Europa vanuit een ongekend perspectief. Venetië, de kliffen van Dover, de Hollandse bollenvelden: het is alsof je zelf over de aarde scheert. Een duikende visarend, de vlucht van een zwaluw, een koppel ooievaars dat elkaar na lange tijd begroet. Het is werkelijk genieten, zó schitterend in beeld gebracht. De indrukwekkende beelden worden vergezeld door een gedragen commentaarstem.

Het is die stem die op een gegeven moment de aandacht van de beelden afleidt. “De arend is keihard op zijn nummer gezet door een ordinaire kraai.” Jemig zeg, daar rollen de nodige vooroordelen ongevraagd de huiskamer binnen. “Ze vertrouwen op hun navigatiesysteem.” Goh, zou een vogel dat ook zo ervaren? Alsof ook vogels afhankelijk zijn van een TomTom?! Vogels nemen de wereld zintuiglijk anders waar dan wij. “De gevonden veertjes vormen een gerieflijke stoffering van hun nest” en “Ze zijn er perfect op gekleed.” Nu begint het hilarisch te worden. “Ze hebben een afspraak en ze moeten op tijd komen.”

Ik zie de helft van de beelden niet meer want ik zit driftig mee te pennen. Het is ongelooflijk hoe het perspectief van de mens zonder enige terughoudendheid op de in beeld gebrachte vogels wordt geprojecteerd. Sommige opmerkingen zijn in mijn ogen extremer dan ander commentaar. Maar, zo bedenk ik me, misschien is ál het commentaar wel even wezensvreemd. “Ze perfectioneren hun dans” vind ik zo gek niet klinken, want dat komt overeen met hoe ík naar de baltsende pelikanen kijk die maar blijven springen en “hun best doen”. Dat ik dit commentaar minder wezensvreemd vind, komt omdat in deze het perspectief van de commentator overeen komt met dat van mijzelf…

Dat is best wel heftig om me te realiseren. Hoe vaak ben ik mij er niet van bewust, dat het gegeven commentaar mij volkomen vanzelfsprekend lijkt, terwijl het in wezen niet op het becommentarieerde slaat maar op mijzelf? En hoe vaak wordt daarmee mijn referentiekader bevestigd en versterkt, terwijl ik mij daar niet bewust van ben?

Objectief waarnemen is wetenschappelijk gezien onmogelijk. Iedereen beschikt slechts over een beperkt aantal zintuigen, heeft sommige daarvan meer ontwikkeld dan andere, en neemt alles vanuit zijn eigen referentiekader waar. De bril waardoor je kijkt wordt gekleurd door alle eerdere ervaringen die je hebt opgedaan. Daar kun je je niet aan onttrekken, hoe je je best ook doet om ‘objectief’ te zijn. Maar om nou te zeggen dat voor een uitgehongerde ijsbeer “een gansenjong een gewaardeerd tussendoortje vormt”?! Ik denk dat die ijsbeer daar anders tegenaan kijkt: het lijkt me voor die ijsbeer een ongekend perspectief!

Ceciel Fruijtier, 30 oktober 2013

Ceciel Fruijtier onderneemt sinds 2007 vanuit haar bedrijf Fruijtier tekst&advies. Zij redigeert en herschrijft teksten die in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn. Zoals blogs, artikelen en beleidsstukken. Daarnaast geeft zij tekstadvies en individuele schrijftrainingen. Als tekstredacteur stelt zij zich ten doel zinvolle informatie toegankelijk te maken, zodat die zijn weg in de wereld vindt. www.zodatuwboodschapoverkomt.nl

Een zwaar bevochten overwinning

Hij blijft leuk: Floris. De televisieserie waarin Rutger Hauer als Floris schitterde, zwart-wit door Paul Verhoeven geregisseerd. Vrienden van ons hebben in hun vakantiehuis de hele serie liggen. En zo schalden mij vanmorgen toen ik de trap afliep de woorden “Een zwaar bevochten overwinning” tegemoet. Een zwaar bevochten overwinning is meer waard dan degene die gemakkelijk verworven wordt. Of niet?

Iets dat je overal kan zien of krijgen, daar ga je achteloos aan voorbij. Maar als je op de kaart ziet dat er iets bijzonders in de buurt is, dan rijd je daar graag voor om. Hoe moeilijker iets te verkrijgen is, des te begerenswaardiger hetgeen in kwestie. Zo lijkt het. Waarom zou je moeite doen voor iets dat zo voor het oprapen ligt? Dat is die moeite niet waard. Of wel?

Vroeger gingen wij graag fossielen zoeken. Die fascinerende wereld van fossielen, getuigend van een miljoenen jaren oud verleden, plots zo tastbaar in je zak. Ieder fossiel ooit een levend wezen. Deel van hoe de wereld ooit was, zo totaal verschillend van diezelfde plek waarop wij nu staan. Sommige fossielen lagen er bij bósjes. Mooi van vorm en gaaf. Maar die ene, onooglijk eigenlijk, een beetje beschadigd, was begerenswaardiger dan al die andere. Want zeldzaam.

Zo geldt dat voor veel dingen. Hoe moeilijker te bereiken of te verwerven, des te groter de triomf en de blijdschap in het slagen. Daar hebben we vaak heel veel voor over. Terwijl ik onder de douche stap, realiseer ik me plots dat dat in een groot deel van de wereld een onbereikbare luxe is. En dan besef ik: blij zijn met alles dat voor ons zo gewoon is, genieten van wat voor het oprapen ligt, het bijzondere van het alledaagse zien: dát is pas een zwaar bevochten overwinning!

 

Ceciel Fruijtier, 23 oktober 2013

Meten is weten?

Meten is weten, dat krijgen we met de paplepel ingegoten. Is dat de weg naar kennis en begrip van onszelf en de wereld? We zijn natuurwetenschappelijk een stuk verder dan een eeuw geleden, dat is duidelijk. En we zullen wellicht nog een stuk verder komen, in natuurwetenschappelijk opzicht dan. Maar of dat ons veel verder brengt ten aanzien van de grote levensvragen? Nadenkend over mezelf en de wereld, realiseerde ik me: we kúnnen alleen maar meten wat we weten!

Onbekende zintuigen
Wetenschappelijke meetapparatuur is slechts een verlengstuk van de ons bekende zintuigen. Er bestaan echter meer zintuigen dan die waarover wij mensen beschikken. Een simpel voorbeeld is het waarnemen van het aardmagnetisch veld. Vogels kunnen daarop feilloos navigeren. Zij vinden hun weg over de hele wereldbol als hun natuur dat van hen vraagt. Terwijl wij mensen zonder herkenningspunt geen idee hebben welke richting we op moeten, nadat we overdag in de woestijn een paar rondjes hebben gelopen. We verdwalen omdat we slechts een beperkt aantal zintuigen ontwikkeld hebben.

Zou de mens ons nog onbekende zintuigen kunnen ontwikkelen? Of zijn we wat dat betreft uitgeëvolueerd? Behalve zien, horen, ruiken, proeven en voelen, kunnen we ook een hoop fenomenen indirect waarnemen. Zoals dat aardmagnetisch veld. Dan bedenken we een hulpmiddel, in dit geval een kompas. We volgen daarbij de ons bekende weg: waarnemen via de ons bekende zintuigen, die informatie cognitief analyseren, iets slims bedenken dat ons verder helpt. We verleggen onze grenzen, richten ons naar buiten en hanteren een verlengstuk van de ons bekende begrippen. Wat we niet letterlijk be-grijpen kunnen, proberen we te pakken te krijgen door het dan wel niet experimenteel maar in ons voorstellingsvermogen concreet te maken.

Verborgen variabelen
Ik vind het fascinerend dat Einsteins’ baanbrekende inzichten voortkomen uit gedachte-experimenten, niet uit empirisch experimenteel onderzoek. Licht gedraagt zich natuurkundig gezien tegelijkertijd als deeltje én als golf. Dat puzzelt ons cognitief vermogen nog steeds. Einstein kwam met de oplossing dat straling uit deeltjes bestaat, maar had later bezwaar tegen de kansverdeling van deeltjes: “God dobbelt niet”. Hij geloofde dat de onzekerheden van de kwantummechanica niet reëel waren, maar dat er ‘verborgen variabelen’ waren, die we nog niet kennen.

Echte kennis gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Einstein beschikte over een voor mensen ongekend groot voorstellingsvermogen. Hij wist daarmee ons verklarend begrip dramatisch te vergroten, al kunnen we ons de realiteit van E=mc² niet voorstellen. Energie is hetzelfde als massa, als je het vermenigvuldigt met de lichtsnelheid maal lichtsnelheid ?!! We proberen het met al ons vermogen concreet te maken. ‘s Werelds beste wetenschappers werken samen en bouwden een gigantische deeltjesversneller, maar nog steeds hebben we diverse ‘verborgen variabelen’ niet gevonden.

Tegelijkertijd: er is zoveel dat we heel simpel direct kunnen waarnemen, ook al begrijpen we het niet. De zwaartekracht is kwantummechanisch nog steeds niet begrepen. Maar een kind weet dat het van de bank op de grond kan vallen, maar niet in de lucht kan zweven hoe graag het ook wil. Het grijpt naar het speeltje boven zijn hoofd, maar kan er niet bij. Kunnen wij volwassenen ook niet bij datgene dat we zo graag begrijpen willen?

Onbegrijpelijk helder
We kunnen veel meer waarnemen dan we kunnen bedenken, zoals o.a. door Ap Dijksterhuis in zijn boek Het slimme onbewuste is beschreven. Onbewust verwerken we 200.000  keer zoveel informatie als bewust. Ik denk dat we ons te veel naar buiten richten en te weinig naar binnen. Ik denk dat we te veel bekende wegen bewandelen en te weinig onbekende. Misschien moeten we wel meer waarde hechten aan juist die fenomenen dat we niet kunnen begrijpen. “Vraag me niet hoe, maar opeens wist ik dat….”

Wieweet kunnen we door ons naar binnen te richten zintuigen ontwikkelen waarvan we nu nog geen weet hebben. En zodoende fenomenen waarnemen die we ons nu nog niet kunnen voorstellen. Zodat we niet meer de weg kwijtraken in de woestijn, de wereld, onszelf. Misschien licht de weg die wij te gaan hebben dan wel zonneklaar voor ons op. Zoals zo veel generaties mensen zo vaak hebben gebeden: “Het eeuwig licht verlichte ons.” Maar, zo denkt mijn beperkte denken dan, we hebben nog wel een weg te gaan… Laat ik beginnen mij minder te richten op mijn behoefte alles te willen begrijpen. Ik ga mij meer richten op wat zich intuïtief kennen laat, en ga mij lekker te buiten in wat mijn voorstellingsvermogen te buiten gaat!

 Ceciel Fruijtier, 29 Oktober 2013

 

Ceciel Fruijtier onderneemt sinds 2007 vanuit haar bedrijf Fruijtier tekst&advies. Zij redigeert en herschrijft teksten die in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn. Zoals blogs, artikelen en beleidsstukken. Daarnaast geeft zij tekstadvies en individuele schrijftrainingen. Als tekstredacteur stelt zij zich ten doel zinvolle informatie toegankelijk te maken, zodat die zijn weg in de wereld vindt. www.zodatuwboodschapoverkomt.nl

Vrijheid is geluk?

Gister sprak ik iemand die vrijheid gelijkstelde aan geluk. Inderdaad heb ik mij erg gelukkig gevoeld op momenten dat ik intense vrijheid ervoer. Op een bergtop of aan zee. Maar ik denk dat volledige vrijheid een mens erg ongelukkig maakt.

Mijn gedachten vlogen terug naar een moment vlak na mijn studie. Een goede vriendin van mij, ook net afgestudeerd, verbrak de relatie met haar vriend. Zij was enkele jaren daarvoor bij hem ingetrokken. Ik zei tegen haar: dit moment in je leven is uniek! Je bent volledig vrij: je hebt nog geen werk, je hebt geen relatie en je hebt geen huis. Je bent voor het eerst in je leven volledig vrij! Je kunt alle kanten op! Mijn vriendin vertrok zwaar gedeprimeerd naar haar ouderlijk huis…

Ik denk dat de keuze voor gebondenheid een mens gelukkig maakt. De keuze voor een relatie met een partner, een werkgever, een sportclub, een geloofsgemeenschap, een netwerk. De keuzes voor relaties die zin geven aan je bestaan. Misschien is dat wel één van de definities voor geluk: gebondenheid uit vrije keuze.

 

Ceciel Fruijtier, 11 Januari 2013

gedachten op de vrijdagmorgen

Vrijheid betekent ieder moment

Als alumnus kreeg ik een uitnodiging voor een nieuwjaarsbijeenkomst van Van Ede & Partners Amsterdam. En ik werd aan het denken gezet: ik werd tevens uitgenodigd mijn persoonlijke omschrijving van geluk op papier te zetten. Al strijkend maakte ik een vergissing: ik filosofeerde over vrijheid in plaats van geluk. Zoals vaker het geval is, leverde een vergissing een nieuwe invalshoek en een verfrissend inzicht. Ik kwam op het volgende:

vrijheid betekent ieder moment
je bewust zijn van de automatische piloot
en ervaren dat je een keuze hebt

Intrigerend woord, betekenen. Het voorvoegsel ‘be-‘ geeft aan dat het eraan gekoppelde werkwoord ergens betrekking op heeft.* Kijk maar naar de werkwoorden begieten, bekijken, beschieten. Het gieten, kijken, schieten is ergens op gericht. Ook betekenen is ergens op gericht. Je tekent ergens op. Dat kan letterlijk maar ook figuurlijk. In figuurlijke zin ben je met betekenen bezig om ergens een betekenis aan te geven.

Vrijheid betekent ieder moment. Inderdaad: vrijheid geeft ieder moment kleur aan het bestaan, en dat is van grote betekenis. Vrijheid maakt ieder moment anders dan datzelfde moment zou zijn indien er sprake is van onvrijheid. Best een mooie oefening misschien: op verschillende momenten erbij stilstaan hoe hetzelfde moment eruit zou zien bij onvrijheid. Ik denk dat we de vrijheid waarover we beschikken dan veel meer gaan waarderen.

Je bewust zijn van de automatische piloot. Dat is niet makkelijk! De automatische piloot betekent juist, dat we ons van dat moment niet bewust zijn! Toch is het mogelijk een waarnemer in jezelf te ontwikkelen. Zodat je je ervan bewust wordt, op de automatische piloot te handelen. Dat creëert een enorme vrijheid. Het creëert namelijk keuzevrijheid: de keuze om te doen wat je automatisch aan het doen bent, of ervoor te kiezen op een andere wijze te handelen.

Ervaren dat je een keuze hebt. Dat is misschien helemaal niet zo leuk. Dat creëert namelijk direct een enorme verantwoordelijkheid: je moet ieder moment opnieuw antwoord geven op de vraag of je het ermee eens bent! Eens met wat? Met wat je aan het doen bent, en met de manier waarop. Dat lijkt het leven erg ingewikkeld te maken. Een mindfulness-maatje die deze keuzevrijheid ontdekte, raakte helemaal in de war en haar ritme kwijt.

Ervaren dat je continu een keuze hebtalles wat vanzelfsprekend was, is dat opeens niet meer. Akelige zaak? Het maakt je verantwoordelijk voor jezelf: je moet jezelf plotseling allemaal antwoorden geven op vragen die je jezelf misschien liever niet stelt. Erich Fromm schreef niet voor niets zijn bekende boek ‘Angst voor de vrijheid’. Misschien moet ik dat boek nu eindelijk eens gaan lezen. Maar ik wil eerst nog andere boeken lezen. Dat doe ik automatisch, maar ook dat is een keuze… Angst voor de vrijheid? Vrijheid betekent immers ieder moment…

Ceciel Fruijtier**, 9 Januari 2013

 

* Van Dale, Groot woordenboek van de Nederlandse taal, 2005: ‘be-‘ als voorvoegsel in van onoverg. ww. afgeleide onafscheidbare overg. ww. ter aanduiding dat de door het grondwoord genoemde handeling op de door het voorwerp genoemde zaak gericht is.

** Ceciel Fruijtier onderneemt sinds 2007 vanuit haar bedrijf Fruijtier tekst&advies. Zij redigeert en herschrijft teksten die in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn. Daarnaast geeft zij tekstadvies en individuele schrijftrainingen. Als tekstredacteur stelt zij zich ten doel zinvolle informatie toegankelijk te maken, zodat die zijn weg in de wereld vindt. www.zodatuwboodschapoverkomt.nl

Druk

“Jullie hebben de horloges, wij hebben de tijd,” aldus een Afrikaans gezegde. Dat hebben ze in het zuiden raak opgemerkt: hier in het noorden schijnen we het altijd druk te hebben. Waarom doen we dat? We lijken het niet leuk te vinden. Ik hoor tenminste bijna iedereen om me heen daarover klagen. Het lijkt wel een ziekte waarmee iedereen in de westerse wereld is besmet.

Volgens een vriend van mij maken we ons druk omdat we één en ander willen onderdrukken. Wat dat één en ander is? Kan van alles zijn: onbehagen, onvrede, frustratie, verdriet. Dat voelen we liever niet en dus richten we onze aandacht op andere zaken. Dat doe je door je druk te maken. Dan kom je simpelweg niet meer toe aan hetgeen je aan het onderdrukken bent.

Een vriendin van mij daarentegen, zegt als er een karwei geklaard moet worden: “Je moet je even kwaad maken, dan is het zo gepiept.” Een beetje druk op de ketel, dan kun je een hoop werk verzetten. Dat besef is sinds het stoommachine tijdperk tot ons taalgebruik doorgedrongen. Maar ook, dat je af en toe even stoom af moet blazen.

Dat laatste lijkt ons minder goed af te gaan dan ons druk maken. Waarom willen we zoveel werk verzetten? Leeft er zoveel in ons waarbij we niet stil willen staan? Of zijn we in de greep van het waarde is prestatie denken? Het kapitalisme in ultimo: als je meer presteert ben je meer waard.

We lijken te zijn vergeten dat de boog niet altijd gespannen kan zijn. Als een boog altijd gespannen is, verliest hij zijn functie. Dan kan ie niet meer ontspannen en verliest zijn veerkracht. Zo wordt een uiterst doeltreffend werktuig nutteloze ballast, rijp voor het kampvuur.

Sinterklaas heeft zijn hielen nog niet gelicht, of de kerstboom komt van zolder. Die de dag na kerst direct moet worden afgebroken. En mijn zoontje wil dit jaar zo graag óók lichtjes in de tuin, net als de buren. Kortom: ik moet deze blog gauw plaatsen, want ik heb het druk.

Waar maken we ons zo druk om?

Ceciel Fruijtier, 12 december 2012

Ceciel Fruijtier onderneemt sinds 2007 vanuit haar bedrijf Fruijtier tekst&advies. Zij redigeert en herschrijft teksten die in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn. Zoals blogs, artikelen en beleidsstukken. Daarnaast geeft zij tekstadvies en individuele schrijftrainingen. Als tekstredacteur stelt zij zich ten doel zinvolle informatie toegankelijk te maken, zodat die zijn weg in de wereld vindt. www.zodatuwboodschapoverkomt.nl

Geniaal zijn is gek?

Onlangs was ik bij een lezing van Tijn Touber over het geheim van genialiteit¹. Hij vertelde dat het woord geniaal afkomstig is van het Latijnse woord genius. Wikipedia meldt dat dat voortbrenger betekent. Volgens de Romeinen had iedere man zijn eigen genius. Een onzichtbare beschermgeest, een hoger wezen, die al het geschapene behoedde en bewaakte. Het schijnt zelfs, dat men de genius van iedere mens beschouwde als de oorzaak van zijn geboorte. Gek is dat?

Wanneer een Romein een ingeving van zijn genius meende te horen, gaf hij daar direct gehoor aan. Daarmee gaf hij zijn genius meer invloed op zijn leven dan enige andere god. Die andere goden hielden zich tenslotte met allerlei mensen en zaken bezig, terwijl de genius van iedere mens zich specifiek richtte op die ene mens alleen. Zo bezien lijkt het niet gek om naar je genius te luisteren. Je zou toch gek zijn om niet naar een beschermengel te luisteren die speciaal op jou let?

In het Nederlands gebruiken we het woord genius alleen nog in het gezegde ‘Hij heeft zeker een kwade genius’. De positieve kant van de genius komt in ons taalgebruik niet voor en zijn we kennelijk vergeten. De Calvinistische Nederlander lijkt ook niet erg van genialiteit te houden. “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.” In ons platte landje houden we er niet van als iets of iemand boven het maaiveld uitsteekt. Dat is eigenlijk best gek.

Vertrouwen

Terug naar de lezing van Tijn. Wat is nou het geheim van genialiteit? Einstein omschreef dat als volgt: “Eerst moet je het vertrouwen hebben dat er een eeuwige wereld is die onafhankelijk is van jou. Vervolgens moet je vertrouwen hebben in je vermogen om die waar te nemen. Uiteindelijk moet je deze zien te vangen in concepten.” Je moet dus vertrouwen dat zonder jouw inspanningen de wereld niet vergaat. Oftewel: het streven naar controle en (be)grip loslaten. Vervolgens is het niet een kwestie van je inspannen om op een geniaal idee te komen, maar gek genoeg een kwestie van je ontspannen om een geniaal idee te kunnen krijgen.

– Krijg nou wat. Heb ik járenlang ingespannen mijn best gedaan om e.e.a. te begrijpen….. dat had ik dus juist níet moeten doen?! Géniaal. Krijg nou wat… –

Genialiteit is dus gebaseerd op vertrouwen. Niet gek: we kennen allemaal de verlammende werking van de angst. Als angst de dood is van creativiteit en ieder geniaal idee, is het logisch dat vertrouwen juist de geboorte daarvan met zich meebrengt. Zo lijkt de verdienste van het genie diens vertrouwen in de wereld en zichzelf, gekoppeld aan zijn vermogen handen en voeten te geven aan het idee. Niet het idee zelf. Zo schijnen veel genieën ook op hun werk terug te kijken. “Ik heb het alleen maar opgeschreven”. Het idee is er al; het genie is slechts de vertaler, de opschrijver, de vormgieter, het doorgeefluik. Gek idee?

Geniaal in de praktijk

Neem nou Tesla, één van de grootste ingenieurs en uitvinders aller tijden, de ontdekker en stroomlijner van het gebruik van electriciteit. Hij zag het allemaal voor zich. “Zonder ooit een schets te tekenen kan ik de maten van alle onderdelen aan instrumentmakers geven. Eenmaal gemaakt passen al die onderdelen, alsof ik de bouwtekeningen echt gemaakt zou hebben.” Alle details. Gek werd hij er soms van. Hij kreeg toevallen: een overvloed aan ideeën viel hem toe. Soms te veel om te kunnen verwerken. Hij werd de gekke geleerde genoemd. Ik vraag me af of hij nou zo’n ontspannen kerel was. Maar hij was niet gek, toevallig.

Als je iets geniaals bedacht of gedaan hebt, kom je tegenwoordig in aanmerking voor de Nobelprijs. Die wordt gefinanciëerd uit de rente van het kapitaal dat Alfred Nobel met zijn wapenfabrieken vergaarde. Nobel wilde niet herinnerd worden als de man die rijk werd omdat hij uitvond hoe je sneller dan ooit meer mensen kunt doden. Hij besloot dat op zijn sterfdag jaarlijks vijf prijzen moeten worden uitgereikt aan hen “die in het afgelopen jaar aan de mensheid het grootste nut hebben verschaft.” De Nobelprijs wordt nu gezien als de hoogste wetenschappelijke onderscheiding. Hét symbool van genialiteit. Wapens uitvinden waarmee de mensheid elkaar effectief kan uitmoorden. Gek: dat was geniaal?

Ceciel Fruijtier, 11 oktober 2012

¹) Van harte aanbevolen:
Tijn Touber, 2012: Het geheim van genialiteit- ontdek het genie in jezelf
ISBN: 9789400501584