Ieder tijdperk kent zijn eigen ziektes. Is het tijd voor nieuwe remedies?

Na een drukke werkdag kijk ik ter ontspanning naar een concert van mijn favoriete Iraanse zanger: Dariush. Zijn muziek kenmerkt zich door kritische teksten. Dat leidde tijdens het regime van Mohamad Reza Pahlavi, de Shah van Iran, vele malen tot gevangschap. Variërend van een paar dagen tot een paar maanden. Sinds 1979 woont Dariush in ballingschap in Californië. Maar wat de man met name interessant maakt is het volgende: behalve artiest was hij zwaar verslaafd aan harddrugs.

In 2000 heeft Dariush zich laten opnemen in een kliniek, een once in a lifetime experience met grote impact. Sindsdien is hij vrij van drugs. Als filantroop verricht hij nu missionaris werk. Enerzijds informeert hij verslaafden hoe zij van hun verslaving af kunnen komen. Anderzijds probeert hij het publiek een nieuwe kijk te geven op drugsverslaving en de problematiek daaromheen. Dariush ziet drugsverslaving als een ziekte. Als je ziek bent moet je hulp zoeken en je laten behandelen. Verslaafde mensen zijn niet crimineel. Zij horen niet te worden gestraft en achter tralies gezet, maar te worden geholpen.

Welke ziektes zijn typisch voor deze tijd? Kunnen we Dariush’ zienswijze volgen en de ziektes van nu benoemen zodat ze behandeld kunnen worden? Ik ga een poging wagen:

  1. Sociale media verslaving

Inmiddels zijn naast afkickcentra voor alcohol- en drugsverslaafden centra’s in opkomst voor sociale media verslaafden. Echt waar. We willen alles weten en zijn oh zo bang dat ons iets ontgaat. We willen ons laten zien en vooral: gezien worden.

Op sociale media verslaving rust een behoorlijk taboe. Wij durven dat niet zo makkelijk te benoemen laat staan ons daarvoor te laten behandelen. Maar het is in onze maatschappij een steeds groter wordend probleem.

  1. Contactverlies met onszelf, de ander en de samenleving

Dit werd zeer treffend en pijnlijk geformuleerd door de voorzitter van de Raad van Commissarissen van de ABN AMRO, de heer Rik van Slingelandt. Tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer gaf hij deze week zeer eerlijk toe dat het bestuur van de bank zich onvoldoende bewust was van het maatschappelijke sentiment rond de salarisverhoging van de RvB van de bank.

Dat bestuurders in ivoren torens leven kan leiden tot gevaarlijke situaties. We moeten echter stoppen onze bestuurders te demoniseren. Wat ze nodig hebben is een helpende hand: laten we hen bij wijze van therapie een training blikverruiming aanbieden en niet afserveren als rotte peren.

  1. Foutenfobie

We leven in een tijd waarin van ieder van ons niets minder dan buitengewone prestaties worden verwacht. Je moet sterk, sexy en knap zijn en vooral geen fouten maken. Ziek, zwak en misselijk zijn is niet cool. Je bent alleen interessant wanneer je met positieve berichten komt. Samen met de steeds groter wordende claimcultuur zie je de samenleving als geheel spastische trekjes gaan vertonen. Zo zie je op TV steeds vaker dat bestuurders hun fouten niet durven toe te geven uit angst direct te worden neergesabeld.

Je léért door fouten te maken, door veel te oefenen met vallen en opstaan. Wanneer je jezelf als individu en samenleving geen fouten permitteert, ontneem je jezelf de kans tot bloei en ontplooiing. Dan sta je als individu en samenleving stil. Willen we vooruitgaan, dan moeten we aanvaarden dat we fouten maken en bij fouten niet meteen het hoofd van de schuldige opeisen. We moeten van onze fouten leren en veel liefdevoller zijn naar onszelf en anderen wanneer fouten worden gemaakt. In Afrika waar genocide heeft plaatsgevonden, heeft men met succes als verzoening therapie ingezet. Wellicht iets voor ons?

  1. Geen vetzucht maar hebzucht

We kennen de verschillende vormen van obesitas en anorexia. Op deze aandoeningen rust steeds minder een taboe. Maar: er zijn nieuwe vormen van obesitas en anorexia die nog niet bespreekbaar zijn. Daarom zijn er nog onvoldoende behandelmogelijkheden beschikbaar. Ik heb het over hebzucht.

Wie lijden aan hebzucht? Mensen die boven proportioneel op een onverantwoorde manier met hun welvaart omgaan of juist diegenen die aan de onderkant dreigen te verdwijnen door armoede en gebrek aan perspectief. We kunnen deze mensen criminaliseren door te zeggen ‘dikke bult eigen schuld’ of ‘had je niet rijk of arm moeten zijn.’ Dikke pech? Of bieden wij hen een helpende hand?

  1. Selectief collectief geheugen

We kennen verschillende dimensies, zoals ruimte en tijd, waarin wij onze beelden vormen. Er lijkt een nieuw type dimensie te zijn ontstaan: ons collectief geheugen wist selectief bepaalde gebeurtenissen uit onze opslagkamer. Door onze geschiedenis in deze nieuwe dimensie te plaatsen, lijken we niets van het verleden te leren. In de volksmond zegt men: de geschiedenis herhaalt zich.

Kijk naar het recente verleden: het ABN AMRO debacle, de AHOLD affaire, de ondergang van Barings Bank, IceSafe Bank, de bouwfraude, en vul het lijstje maar aan. Iedere keer zeggen we mea culpa en beloven we beterschap door meer en beter toezicht. En vervolgens gaan we vrolijk op dezelfde weg door alsof er niets gebeurd is.

  1. Some body else disease – een nieuwe vorm van hallucinatie

Dit is een hardnekkige ziekte die veel slachtoffers eist. Ongeacht je beroep, opleiding en je sociale klasse, van Rotary Club tot aan het klaverjasgroepje in het dorpshuis: we lijden allemaal aan deze enge ziekte. Als dingen goed gaan heb IK het gedaan, mijn EGO. Alles wat fout is en fout gaat is de schuld van iemand anders.

Er lijkt werkelijk sprake van een pandemie op wereldniveau. Ik durf te zeggen dat dit de grootste bedreiging is van het menselijke bestaan op deze aarde. Hier gaat het echt om. Wanneer ik met één vinger naar een ander wijs, moet ik me realiseren dat ik met de drie andere vingers naar mijzelf wijs. De ander ben jezelf.

  1. Problemen met werkzaamheden met een repetitief karakter

Het is bekend dat zowel ons lichaam als ons brein door middel van herhaling steeds behendiger worden. Denk bijvoorbeeld aan strafschoppen nemen, een voordracht houden of vioolspelen. Door deze nieuwe aandoening lijken we echter juist steeds minder goed in staat gelijke situaties te herkennen en die ook gelijk te behandelen. Dat terwijl we denken in principe uit te gaan van het gelijkheidsbeginsel, ‘gelijke monniken, gelijk kappen’.

Ter verduidelijking geef ik een paar voorbeelden:

  • Dezelfde uitspraken kunnen door ons totaal verschillend worden geïnterpreteerd. Zoals bijvoorbeeld een uitspraak van Jean-Marie Le Pen en Mahmoud Ahmadinejad (voormalig president van Iran). Beide heren beweren dat de Holocaust slechts een detail in onze geschiedenis is. Bij deze uitspraak van de één worden we angstig en boos, bij deze uitspraak van de ander halen we meewarig onze schouders op.
  • We kunnen steeds moeilijker onze vrienden en vijanden onderscheiden. Was Saddam Hussein onze vriend of onze vijand? In 1983 schudde Donald Rumsfeld, speciaal gezant van de Verenigde Staten, hem vriendschappelijk de hand tijdens de gezamenlijke campagne tegen Iran. In 2006 knoopten ze hem op.
  • Zien we religie als een weg om mensen in vrede naast elkaar te laten samenleven of juist als bron van ellende? Wanneer we zelf ons geloof belijden, ervaren we dat als vermaning tot naastenliefde en ‘goed gedrag’. Als een ander zijn geloof serieus neemt, zien we dat als een ernstige bedreiging.
  • IMF en de Wereldbank moeten van tijd tot tijd hulp verlenen aan landen die met faillissement worden bedreigd. Het eerste wat deze organisaties doen is het bevriezen van de hoeveelheid geld die op die markt is: zij staan de betreffende nationale banken niet toe om extra geld in omloop te brengen. Maar wanneer we zelf in een dergelijke situatie komen geldt dit verbod niet.

U zult begrijpen dat de lijst van nieuwe ziektes zeer omvangrijk is. Het ligt niet in mijn bedoeling hier een volledige lijst te presenteren. En ik kan me goed voorstellen dat u moet lachen wanneer u dit artikel leest, en mij voor gek verklaart. Ik word wel vaker voor gek versleten vanwege mijn gekke ideeën. Ook een ziekte waarvan ik me zeer bewust ben. Maar maak u vooral geen zorgen over mijn geestelijke toestand. Ik ben ondernemer: ik onderneem met nieuwe ideeën. Ik kan me voorstellen dat u door het lezen van dit artikel op het idee komt een nieuwe (private) kliniek te starten, gespecialiseerd in één van de nieuwe ziekten. Als u daarover wilt brainstormen: u bent van harte welkom, mijn tarief is voor elke portemonnee betaalbaar.

 

Shahram Bahraini, 16 april 2015

Niet lullen maar regeren

Op de werkvloer zeggen ze “niet lullen maar poetsen”. Dat geldt wat mij betreft ook voor onze regering: niet lullen maar regeren. De regering heeft voor 4 jaar getekend en daaraan hebben ze zich te houden; het kabinet laten vallen is absoluut niet acceptabel. Bij ieder wisse wasje het kabinet ontbinden is niet meer van deze tijd. Deze hete aardappel moet nu worden opgegeten, het uitschrijven van nieuwe verkiezingen lost de zaak niet op.

Dus leden van het kabinet: wees een vent/vrouw en doe je werk. Van wachtgeld leven en thuis op de bank verpieteren is niet zalig makend. Het land moet geregeerd worden en we kunnen het ons niet permitteren om iedere 2 jaar weer verkiezingen uit te schrijven, met tussendoor een half tot heel jaar een stuurloos land. Wees verstandig en blijf zitten waar je zit. Bij goede tijden een leider, ook bij mindere tijden leiding geven.

Een democratisch land
28 jaar geleden, toen ik als 17-jarig jochie in het centrum van Amsterdam belandde, boden de gemeente en de regering mij ook geen bed, bad, breakfast, brood en borrel. Ik sliep 9 maanden op een bed in een kamer die sinds 1940 een schuilplaats had geboden aan Joden, Hongaren, Tsjechen, Tamils uit Sri Lanka, Chilenen, Vietnamezen. Allemaal mensen in nood met een verhaal. Een kamer die mij werd geboden door een burger van dit land. Het helpen van anderen is een keuze. De één doet het en de ander niet, en wat mij betreft is dat allebei prima. Wij leven in een democratie en ieder heeft zijn eigen mening. We moeten elkaars mening respecteren van rechts tot links.

Een paar maanden geleden liep ik in de buurt van het Vondelpark met een ex politicus van Amsterdam, laten we hem Jan noemen. Een Afrikaanse man op de fiets, ik schatte hem rond de 60, spreekt me aan en vraagt hoe het met mij gaat. Ik antwoord dat het mij goed gaat. En hoe gaat het met hem? Hij antwoordt: “Slecht. Heb je 2 euro voor mij?” Zonder aarzeling open ik mijn portemonnee en geef de beste man 2 euro. Hij bedankt me en zegt dat hij nu een broodje gaat kopen. Ik ben van binnen intens blij. Dit was de beste daad van de dag, mijn dag kan niet meer stuk. Jan vraagt waarom ik deze man zonder verdere vragen te stellen 2 euro gaf? Hij laat het niet bij die vraag maar geeft mij bovendien een uitbrandertje: door mijn toedoen stimuleer ik mensen lui en arm te blijven! Die man moet niet bedelen maar gaan werken voor zijn brood!

Anderen helpen is een keuze
Nou, daar sta je dan. Ik kijk Jan even aan en vraag of hij mijn antwoord echt wil horen. Ja hoor, onze Jan is een stoere Hollandse bink die heel goed weet hoe de wereld in elkaar zit, hij heeft het allemaal goed op een rijtje. Ik probeer mijn opgetogen gevoel even los te laten om mijn antwoord goed te formuleren:

“Dit was de grootste kans die vandaag op mijn pad kwam om iets goeds te doen. Zomaar uit het niets. Dit was mijn grootste kans om iets goeds te doen met alle welvaart die ik bezit. Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik in staat ben gehoor te geven aan zijn oproep. Ik zie geen reden waarom ik het niet zou doen; die twee euro kan ik makkelijk missen. Bovendien geloof ik: hoe meer ik geef, hoe meer kansen en mogelijkheden op mijn pad komen.

Naar mijn overtuiging heb ik daar mijn huidige leven, inkomen en status volledig aan te danken. In mijn ervaring gaan de kosten voor de baat uit: wie geeft, krijgt ook. Ik ben zelf niet lui en zie geen redenen waarom anderen lui zouden zijn. Bovendien ben ik geen expert in het beoordelen of mensen lui zijn of niet, zeker niet in een split second. Sterker nog: als mensen besluiten om lui door het leven te gaan en jokken, is dat niet mijn probleem. Dat is hun probleem. En wie ben ik om mensen de les te lezen?”

Dus of de regering een matras, een emmer water met een broodje pindakaas verschaft of niet: mijn deur is open en ieder die daarop een beroep doet probeer ik naar vermogen te helpen. Zo simpel is dat. En nu beste regering: aan het werk. Niet lullen maar regeren.

 Shahram Bahraini, 17 april 2015