Slecht nieuws is goed nieuws?!

Geen nieuws is goed nieuws, dat weten we allemaal. Zolang je niks hoort zit het goed. Als er een ramp is gebeurd, hoor je dat immers snel genoeg. Ouders wiens kinderen voor het eerst alleen naar school fietsen, alleen een avond uitgaan of voor het eerst alleen op vakantie gaan, stellen zichzelf en elkaar steeds opnieuw gerust met die bekende woorden “geen nieuws is goed nieuws”.

Dat geen nieuws ook goed nieuws is vanuit media-optiek, kan mij echter hogelijk verbazen. “We onderbreken nu het sportnieuws, want er is nieuws uit Den Haag”. “Ja, inderdaad Twan, kijk maar even mee. Zojuist sprak ik Meneer X. Zoals hij eerder op de avond ook al zei, wil hij nog steeds niets zeggen.” Hele nieuwsuitzendingen en -avonden kun je daarmee vullen.

Geen nieuws is dus in alle opzichten goed nieuws. Maar slecht nieuws lijkt journalistiek gezien het allerbeste nieuws. Zet het journaal aan, sla de krant open, kijk op nu.nl of lees teletekst: vooral slecht nieuws. Er staat niet “ Winst X procent gestegen“, maar “Minder winststijging dan verwacht“. Nou kan dat voor de business wellicht slecht nieuws zijn, als daadwerkelijk op een hogere winst werd gerekend. Maar doelstellingen liggen vaak wat hoger dan realistisch is, want zodoende schijn je een beter resultaat te bereiken.

Van de week las ik dat de lucht in Nederland de afgelopen jaren schoner is geworden, maar dat de normen voor fijnstof en stikstofdioxide op een aantal plaatsen niet zijn gehaald. “Normen fijnstof niet gehaald” staat dan als kop op teletekst, in plaats van “Lucht Nederland schoner geworden“. Onder de kop “Meer geweld tegen hulpverleners” valt te lezen dat het geweld tegen mensen met een publieke functie gemiddeld gelijk is gebleven, en dat uit de cijfers blijkt dat het ziekteverzuim door geweld minder is dan 1 procent. Wel schijnt in bepaalde sectoren het vooral verbale geweld te zijn toegenomen.

Zou dat nou echt zo zijn, of zou het verbale geweld vaker worden gemeld en beter worden geregistreerd dan voorheen? In ieder geval vermeldt hetzelfde stuk dat Minister Plasterk vindt dat de afspraken over het doen van aangifte en het registreren van incidenten nóg beter moeten worden nageleefd. Voer voor slecht nieuws.

Soms is het vrij absurd, welke negatieve wending creatieve journalisten nog aan positief nieuws weten te geven. Om bij bovenstaand voorbeeld aan te haken: als het geweld gemiddeld gelijk is gebleven, waarbij het verbale geweld in bepaalde sectoren is gestegen, impliceert dat wellicht dat in andere sectoren het lichamelijke geweld is afgenomen…? Het resultaat van de continu negatieve berichtgeving: Nederland is veiliger dan ooit tevoren, maar we hebben ons nog nooit zo onveilig gevoeld.

Slecht nieuws schijnt men journalistiek gezien dus goed nieuws te vinden. Een afgebrand filiaal komt in het nieuws, de opening van een prachtig nieuw filiaal niet. In de krant lezen we dat het aantal zwarte kraaien in Nederland afneemt, niet dat het aantal spechten en koolmezen ongelooflijk is toegenomen. Enz. Waarom is dat? Kennelijk vernemen we graag slecht nieuws?

Mopperen ligt in onze volksaard, zo legde een oude dame haar Amerikaanse schoondochter onlangs uit. Bij geklaag en kritiek voelen we ons thuis. Daarmee maak je op de bushalte makkelijk contact en ook kun je er veel kiezers mee winnen. Complimenten geven en ontvangen vinden wij Nederlanders daarentegen uiterst ongemakkelijk. En goed nieuws? Daar schijnen we ons goed op voor te moeten bereiden. Jemig wat levert dat een hoop stress en drukte op, kijk maar om je heen. Het is bijna kerstmis.

Nog even en de dagen gaan weer lengen. Het licht keert weer terug in de wereld. We zijn in afwachting van een blijde boodschap, en daar bereiden we ons ieder jaar weer druk op voor. Ik wens iedereen een fijne kersttijd toe!

Ceciel Fruijtier, 18 december 2013

Ceciel Fruijtier onderneemt sinds 2007 vanuit haar bedrijf Fruijtier tekst&advies. Zij redigeert en herschrijft teksten die in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn. Zoals blogs, artikelen en beleidsstukken. Daarnaast geeft zij tekstadvies en individuele schrijftrainingen. Als tekstredacteur stelt zij zich ten doel zinvolle informatie toegankelijk te maken, zodat die zijn weg in de wereld vindt.  www.zodatuwboodschapoverkomt.nl

“De Schietpatroon” van het Boheemse Woud

Op 30 april 2009 gingen we naar Praag om bij mijn broer de Heksennacht te vieren. Dat is in Tsjechië een oude traditie. Overal op het land branden vuren, mensen lopen met fakkels en vrouwen verkleden zich als heksen. Niemand weet precies waarom men het doet, niemand weet wat men doet, men doet het gewoon en met plezier.

Ondanks het hoog oplaaiende vuur in de tuin van mijn broer, vatte ik in deze ‘Walpurgische nacht’ kou en de volgende dag in de auto naar ons huis in Zuid-Tsjechië voelde ik me grieperig. Drie dagen in bed gelegen, open haard aan, eindelijk lang gelezen en veel gemijmerd. Ontspannen en rustig in mijn hoofd verliet ik uiteindelijk mijn ziekbed en begon me over de praktische zaken te bekommeren, zoals gras maaien, lekkages wit oververven, motorzaag repareren, kortom de verplichtingen van een buitenhuiseigenaar. Ik verheug me er nooit op, maar eenmaal bezig, vind ik er plezier in.

In de namiddag van die dag reed ik door de prachtige natuur van het Boheemse Woud naar het nabijgelegen dorp, waar onze huisopzichter Honza woont. Honza is een handige en praktische man, waarmee ik in de loop der jaren bevriend raakte en die als opzichter en probleemoplosser eigenlijk onmisbaar is geworden. Hij is van een soort die altijd positief is en bij wie je op elk moment van de dag of nacht kunt aankloppen. Nooit heb ik hem erop kunnen betrappen dat hij blijk gaf van haast of liet merken dat hij betere zaken te doen had dan zich met mij bezig te houden. Nooit zie ik een verstarde glimlach of paniek in zijn ogen bij mijn aankomst.

Dit keer ging het net zo. Ik trof een vrolijk gezelschap aan: Honza en zijn vrouw Perla, en zijn buurman Ladja met zijn corpulente echtgenote met een kind aan haar borst en nog veel kroost dat om haar krioelde. Op tafel sliwowitz, bier, worst en spek, de gebruikelijke versnaperingen in deze contreien.

Drink wat met ons! riep Honza. Mijn excuses van griep en vermoeidheid werden als slap gepraat van de hand gewezen. Ladja knipoogde naar me, keek veelbetekenend naar zijn vrouw, het archetype van vruchtbaarheid en mompelde: ‘Zo moet je de griep weghouden’.
Na drie sliwowitz veranderde het gespreksthema en de mannen begonnen hun oude herinneringen op te halen, over hun soldatenleven en over andere heldendaden. Voor mij  onbekend terrein, maar om met het gesprek mee te doen, zei ik dat ik nog nooit met een geweer geschoten had. Na een moment aarzeling zei Ladja daarop: Kom ‘we gaan schieten’.

Bij zijn schuur aangekomen, opende hij de poort, deed het licht aan en liet me met trots zijn blinkende geweren zien. Hij bevestigde op een afstand van ongeveer twaalf meter een kleine schietschijf. Hij schoof een cartridge met vijf patronen in de lader en demonstreerde een aantal bewegingen die me aan oude oorlogsfilms deden denken: naar voren, links, rechts en weer naar voren en nu…. schieten!

Na mijn eerste schot schudde Ladja afkeurend zijn hoofd. ‘Je moet door de telescoop kijken’. Ik produceerde een schaapachtige glimlach, welbewust van mijn rol hier: een aardige, onpraktische man, een beetje schlemiel uit het Westen die op een onbegrijpelijke manier aan zijn kost komt. Bij de resterende schoten probeerde ik de bewegingen te maken die van me verwacht werden en keek ik inderdaad door de telescoop. Na het derde schot begon ik er genoeg van te krijgen, maar ik dacht: doorschieten, het is zo voorbij.

Toen ik klaar was, zag ik dat de uitdrukking op Ladja´s gezicht ongeloof en verbazing vertoonde, zelfs een beetje angst. We liepen naar de schietschijf en ja, alle vijf schoten waren in de roos, niet verder uit elkaar dan de ruimte van een eurocent. Ladja en Honza werden stil en wisten zich geen houding te geven. Het is namelijk onmogelijk! Zelfs een winnaar van de Olympische Spelen zou dit niet voor elkaar gekregen hebben. En dan ik: nog nooit met een geweer geschoten en dan dit resultaat!

Het was nu de beurt van mijn buren. Ze schoten normaal, 3,6,7, zoals verwacht mag worden na twintig jaar lidmaatschap van een schietvereniging. We keerden terug naar de vrouwen en sliwowitz, maar de stemming was veranderd. De enige die nog vrolijk en opgetogen was, was de elfjarige zoon van Ladja, die ook getuige was geweest van mijn Wilhelm Tell-achtige prestatie. Ik was zijn held.

Wat is nu de wijsheid? Wat moet hier onder ogen gezien worden? Is dit toeval? Dat is eigenlijk onmogelijk, lijkt het. Eén, twee keer misschien, kun je toevallig raak schieten, maar niet vijf keer. Is schieten mijn talent, mijn gave misschien? Dat geloof ik niet. Ik ben ervan overtuigd dat ik bij een eventuele herhaling van deze exercitie waarschijnlijk niet eens de schietschijf raak. Wat was er dan aan de hand?

Zou het kunnen zijn dat mijn innerlijke houding optimaal was? Geen ambitie, geen ego. niets willen, niets bewijzen. Onlangs hoorde ik Joseph Jaworski zeggen: ‘There is no time in the universe’. Als ik terugdenk aan het schietmoment, kan ik een dergelijk gevoel terughalen, ontspannen. Ik hoor een soort gesuis in mijn oren, een gevoel van flow alsof de tijd werkelijk stopte toen ik de trekker overhaalde. Dat was de sliwowitz, zegt de cynicus. Ik hou het op een heilig moment, een wonder.

Het wonder is blijkbaar weinig kieskeurig wat de locatie, handeling en de hele setting betreft. Misschien had ik liever gewild dat het wonder zich anders aan me openbaarde, bij het zingen, met een cliënt of met een geniale inval. Maar nee, het gebeurde bij het schieten in de schuur bij Ladja.

Victor Müller, Cadaques 9 juli 2009
www.victormuller.nl