Een gewaardeerd tussendoortje – een ongekend perspectief

Prachtige beelden glijden in vogelvlucht voorbij. Een ultralichte camera bevestigd op de rug van een brandgans toont ons Europa vanuit een ongekend perspectief. Venetië, de kliffen van Dover, de Hollandse bollenvelden: het is alsof je zelf over de aarde scheert. Een duikende visarend, de vlucht van een zwaluw, een koppel ooievaars dat elkaar na lange tijd begroet. Het is werkelijk genieten, zó schitterend in beeld gebracht. De indrukwekkende beelden worden vergezeld door een gedragen commentaarstem.

Het is die stem die op een gegeven moment de aandacht van de beelden afleidt. “De arend is keihard op zijn nummer gezet door een ordinaire kraai.” Jemig zeg, daar rollen de nodige vooroordelen ongevraagd de huiskamer binnen. “Ze vertrouwen op hun navigatiesysteem.” Goh, zou een vogel dat ook zo ervaren? Alsof ook vogels afhankelijk zijn van een TomTom?! Vogels nemen de wereld zintuiglijk anders waar dan wij. “De gevonden veertjes vormen een gerieflijke stoffering van hun nest” en “Ze zijn er perfect op gekleed.” Nu begint het hilarisch te worden. “Ze hebben een afspraak en ze moeten op tijd komen.”

Ik zie de helft van de beelden niet meer want ik zit driftig mee te pennen. Het is ongelooflijk hoe het perspectief van de mens zonder enige terughoudendheid op de in beeld gebrachte vogels wordt geprojecteerd. Sommige opmerkingen zijn in mijn ogen extremer dan ander commentaar. Maar, zo bedenk ik me, misschien is ál het commentaar wel even wezensvreemd. “Ze perfectioneren hun dans” vind ik zo gek niet klinken, want dat komt overeen met hoe ík naar de baltsende pelikanen kijk die maar blijven springen en “hun best doen”. Dat ik dit commentaar minder wezensvreemd vind, komt omdat in deze het perspectief van de commentator overeen komt met dat van mijzelf…

Dat is best wel heftig om me te realiseren. Hoe vaak ben ik mij er niet van bewust, dat het gegeven commentaar mij volkomen vanzelfsprekend lijkt, terwijl het in wezen niet op het becommentarieerde slaat maar op mijzelf? En hoe vaak wordt daarmee mijn referentiekader bevestigd en versterkt, terwijl ik mij daar niet bewust van ben?

Objectief waarnemen is wetenschappelijk gezien onmogelijk. Iedereen beschikt slechts over een beperkt aantal zintuigen, heeft sommige daarvan meer ontwikkeld dan andere, en neemt alles vanuit zijn eigen referentiekader waar. De bril waardoor je kijkt wordt gekleurd door alle eerdere ervaringen die je hebt opgedaan. Daar kun je je niet aan onttrekken, hoe je je best ook doet om ‘objectief’ te zijn. Maar om nou te zeggen dat voor een uitgehongerde ijsbeer “een gansenjong een gewaardeerd tussendoortje vormt”?! Ik denk dat die ijsbeer daar anders tegenaan kijkt: het lijkt me voor die ijsbeer een ongekend perspectief!

Ceciel Fruijtier, 30 oktober 2013

Ceciel Fruijtier onderneemt sinds 2007 vanuit haar bedrijf Fruijtier tekst&advies. Zij redigeert en herschrijft teksten die in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn. Zoals blogs, artikelen en beleidsstukken. Daarnaast geeft zij tekstadvies en individuele schrijftrainingen. Als tekstredacteur stelt zij zich ten doel zinvolle informatie toegankelijk te maken, zodat die zijn weg in de wereld vindt. www.zodatuwboodschapoverkomt.nl

Een zwaar bevochten overwinning

Hij blijft leuk: Floris. De televisieserie waarin Rutger Hauer als Floris schitterde, zwart-wit door Paul Verhoeven geregisseerd. Vrienden van ons hebben in hun vakantiehuis de hele serie liggen. En zo schalden mij vanmorgen toen ik de trap afliep de woorden “Een zwaar bevochten overwinning” tegemoet. Een zwaar bevochten overwinning is meer waard dan degene die gemakkelijk verworven wordt. Of niet?

Iets dat je overal kan zien of krijgen, daar ga je achteloos aan voorbij. Maar als je op de kaart ziet dat er iets bijzonders in de buurt is, dan rijd je daar graag voor om. Hoe moeilijker iets te verkrijgen is, des te begerenswaardiger hetgeen in kwestie. Zo lijkt het. Waarom zou je moeite doen voor iets dat zo voor het oprapen ligt? Dat is die moeite niet waard. Of wel?

Vroeger gingen wij graag fossielen zoeken. Die fascinerende wereld van fossielen, getuigend van een miljoenen jaren oud verleden, plots zo tastbaar in je zak. Ieder fossiel ooit een levend wezen. Deel van hoe de wereld ooit was, zo totaal verschillend van diezelfde plek waarop wij nu staan. Sommige fossielen lagen er bij bósjes. Mooi van vorm en gaaf. Maar die ene, onooglijk eigenlijk, een beetje beschadigd, was begerenswaardiger dan al die andere. Want zeldzaam.

Zo geldt dat voor veel dingen. Hoe moeilijker te bereiken of te verwerven, des te groter de triomf en de blijdschap in het slagen. Daar hebben we vaak heel veel voor over. Terwijl ik onder de douche stap, realiseer ik me plots dat dat in een groot deel van de wereld een onbereikbare luxe is. En dan besef ik: blij zijn met alles dat voor ons zo gewoon is, genieten van wat voor het oprapen ligt, het bijzondere van het alledaagse zien: dát is pas een zwaar bevochten overwinning!

 

Ceciel Fruijtier, 23 oktober 2013

Meten is weten?

Meten is weten, dat krijgen we met de paplepel ingegoten. Is dat de weg naar kennis en begrip van onszelf en de wereld? We zijn natuurwetenschappelijk een stuk verder dan een eeuw geleden, dat is duidelijk. En we zullen wellicht nog een stuk verder komen, in natuurwetenschappelijk opzicht dan. Maar of dat ons veel verder brengt ten aanzien van de grote levensvragen? Nadenkend over mezelf en de wereld, realiseerde ik me: we kúnnen alleen maar meten wat we weten!

Onbekende zintuigen
Wetenschappelijke meetapparatuur is slechts een verlengstuk van de ons bekende zintuigen. Er bestaan echter meer zintuigen dan die waarover wij mensen beschikken. Een simpel voorbeeld is het waarnemen van het aardmagnetisch veld. Vogels kunnen daarop feilloos navigeren. Zij vinden hun weg over de hele wereldbol als hun natuur dat van hen vraagt. Terwijl wij mensen zonder herkenningspunt geen idee hebben welke richting we op moeten, nadat we overdag in de woestijn een paar rondjes hebben gelopen. We verdwalen omdat we slechts een beperkt aantal zintuigen ontwikkeld hebben.

Zou de mens ons nog onbekende zintuigen kunnen ontwikkelen? Of zijn we wat dat betreft uitgeëvolueerd? Behalve zien, horen, ruiken, proeven en voelen, kunnen we ook een hoop fenomenen indirect waarnemen. Zoals dat aardmagnetisch veld. Dan bedenken we een hulpmiddel, in dit geval een kompas. We volgen daarbij de ons bekende weg: waarnemen via de ons bekende zintuigen, die informatie cognitief analyseren, iets slims bedenken dat ons verder helpt. We verleggen onze grenzen, richten ons naar buiten en hanteren een verlengstuk van de ons bekende begrippen. Wat we niet letterlijk be-grijpen kunnen, proberen we te pakken te krijgen door het dan wel niet experimenteel maar in ons voorstellingsvermogen concreet te maken.

Verborgen variabelen
Ik vind het fascinerend dat Einsteins’ baanbrekende inzichten voortkomen uit gedachte-experimenten, niet uit empirisch experimenteel onderzoek. Licht gedraagt zich natuurkundig gezien tegelijkertijd als deeltje én als golf. Dat puzzelt ons cognitief vermogen nog steeds. Einstein kwam met de oplossing dat straling uit deeltjes bestaat, maar had later bezwaar tegen de kansverdeling van deeltjes: “God dobbelt niet”. Hij geloofde dat de onzekerheden van de kwantummechanica niet reëel waren, maar dat er ‘verborgen variabelen’ waren, die we nog niet kennen.

Echte kennis gaat ons voorstellingsvermogen te boven. Einstein beschikte over een voor mensen ongekend groot voorstellingsvermogen. Hij wist daarmee ons verklarend begrip dramatisch te vergroten, al kunnen we ons de realiteit van E=mc² niet voorstellen. Energie is hetzelfde als massa, als je het vermenigvuldigt met de lichtsnelheid maal lichtsnelheid ?!! We proberen het met al ons vermogen concreet te maken. ‘s Werelds beste wetenschappers werken samen en bouwden een gigantische deeltjesversneller, maar nog steeds hebben we diverse ‘verborgen variabelen’ niet gevonden.

Tegelijkertijd: er is zoveel dat we heel simpel direct kunnen waarnemen, ook al begrijpen we het niet. De zwaartekracht is kwantummechanisch nog steeds niet begrepen. Maar een kind weet dat het van de bank op de grond kan vallen, maar niet in de lucht kan zweven hoe graag het ook wil. Het grijpt naar het speeltje boven zijn hoofd, maar kan er niet bij. Kunnen wij volwassenen ook niet bij datgene dat we zo graag begrijpen willen?

Onbegrijpelijk helder
We kunnen veel meer waarnemen dan we kunnen bedenken, zoals o.a. door Ap Dijksterhuis in zijn boek Het slimme onbewuste is beschreven. Onbewust verwerken we 200.000  keer zoveel informatie als bewust. Ik denk dat we ons te veel naar buiten richten en te weinig naar binnen. Ik denk dat we te veel bekende wegen bewandelen en te weinig onbekende. Misschien moeten we wel meer waarde hechten aan juist die fenomenen dat we niet kunnen begrijpen. “Vraag me niet hoe, maar opeens wist ik dat….”

Wieweet kunnen we door ons naar binnen te richten zintuigen ontwikkelen waarvan we nu nog geen weet hebben. En zodoende fenomenen waarnemen die we ons nu nog niet kunnen voorstellen. Zodat we niet meer de weg kwijtraken in de woestijn, de wereld, onszelf. Misschien licht de weg die wij te gaan hebben dan wel zonneklaar voor ons op. Zoals zo veel generaties mensen zo vaak hebben gebeden: “Het eeuwig licht verlichte ons.” Maar, zo denkt mijn beperkte denken dan, we hebben nog wel een weg te gaan… Laat ik beginnen mij minder te richten op mijn behoefte alles te willen begrijpen. Ik ga mij meer richten op wat zich intuïtief kennen laat, en ga mij lekker te buiten in wat mijn voorstellingsvermogen te buiten gaat!

 Ceciel Fruijtier, 29 Oktober 2013

 

Ceciel Fruijtier onderneemt sinds 2007 vanuit haar bedrijf Fruijtier tekst&advies. Zij redigeert en herschrijft teksten die in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn. Zoals blogs, artikelen en beleidsstukken. Daarnaast geeft zij tekstadvies en individuele schrijftrainingen. Als tekstredacteur stelt zij zich ten doel zinvolle informatie toegankelijk te maken, zodat die zijn weg in de wereld vindt. www.zodatuwboodschapoverkomt.nl