De geest is als een valscherm, hij werkt pas wanneer hij open is.

Deze pakkende titel is afkomstig van mijn scheurkalender. Het betreft een citaat van Orson Welles, Amerikaans filmmaker 1915-1985. Goed gevonden, dacht ik in eerste instantie. Geestig! Maar realiseerde ik mij: ik ben het er niet mee eens. De geest werkt immers altijd, ook wanneer wij ons daar niet bewust van zijn. Zo toont recent onderzoek dat de geest ook als wij slapen druk aan het werk is.

Evenals een valscherm, kan een openstaande geest zich ontwikkelen. Dat is denk ik het doel waarmee wij op aarde zijn. Zo bezien dient de geest, net als het valscherm, pas zijn doel wanneer hij openstaat. Hoewel ook een dichtgeklapt valscherm een doel dient! Namelijk: een veiligheidswaarborging.

Laat dat nou net zijn waarom velen hun geest gesloten houden: zij denken zich daarmee veiligheid te verschaffen. De veiligheid van het bekende en het vertrouwde. Zo is het en niet anders. Maar daar zit denk ik dan toch net dat kleine verschil tussen geest en valscherm: een gesloten valscherm kan inderdaad als waarborging voor veiligheid dienen, maar een gesloten geest verschaft schijnveiligheid.

Dat brengt grote risico’s met zich mee. Vasthouden aan valse zekerheden is een verzekering voor een pijnlijke val de diepte in. Ai. Wat ben ik al pijnlijk vaak gevallen. Best diep. Hoe voorkom ik een volgende keer? De geest lijkt een neiging te hebben zich af te sluiten voor wat ie niet begrijpt. Dat is misschien waarin ik mijn geest trainen kan: openstaan voor niet-begrijpen. Niet vasthouden maar loslaten.

Dat is lastig. Niet begrijpen voelt ongemakkelijk, onzeker. En het lijkt tegen onze natuur in te gaan: niet streven naar veiligheid en zekerheid. Maar zekerheden bestaan niet. Het enige dat zeker is, is dat we doodgaan en niet weten wanneer. Een openstaande geest kan dat moment, net als een openstaand valscherm, wellicht wat langer uitstellen. Niet loslaten, dat valscherm?!

Ceciel Fruijtier, 18 juni 2012, overdenking op de maandagmorgen

You are hot no matter what!

Vol overgave is mijn dochter Shadi zich aan het voorbereiden op het schoolkorfbaltoernooi, waaraan alle scholen uit onze gemeente meedoen. Ze vindt het leuk en wil het goed doen. Het is prachtig om te zien met hoeveel toewijding Shadi bezig is. Zo nu en dan herinnert zij mij eraan, dat mijn aanwezigheid écht op prijs wordt gesteld. Ik heb haar beloofd erbij te zullen zijn, en ben ervan doordrongen dat ik mijn agenda vrij moet houden. Hier mag niks tussenkomen!

Eindelijk is het zover, we gaan samen naar het veld. Ik voel de spanning, bij Shadi én bij mijzelf. Het gaat nu echt beginnen. Met het fluitsignaal van de scheidsrechter gaat de eerste wedstrijd van start. Samen met de andere ouders begin ik te juichen en te brullen langs de kant. Maar het balletje valt niet goed: de eerste wedstrijd gaat verloren, en de tweede ook!

Beide wedstrijden verloren, de gedreven voorbereidingen ten spijt. Ik lees het verdriet in het gezicht van mijn dochter. Voor het eerst zie ik het plezier en de onbevangenheid in het spel verloren gaan omwille van het resultaat. Voortaan staat het spelend kind zijn niet meer centraal. Nee, het gaat om het resultaat!

Het resultaat staat boven het spel. Hoe goed je ook gespeeld hebt, maakt niet uit. Het gaat over winnen en verliezen. Als je wint, ben je geliefd en heb je vrienden. Heb je verloren, kan je in eenzaamheid je wonden likken. Je bent alleen de moeite waard als je aan de goede kant van de streep staat.

En nu. Hoe ga ik ermee om? Ligt hier voor mij als vader een opvoedkundige taak weggelegd? Hoe leg ik uit dat dit spel het leven heet? Hoe zou mijn dochtertje daarop reageren? Zo’n vaag verhaal van haar vader. Shadi verbijt haar teleurstelling en baalt enorm. Misschien moet ik mijn dochter haar eigen weg laten vinden om hier mee om te leren gaan. Bovendien kan ze met zo’n verhaal over ‘het spel in relatie tot het resultaat’ echt niet bij haar vriendinnen aankomen…

Mijn gevoel en verstand strijden om voorrang. Hoe kan je genieten van een spel en tegelijkertijd je best doen om te winnen? Hoe kan je je eigenwaarde loskoppelen van je uiterlijke resultaten? Hoe kan je ervan overtuigd blijven dat je met al je plussen en minnen volmaakt bent, dat je een kind van God bent? Of populair gezegd: “ You are hot no matter what!”

Ineens word ik wakker op de bank. Op TV zie ik dat het Nederlands elftal van Duitsland verloren heeft. Het hele land is in rep en roer. Wacht eens even. Het gaat niet over het opvoeden van mijn kind. Het gaat over het opvoeden van mijzelf. Over het loyaal zijn aan je helden, zelfs als die niet gewonnen hebben. Oranje is hot, no matter what!

Shahram Bahraini, 14 juni 2012

Wat inspireert jou?

“Wat inspireert jou?” Goede vraag. Hij werd aan mij gesteld door dochterlief van acht. Hoe komt ze erbij? Op die leeftijd?! Waarschijnlijk heeft ze het bij ons aan de keukentafel opgevangen, of op televisie of school opgepikt. Kinderen vangen zoveel op. Worden ze steeds vroeger wijs?

Ze vroeg het op een vreselijk moment. Je kent dat wel: kinderen die ‘s ochtends totaal geen haast hebben, terwijl de jonge ouders hectisch rondrennen om ervoor te zorgen dat de kinderen op tijd aangekleed zijn, gegeten hebben, en mét de juiste tassen op school komen. Bovendien had ik die dag om 9.30 uur een spannend gesprek.

Ik wist even niet hoe ik mijn boosheid en ongeduld moest bedwingen. Maar ik kon mezelf beheersen en slaagde erin haar niet aan te manen haast te maken. In plaats daarvan legde ik de vraag bij haar terug: ‘Wat inspireert jou nou eigenlijk?’ Heel laf eigenlijk. En daarmee bloedde ons gesprek dood. Jammer! Maar de vraag bleef door mijn hoofd spelen. Wat mij inspireert? Daar weet ik niet zo gauw een antwoord op. Ik denk Zwarte Zwanen.

Zwarte Zwanen staan symbool voor onwaarschijnlijke, onvoorspelbare gebeurtenissen met grote gevolgen. Tot de ontdekking van Australië zouden alle geleerden en niet-geleerden je voor gek verklaard hebben, als je zei dat zwarte zwanen bestonden. Zwanen zijn immers wit! Het kon niet waar zijn. Maar: iets is onmogelijk tot het onmogelijke mogelijk wordt. Deze gedachte is afkomstig van Nassim Taleb. Hier kun je zijn verhaal vinden.

Ik zou graag zeggen dat ik in het dagelijks leven opensta voor onwaarschijnlijke, onvoorspelbare gebeurtenissen. Maar als ik eerlijk ben is dat niet waar. Als econoom ben ik opgeleid om ieder mogelijk risico te kwantificeren en het meest waarschijnlijke te managen. Het managen van risico’s in plaats van het omzetten van risico’s in kansen.

Deze week zocht ik op internet een tuinman. De eerste 5 advertenties waren zo voorspelbaar dat ik direct afknapte: “Ervaren hovenier met 25 jaar ervaring”. Tot ik de advertentie van Thijn en Thijs tegenkwam: ”Hallo, wij, Thijn en Thijs, komen altijd samen en doen er alles aan om uw tuin naar uw wens te maken.” Hier sprak geen ervaring en geen ‘waarborg’ uit het verleden. Nee, hier spreekt passie, drive en de bereidheid om mijn tuin naar mijn zin te maken. Dus nam ik contact op. Ik was aangenaam verrast hoe goed deze jongens mij te woord stonden, keurig ABN.

Toen zij bij ons thuis een offerte kwamen uitbrengen, vroeg ik uit nieuwsgierigheid naar hun achtergrond: Thijn heeft 12 jaar als therapeut in de geestelijke gezondheidszorg gewerkt, Thijs als HR-manager en headhunter. Ze kwamen tot de conclusie dat zij daar niet gelukkig van werden. Zij hadden het gehad met het management gedoe, en wilden fysiek werk doen. Hoe? Heel simpel: door het gewoon te gaan doen. Je zou je kunnen afvragen of ik niet goed wijs ben. Hoe kun je mensen iets laten doen die daarvoor niet zijn opgeleid? Levert dat wel een goed resultaat op?

Dat levert júist een goed resultaat op! Deze jongens staan voor mij symbool voor hoe je de dingen aan moet pakken: er niet eindeloos over blijven nadenken, maar het ook daadwerkelijk gaan dóen. Werken vanuit enthousiasme, op basis van passie en gedrevenheid, in plaats van op grond van studie en opleiding. Ik kom voldoende mensen tegen die ondanks een dure opleiding en certificaten geen bal verstand hebben van hun vak. Misschien hoor ik daar zelf ook wel bij. Sterker nog: vaak missen mensen die al járenlang hetzelfde vak uitoefenen de juiste drive, motivatie en houding. Is ervaring een waarborg voor kwaliteit? Ik denk het niet.

Wat mij inspireert? Mensen die werken op basis van passie. Ik denk dat Thijn en Thijs deze week mijn grootste inspiratiebron geweest zijn. Of eigenlijk: mijn dochtertje van acht die mij zo aan het denken heeft gezet. Mijn oren, ogen en poriën staan wijd open. Wat begeert een mens nog meer. Wat mij inspireert? Mijn dochtertje van acht!! Wat inspireert jou?

Shahram Bahraini, Zaandam 11 juni 2012

Een bestuurder bestuurt!

Het is woensdagavond laat; ik zit samen met Roderick in de IJ-kantine in Amsterdam. Sinds een jaar komen Roderick en ik bijeen om te werken aan een gezamenlijke droom. We zijn zo goed als klaar met de inhoudelijke uitwisseling, ter afsluiting pakken we nog een laatste biertje voordat we in de auto stappen.

Beiden zitten we in een goede energie. Voor even lijkt de wereld met al haar onbegrensde mogelijkheden aan onze voeten te liggen. Een goed moment voor zelfreflectie. Ik vraag Roderick om feedback. Het is meer dan 4 jaar geleden dat we voor het laatst met elkaar hadden samengewerkt. Roderick kijkt me aan en begint te lachen. “Goh. Als ik je nu zie, zie ik een andere Shahram. Je schreeuwt niet meer om aandacht. Maar vertel eens, waarom deed je dat eigenlijk?” Poeh, wat een spiegel!

Ik neem een flinke slok van mijn biertje en neem even de tijd om zijn vraag te beantwoorden. Ik kan er een heel lang verhaal van maken, maar in de kern komt het erop neer dat ik vaak het gevoel heb en had dat ik niet gezien wordt. Ik voel bij Roderick een soort innerlijke glimlach en zie dat hij met dit antwoord zijn lol niet op kan. “Wat zit je mij nou uit te lachen?” “Nee, lieve jongen,  ik lach je tóe. Volgens mij zagen anderen je wel, alleen had je zelf niet door dat je gezien werd.”

Maar waarom kreeg ik als ik gezien werd dan niet de juiste respons op mijn inbreng? Waarom reageerde de omgeving zo spastisch? “Goh jongen, maar dat is toch iets heel anders. Ja, je werd gezien. Je wist alleen niet wat je wanneer waar aan wie moest vertellen.”

“Jouw radicale, vernieuwende ideeën stroken niet met de geldende wetten van de mammoettanker die we corporate-NL noemen. De taak van de schipper aan het stuur, is het besturen van die mammoettanker in een woeste zee. Niet het verbouwen ervan. De bestuurder vecht in eerste plaats voor zijn eigen gewin. In de tweede plaats voor zijn opdrachtgever en het zeker stellen van financiële belangen. Hij is hooguit bereid tot marginale verbeteringen en risico’s.”

Zoals de luchtvaart niet is voortgekomen uit de scheepvaart, zo zal de toekomstige wereld niet voortkomen uit de huidige systemen, bestuurders en goeroes. Welke bestuurder je ook neemt: het systeem laat radicale veranderingen vanuit de bestuurder niet toe. Om veranderingen te bewerkstelligen, moet je je richten op het systeem en niet op de poppetjes. Ik was zo druk doende mijn visie over te brengen, dat ik me dat nooit heb gerealiseerd. Een bestuurder bestuurt!

 

Shahram Bahraini, 3 juni 2012

Een mooi cadeau: vrije ruimte voor studie en ontwikkeling

Gister was het laatste blok van mijn driejarige studie bij het Itip, het Instituut voor Toegepaste Integrale Psychologie, oftewel: school voor leven en werk. Samen met 16 jaargenoten en de docent keek ik terug op het proces van de afgelopen drie jaar: Hoe kwam ik bij het Itip terecht? Hoe heb ik het begin van de opleiding ervaren? Hoe zag ik mezelf en de wereld? Wat heb ik meegemaakt? Wat waren de hoogtepunten, de dieptepunten, de momenten van vreugde en verdriet? En: waar sta ik nu in mijn ontwikkeling en op mijn levenspad? Hoe zie ik mezelf en de wereld nu?

Jaren geleden las ik het filosofische boek “Vrije Ruimte” , waarin de auteurs het begrip scholing op een mooie manier ontrafelen. Scholing komt van het Griekse woord scholè, dat vrije ruimte betekent. Een school is oorspronkelijk een vrije ruimte, een vrijplaats om te leren nadenken met anderen. Over hoe jezelf en hoe de wereld in elkaar zit. Over wat ons te doen staat en wat het ‘goede leven’ inhoudt.

Op dat moment kon ik deze definitie niet rijmen met mijn eigen ervaring. Zowel op de middelbare school in Iran als tijdens mijn universitaire opleiding hier in Nederland, heb ik school en scholing als een noodzakelijk kwaad ervaren waarin iedere vorm van creativiteit doodbloedde. Rijtjes uit je hoofd leren en steeds naar de klok kijken wanneer je het hok mag verlaten. Zoveel mogelijk spijbelen maar wel het maatschappelijk zo fel begeerde papiertje behalen.

Hoe kan van vrije ruimte sprake zijn, als je steeds moet voldoen aan allerlei beoordelingen zoals toelatingseisen en eindexamen? Als aan ieder resultaat een cijfer wordt gehangen? Wanneer je meerkeuze vragen voor je neus krijgt waarbij alleen gekozen kan worden uit een beperkt aantal mogelijkheden? Wanneer voor alles normen worden opgelegd en een aanwezigheidsplicht geldt? Een vrije ruimte zou dusdanig uitnodigend moeten zijn dat allerlei regels in de geest van geboden en verboden overbodig zijn. Maar in mijn ervaring was de school een centrum tot bevordering van dualisme en vernietiging van creativiteit.

Ben ik de enige die met dit soort gedachten rondloopt? Ik las naast “Vrije Ruimte” het werk van mensen als Sir Ken Robinson en Charles Handy. Voor het werk van Robinson verwijs ik naar
een mooie video op YouTube, aangeboden door de Royal Society of Art UK. Charles Handy, medeoprichter van de Business School of London, zei onlangs in een interview dat hij spijt heeft van het type managers dat zijn business school heeft voortgebracht. Dat de opleidingen ook wel iets te verwijten valt als het gaat om hebzucht en gebrek aan integriteit in de financiële sector.

Dat brengt me bij een ander element uit de definitie van het begrip school. Dat heeft te maken met het denken. Volgens de definitie is de school een vrije plek om te leren nadenken met anderen. In de huidige scholen lijkt het vooral te gaan om het ontwikkelen van de ratio volgens vastgelegde patronen en procedures. Maar we zijn meer dan alleen een rationeel wezen.

Voor mijn Itip periode had ik een boekenkast vol gangbare bestsellers van managementboeken en -theorieën gelezen, maar er ontbrak nog iets. Toen mijn mentor bij Van Ede & Partners, Michel Wysmans, vroeg wie ik was, kon ik er niet meer van maken dan het benoemen van al mijn prestaties en kwalificaties die ik via allerlei managementcursussen had verworven. Michel wees me erop dat hij niet wilde weten hoe ik over mijzelf dacht en hoe ik wilde dat anderen mij zien. Hij wilde niet weten hoe mijn ego eruit zag, nee, hij wilde weten wie ik werkelijk was. Daar had ik geen antwoord op. Ik begreep werkelijk niet waar hij het over had!

Dat was het begin van een zoektocht die eindigde bij deze driejarige opleiding bij het Itip. Een school waarin het niet gaat om kennis, maar waarin een vrije ruimte gecreëerd wordt waarin naast de geest ook de ziel de kans krijgt om zich te manifesteren. Hoewel er een vast programma en aanbod is, pakt dat in de praktijk voor ieder individu anders uit. Je krijgt de gelegenheid om in een mooie omgeving je ware zelf, je drijfveren, je lichte en je donkere zijden onder ogen te zien. Bij het Itip gaat het niet om het leren van een kunstje; het gaat niet om cijfers en papieren zekerheden die we certificaat noemen. Het gaat om jou, om zelfonderzoek, het onderzoeken wie je bent zoals je bent. Niet meer en niet minder.

Ik zie mijn studie aan het Itip als een mooi cadeautje dat ik mijzelf gegeven heb. Het cadeautje was mooi verpakt en ik kende de inhoud niet. De verpakking is eraf en ik ben vol bewondering het onbekende cadeau gaan onderzoeken. Ik ben alle mensen die aan dit mooie cadeau hebben bijgedragen zeer dankbaar.

Komend jaar ga ik weinig doen. Ik ga rust nemen om mijn leermomenten nogmaals de revue te laten passeren. Deze gedachten zal ik met jullie delen via mijn blog www.dagelijkstheater.nl of www.positivevoice.nl. Een vrije ruimte om samen met anderen na te denken over mezelf en de wereld. Volgens Plato is het leven een leerschool voor de ziel.

Ik eindig met de mooie afsluitende tekst die ik van mijn 3e jaars begeleider kreeg:

“Wijsheid komt niet voort uit het verzamelen van kennis, maar uit het beseffen van de beperktheid van kennis. Door kennis kom je niet werkelijk iets te weten. Je komt pas werkelijk iets te weten als je je kunt ontspannen in niet-weten.” Nin Sheng

Shahram Bahraini, 3 juni 2012