Tijd, de grote slavendrijver

Van wie is de tijd? Wij zoeken er steeds meer naar en krijgen er steeds minder van.
Met deze woorden beschrijft Joke Hermsen op een voortreffelijke manier het grootste dilemma van onze tijd. Namelijk: de tijd zelf.

Niet alleen het pakje melk op de schappen van de supermarkt is voorzien van een houdbaarheidsdatum, maar ook onze systemen, onze relaties en ons werk. Alles om ons heen wordt beperkt door de tijd. Tijd is een schaars goed dat zo efficiënt mogelijk moet worden ingezet.

Is dat nou wel zo? Heeft iemand zich afgevraagd waarom we onszelf gek maken en onder druk laten zetten door de tijd? Tijd is niets meer dan een door mensen gemaakte afspraak of definitie. Wat zou er gebeuren als de caissière achter de kassa twee tellen meer tijd nam om de klant op een nette manier goede dag te wensen? Wat is er mis mee om tijd vrij te maken voor een goed gesprek met je kind, je geliefden en wie weet misschien met jezelf? Wanneer heb ik voor het laatst een goed gesprek met mijzelf gehad?

Als product van deze tijd heb ik jarenlang het leven gezien en geleefd als een Formule 1 Race. Zo snel mogelijk bij je bestemming komen, zo snel mogelijk binnen de gestelde norm een klus afwerken. Ik was een winnaar of beter gezegd: een mens die veranderde in een beest zodra die de arena binnentrad. Ik moest en zou komen waar ik zijn wilde, zonder me af te vragen welk menselijk leed ik daarmee veroorzaakte voor mijn omgeving en vooral voor mijzelf. In het vakjargon heet dat resultaatgericht: een echte winnaar!

Sinds kort besef ik dat het niet gaat om de bestemming maar vooral om de reis. Je zou zeggen: goed nieuws! De oorzaak is gevonden en dus is de patiënt genezen. Maar niets is minder waar. Het gaat namelijk niet om het weten. Het gaat om het doen. Diep van binnen weten we allemaal wat goed en fout is. Maar we zijn (beter gezegd: ik ben) niet in staat om ernaar te handelen. Ik zit zo vast in de routines die ik me door opvoeding, geloof en overtuiging heb eigengemaakt, dat ik niet in staat ben om naar dat inzicht te handelen.

Ik kan nu op mijn kop gaan staan en mijzelf van alles verwijten. Maar dat helpt niet. Wat wel helpt is regelmatig mijn eigen functioneren onder de loep nemen. Niet vol zelfkritiek. Wel mijn eigen beperkingen omarmend en er vriendschap mee sluitend. Zoals de bekende psycholoog Rogers zei: als ik mezelf accepteer zoals ik ben, kan ik veranderen.

Als ik liefdevol en aardig naar mijzelf kan zijn, kan ik ook aardig zijn naar anderen. Vanuit die positieve energie kan ik steeds in kleine stappen proberen mijn nieuwe inzichten te praktiseren. Zou het lukken? Ik weet het niet, maar het lijkt me zeker de moeite waard om te proberen. Help je mee?

Shahram Bahraini, 23 februari 2012

PS. Ik heb deze bijdrage te danken aan Herma Meulenkamp, één van mijn spirituele leraren die me attendeerde op het werk van Joke Hermsen.

Ik, de azijnpisser?

Van de week vroeg een jonge scholier in het Vondelpark of ik een cakeje en een drankje wilde kopen bij een kraampje verderop: haar school bleek een project te draaien om arme kinderen in Afrika te helpen. Van spontane acties en mensen word ik altijd blij. Dit keer niet. Dat project wilde ik best steunen, daar niet van. Maar naar het meisje kijkend werd ik overvallen door verbazing, rap gevolgd door verontwaardiging en boosheid.

Waarom staat zo’n jong meisje op zo’n ouderwetse manier zieltjes te winnen?! Dat mijn leeftijdgenoten het nog steeds op die manier aanpakken, tot daar aan toe. Maar een meisje dat is opgegroeid met sociale media?! Het ging er bij mij niet in. Waarom liep ze nietszeggende folders uit te delen? Pure papierverspilling net als de rest van die zooi die wekelijks met bakken door de brievenbus wordt gegooid. Dat kun je toch veel beter organiseren?! Echt wel. En zo raasde mijn innerlijke stem door.

Hadden haar leraar en de leider van dat project soms geen verstand van sociale media en eigentijdse fondsenwerving? Zouden docenten, onderwijskundigen en de Minister van Onderwijs voorop, wel kennis hebben genomen van de analyse van Sir. Ken Robinson?! Ik kreeg te doen met het meisje: zij vertegenwoordigde voor mij een generatie die in het huidige onderwijs niet op maat wordt bediend. Wat heeft het nou voor nut om naar zo’n school te gaan?! Zijn scholen soms een soort kinderdagverblijf voor tieners?!!

Zo kookte ik in mijn sop gaar. Ik betrapte mijzelf op een bepaalde trots: ik voelde me een soort messias waarom de wereld liep te springen. Ik wist precíes wat er allemaal mis was en wat er moest gebeuren….! Toen checkte ik even bij mezelf of ík nou zo slim was en de rest zo dom of… In een splitsecond ging het volgende door mij heen: ik kon het meisje, de docent, de school en het onderwijs van alles verwijten. Ik kon goed aangeven wat er allemaal aan mankeerde. Maar: ik had er ook voor kunnen kiezen om te zien wat er wél goed was aan zo’n actie.

Wat als alle Amsterdammers haar voorbeeld zouden volgen? Zonder inzet van sociale media en zonder professionele perfectie? Stel je voor dat alle Amsterdammers hun goede intenties in praktijk proberen te brengen. Wat is er mis mee dat zij het aanpakt op háár manier? Waarom moet alles iedere keer langs de meetlat van huizenhoge normen worden gelegd? Wat is eigenlijk de bijdrage van die azijnzeikers, die niet van de buis zijn weg te slaan? Ikzelf voorop, maar dan niet op de buis….? Bijzonder weinig, denk ik.

 

Shahram Bahraini, 14 Maart 2012

De ander ben jezelf

Met grote verbazing brachten Westerse media vanmorgen verslag uit over het vertrek van de OATA delegatie uit Iran: de delegatieleden kregen geen toegang tot de belangrijkste delen van het Iraanse kernprogramma. Mij verbaasde vooral de eenzijdige Westerse berichtgeving en de journalistieke kwaliteit daarvan.

Dat in het Midden Oosten geen sprake is van persvrijheid is algemeen bekend: een kritische houding ten aanzien van de machthebbers kan rekenen op niet mis te verstane straffen. Hier in het Westen is dat eigenlijk niet veel anders. Een aantal journalisten zit zo in de waan van de dag dat ze de grote lijn niet meer zien. Maar anderen meten zich een conformistische houding aan uit angst voor verlies aan populariteit en aanzien. Ze willen hun baan niet op het spel zetten.

Journalisten zijn natuurlijk ook gewoon mensen van vlees en bloed. Ze hebben een persoonlijke mening en een gekleurde bril. Net als iedereen. Ook als zij oprecht verslag uitbrengen, doen zij dat vanuit een beperkte zienswijze. Geen enkele sterveling is alziend. De berichtgeving van vanochtend is slechts één van de vele ‘waarheden’ die er bestaan.

Toen ik klein was had ik een doosje waarin ik mijn geheimen bewaarde. Later leerde ik het bestaan van verschillende geheime diensten kennen. En weer later vernam ik dat mijn werkgever over een Afdeling Business Intelligence & Legal Affaires beschikte. Oftewel: iedere persoon, organisatie, land en entiteit heeft zijn eigen geheimen die niet voor het publiek bedoeld zijn.

Stel nou dat jij en ik ons vandaag melden bij de nucleaire installaties van Borsele of Putten, of bij een militaire basis ergens in het land. Zouden we toegang krijgen tot geheime informatie? Ik denk van niet. Hoewel we in Nederland het fenomeen ‘openbaarheid van bestuur’ kennen, is het toch niet zo dat iedere burger toegang heeft tot classified informatie.

Sterker nog: stel nou dat onze Minister van Financiën, die goede banden heeft met de VS, classified information vraagt over rating bureaus en studies van het Pentagon over een stelselwijziging en goudvoorraden. En dan heb ik het nog niet eens over geheime rapporten over Iran en andere politiek beladen dossiers. Zou de minister deze informatie krijgen? U raadt het al: hoogst waarschijnlijk niet en zeker niet meteen.

Een ander voorbeeld: sinds een paar jaar kunnen Nederlanders met een Iraanse achtergrond in Nederland geen nucleaire studie volgen zonder screening. Met andere woorden: wij Nederlanders gaan zo ver in het beschermen van gevoelige informatie, dat we onze eigen staatsburgers niet gelijk behandelen! Dat is overigens door de Europese raad veroordeeld.

Ik kan niet anders dan concluderen dat Westerse media hypocriet zijn in hun berichtgeving. Terwijl we hier in het Westen doorlopend verkondigen hoe andere naties zich dienen te gedragen, doen we in de praktijk zelf niet veel anders. Een wijze oude man zei ooit tegen me: de ander, dat ben je zelf.

Shahram Bahraini, 22 februari 2012

Welkom in ons theater – we maken ons illusies

14 Maart 2012. Shahram Bahraini en Ceciel Fruijtier treffen elkaar in het Hotel Americain te Amsterdam. Waar gaat het over? Over beeldvorming.

Iedere dag vormen we beelden. Het is de manier waarop we de werkelijkheid gestalte geven: we kijken en vormen ons een beeld van wat we zien. Soms zeggen we, dat we ons dingen inbeelden. Daarmee bedoelen we dan dat we dingen zien die er niet zijn. Soms zeggen we, dat ons dingen zijn ingeprent. Dat komt van het werkwoord printen, drukken. Dan heeft iets zoveel indruk gemaakt, dat het ons is ingeprent. Het beeld zit in ons hoofd alsof het gedrukt staat en komt er niet meer uit. Daarmee beïnvloedt het onze beeldvorming:  we vergeten dat ook het ingeprente maar een beeld is, dat we ons inbeelden. We verwarren beeld met werkelijkheid.

De werkelijkheid is, dat ieder van ons zijn eigen werkelijkheid schept. We kijken om ons heen en vormen daarvan een beeld in ons hoofd. Shahram en ik houden ervan een stap verder te gaan en die beelden te verbinden: kijken, beeldvormen, associëren en reflecteren. Uit die verbindingen destilleren we betekenis, zoals iedereen dat dagelijks doet. Wat betekent een alledaagse gebeurtenis voor mij in vergelijking tot een ander?  En wat is de betekenis daarvan? Iedereen schept zijn eigen beeld en die beelden houden we elkaar voor.

We besluiten die verbonden beelden te gaan beschrijven en verzamelen.Hoe zullen we die verzameling noemen?

Illunext? Illunext is een samenvoeging van het woord illustratie (afbeelding) en nex (Latijn: verbinding). Die t voegen we dan eraan toe omdat dat lekker bekt en refereert aan next: het volgende dat komen gaat.

Illugrafie? Het beschrijven van beelden? Die beelden zijn niet, zoals bij een illustratie, met een extra laag (potlood of verf) opgebracht (Latijn stratum=laag), maar ‘gegrift’. Het werkwoord graveren betekent letterlijk: inkrassen. Al bij de Oude Grieken werd hier het werkwoord schrijven van afgeleid: Grieks graphion is schrijfstift. In den beginne hadden we nou eenmaal geen internet en ook geen pen en papier. Als we iets wilden beschrijven graveerden we dat in hout of rotsen.

Illufactie? Letterlijk: het doen verbeelden? Illufactie klinkt ook lekker actief: het werkwoord facere betekent in het Latijn doen, maken. Bovendien is het woord factie gerelateerd aan het Latijnse fasc dat band betekent. Het woord fascinerend is daarvan afgeleid en betekent binden, boeiend. En dat hopen we met onze illufacties zeker te leveren: boeiende beelden.

Wat te denken van satillution? We zitten vol met beelden die we willen laten zien. Nederlanders houden van satire. Dat woord heeft een fascinerende oorsprong: satis betekent genoeg, verzadigd, vol. Satis (vol) plus facere (doen) geeft dus voldoening. Dan zijn we verzadigd, bevredigd, tevreden, zie het Engelse woord satisfaction. Voldane tevredenheid.

Waarom heeft het woord satire dan de betekenis hekeldicht? Het is ontleend aan het Latijnse satira ‘serie gelegenheidsgedichten, spotdicht’, in Laatlatijn ook gespeld als satyra, een latere variant van satura dat ook ‘schotel met allerlei vruchten, mengelmoes’ betekent. Bij een satire krijg je een schotel vol voorgeschoteld, van allerlei.

Satillution: we willen niet zozeer spot drijven en hekelen, wel allerlei beelden voorschotelen. Beelden die ontstaan uit de verbinding van beelden uit heden en verleden. Voorlopig gaan we voor satillution. Of toch kiezen voor ‘beeldvorming’, ‘van de wereld’, ‘beelden van alledag’ of ‘dagelijks theater’?

Welkom in ons theater? Het Latijnse theātrum betekent ‘plaats waar schouwspelen gezien worden, theater’, en is ontleend is aan het Griekse théātron, dat een afleiding van theâsthai: aanschouwen, waarnemen’, afgeleid van théā: aanblik, schouwspel.

Ja, we maken ons geen neologisme van illusies. We gaan voor Welkom in ons theater: we beschouwen het alledaagse en scheppen op http://dagelijkstheater.nl een podium waarop wij onze alledaagse beelden aanschouwelijk maken.

Ceciel Fruijtier, 14 Maart 2012

Geraadpleegde bronnen:
P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Van Dale Etymologisch woordenboek
M. Philippa e.a. (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands
T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei
F. Muller en E.H.Renkema (1970), Wolters’ beknopt Latijns- Nederlands Woordenboek