Het faillissement van veranderkunde

Na een flitsstart ging Kabinet Rutte II eind 2012 zeer voortvarend met grote ambities aan de slag: met het PGB in de zorg, de oprichting van de Nationale Politie, een nieuwe publieke omroep. De beste verandermanagers van de natie lieten hun spierballen op deze mastodonten los. Laten we eens nagaan wat er na al die jaren is bereikt.

Problemen verplaatsen
Niets. De praktijk bleek veel weerbarstiger dan gedacht. Zojuist heeft Staatssecretaris Sander Dekker met zijn hakken over de sloot een slap aftreksel van de oorspronkelijke mediawet door de eerste kamer gefietst. De oprichting van de Nationale Politie duurt veel langer en de kosten komen veel hoger uit dan gedacht, de uitvoering van het nieuwe PGB piept en kraakt aan alle kanten. Het moet nog blijken of de aanpassing van de VAR wet van Staatssecretaris Wiebe in de praktijk zal gaan werken. De eerste signalen zijn niet positief en de berichten over perikelen in de begroting van Amsterdam maken het imago van de staatssecretaris er niet beter op.

Dit gebeurt niet alleen bij de overheid; in het Nederlandse bedrijfsleven is het niet anders. Onder het mom van de crisis hebben verandergoeroes behoorlijk huisgehouden. De resultaten zijn zeer marginaal en hebben alleen een korte termijn effect; de problemen worden veelal verplaatst of afgewend op een betrekkelijk klein deel van de samenleving. Dit gaat ten koste van de sociale cohesie.

De output van de verandergoeroes
Wat doen die verandermanagers eigenlijk? Om te beginnen voeren zij een nulmeting van de bedrijfsactiviteiten uit en vervolgens worden vergelijkbare systemen of organisaties met elkaar vergeleken (benchmarking). Dan neemt men ‘the best practice’ als maatstaf; er wordt een veranderplan gemaakt om het bedrijf zo snel mogelijk bij de beste jongentjes van de klas te laten horen.

Als laatste stelt men een verkoopplan op, om het veranderplan aan de medewerkers te verkopen. Alle activiteiten ‘zonder toegevoegde waarde’ worden uit het bedrijfsproces geknipt met als resultaat een gestroomlijnd proces dat op papier juist is. De hieruit voortvloeiende activiteitenplanning is zeer gedetailleerd: de medewerkers krijgen een rooster waarin per 15 minuten staat beschreven wat zij moeten doen en welke output daarbij wordt verwacht.

Wie draagt verantwoordelijkheid?
Als econoom klinkt mij dit als muziek in de oren. Maar gaat dit in de praktijk werken? Nee, natuurlijk niet. Onder het mom dat weerstand normaal is, wordt ieder plan vakkundig doorgedrukt. Deze werkwijze laat geen enkele ruimte over voor eigen inbreng, inzichten of optima pro forma handelen van de medewerkers. Op dit moment zijn doctoren, verpleegkundigen, leraren en de vakkenvullers bij mijn lokale supermarkt maar met één ding bezig: het volgen van de activiteitenplanning en zich aan het protocol houden.

Men voelt zich niet meer verantwoordelijk voor het resultaat van het proces. Het enige wat telt is dat de medewerker niet de schuld krijgt dat hij zich niet aan het protocol heeft gehouden. Voor de rest zoekt de patiënt, het kind en de klant het maar uit. Nog maar een paar jaar geleden stond het financiële systeem op instorten. De financiële wereld werd op het matje geroepen en moest schuld betuigen. We staan op de vooravond van de volgende bubbel die uitbarst.

Onzichtbare armoede
De afgelopen 8 jaar heb ik allerlei mensen voorbij zien komen die door een reorganisatie boventallig waren verklaard. Een deel daarvan koos uit vrije wil voor het  ondernemerschap. Velen hebben zichzelf noodgedwongen  ingeschreven als ZZP-er. De gemiddelde ZZP-er verdient veel minder dan mensen die in loondienst vergelijkbaar werk doen. Wanneer we kijken naar de inkomensverschillen tussen ZZP-ers zien we een duidelijke tweedeling: een klein deel verdient een goede boterham, de meerderheid kan amper rondkomen. Laat staan dat die kan sparen voor een pensioen of arbeidsongeschiktheids-verzekering.

Het merendeel van de ZZP-ers is minder dan 70% van hun beschikbare tijd productief. De resterende tijd zitten zij thuis of zijn ze op zoek naar een klus. Flexibilisering is als speerpunt wellicht geslaagd, en daardoor is het bedrijfsleven meer concurrerend geworden, maar ik vraag me af of iemand in het land erbij stil staat wat de negatieve effecten van die flexibilisering zijn. De  onzichtbare armoede die als gevolg daarvan ontstond blijft bewust of onbewust ongezien. Dat veel ZZP-ers niet verzekerd zijn noch een fatsoenlijk pensioen opbouwen, heeft nadelige maatschappelijke gevolgen met een glashelder financieel plaatje dat we in de toekomst gepresenteerd zullen krijgen.

Naar vermogen bijdragen
Misschien denkt u: lekker makkelijk, een stuk als dit schrijven, langs de kant staan en anderen de les lezen. Maar zo ben ik niet, daar houd ik helemaal niet van. Ik denk dat we het collectieve belang, namelijk welvaart en welbehagen van de hele natie, boven het individuele belang moeten plaatsen. Ik denk dat we allemaal een stukje van de verantwoordelijkheid moeten dragen.

Stel u voor dat alle verandermanagers besluiten hun beroep op te heffen. Wilt u even uitrekenen welke besparing dat oplevert? Stel dat we in plaats van dure, langdurige veranderprocessen die alleen leiden tot korte termijn resultaten, bij economische tegenwind aan alle medewerkers vragen om een bijdrage te leveren naar vermogen of naar rato. Op die manier doe je een beroep op ieder individu om ten behoeve van het geheel een offer te brengen in meer uren en / of minder salaris.

Samen doen
In de huidige geopolitieke situatie van Europa hebben we elkaar meer dan ooit nodig, willen we de Russen buiten de deur houden en de Chinezen voor blijven. Net als na de Tweede Wereldoorlog moeten we gezamenlijk het land weer gezond maken. Doen we dat niet, ben ik bang dat ons systeem van binnen uit gaat imploderen. Als het aan mij ligt, zetten we samen de schouders eronder.

Shahram Bahraini
Amsterdam 18 maart 2016

Even voorstellen? De vluchteling

Ik ben in het zuiden van het land bij een fundraising diner van een lokale Rotary Club. Voorafgaand aan het diner is samen met een onderwijsinstelling een debat over Syrische vluchtelingen georganiseerd.

Goed gezelschap
Het diner wordt geserveerd in een mooi historisch gebouw. Ik heb het al vaak van de buitenkant gezien, maar nog nooit van binnen. Ik zit aan tafel met 7 andere gasten: een advocaat, de lokale voorzitter van één van de landelijke partijen, een student, twee ondernemers, een Amerikaanse geschiedenisdocent en een cardioloog uit België. Ik ben in goed gezelschap en amuseer me met gesprekken en lekker eten. Iedere tafel kreeg de opdracht om met concrete voorstellen te komen wat we als individu aan het vluchtelingenvraagstuk kunnen doen.

Mijn tafelgenoten worstelen oprecht met dit dilemma en vragen zich af wat zij voor vluchtelingen kunnen betekenen en wat zij van de vluchtelingen kunnen verwachten. Mijn tafelgenoten hebben een economische insteek. Men vraagt zich af wat je kunt doen met mensen die wellicht getraumatiseerd zijn. Bovendien spreken ze de taal niet en zijn ze moslim. Op een gegeven moment vraag ik de groep wie al eens een Syrische vluchteling heeft ontmoet. Dan wordt het even stil.

Wat werkt?
Mijn Amerikaanse tafelgenoot onderbreekt de stilte: vandaag heeft hij tijdens de dialoog zojuist een vluchteling gesproken. Ik vraag de groep hoe zij over Syrische vluchtelingen kunnen praten als ze er geen één gesproken hebben, als ze nog nooit met een vluchteling kennis hebben gemaakt. Hoe kun je iemand helpen als je hem niet kent? Het lijkt erop dat we op basis van verhalen over de vluchtelingen een werkelijkheid hebben gecreëerd die niet bestaat. En dat terwijl we allemaal weten waar het kan eindigen als je klakkeloos de mening van de massa overneemt.

Ik opper het idee dat iedere ondernemer begint met het aanbieden van een stageplek aan een vluchteling. Mijn tafelgenoten vinden dat allemaal een goed idee. Ik ben blij dat men positief reageert. Er is een grote bereidheid en dat is een belangrijke stap. Ik vraag me af of het bij mooie intenties zal blijven of dat mijn tafelgenoten zullen overgaan tot actie. Wat hebben ze daarvoor nog nodig? Welke hobbels moeten overwonnen worden? Hoe komen zij in contact met vluchtelingen?

Kennismaken
Aan het eind van de avond neem ik het initiatief en stel een vluchteling aan mijn tafelgenoot voor. Dit is een onverwachte actie waarop Boudewijn niet had gerekend. Hij staat op, borst naar voren, doet de knoop van zijn colbert dicht en geeft de vluchteling met een stalen gezicht een hand. Die trilt van onzekerheid. Beide mannen zijn nerveus en weten werkelijk niet wat te doen. Daarop geeft Boudewijn de vluchteling zijn kaartje en zegt dat hij hem kan bellen: “I am not calling you, if you want a job, you call me!” Ik geef beide heren mijn visitekaartje, bied hen beiden mijn hulp aan en neem afscheid.

Op de weg terug naar Amsterdam zit ik in de auto te mijmeren over wat er tussen Boudewijn en de vluchteling gebeurde. Zou die vluchteling kunnen lezen en schrijven? Zou hij een mobiele telefoon hebben? Zij konden face to face amper met elkaar praten, hoe zou zo’n telefoongesprek verlopen? En wat vond ik van de houding van Boudewijn? Was hij uitnodigend genoeg? Was hij daadwerkelijk geïnteresseerd in het helpen van vluchtelingen? Wat heeft Boudewijn nodig om die empathie bij zichzelf te vinden? Of was dit een avond van mooie intenties waarop geen actie volgt? Ik ben bang dat dit eindigt in een teleurstelling voor beide partijen. Beiden zullen daarin hun eigen beeld bevestigd zien, namelijk: zie je wel de ander deugt niet!

Een plek aanbieden
Ik verzet mijn gedachten en mijmer verder: stel dat iedere ondernemer een vluchteling een stageplek aanbiedt voor 2 jaar. Stel dat op ieder industrieterrein kleinschalige taalcursussen worden georganiseerd en dat de vluchtelingen ook op het terrein kunnen verblijven. Tijdens die twee jaar leert de vluchteling een vak en de taal. 8 uur werken en 8 uur naar school gaan. Zo krijgen de vluchtelingen geen seconde de tijd om uit verveling achter de vrouwen aan te lopen of rond te hangen in de straten. Zou het lukken? Ik denk van wel.

Shahram Bahraini
Zaandam, 1 Maart 2016

De dialoog aangaan

In het zuiden van het land organiseert de lokale Rotary club samen met een onderwijsinstelling een dialoog over Syrische vluchtelingen. Ik bevind me in een bont gezelschap van rijken des lands, politici, studenten en een aantal vluchtelingen. Eerst staat de vraag centraal wat we wederzijds van elkaar mogen verwachten. Wat kunnen wij van Syrische vluchtelingen verwachten? En wat kunnen de vluchtelingen van ons verwachten? De discussie verloopt zeer harmonieus en voldoet aan alle fatsoensnormen. Allerlei mooie woorden en voornemens worden uitgesproken.

Op een gegeven moment laat het parlementslid van zich horen. De beste man probeert acte de présence te geven en schakelt over op de retoriek van zijn partij. Hij somt op wat de komst van de Syrische vluchtelingen voor kosten met zich meebrengt en betoogt dat de ervaring uitwijst dat vluchtelingen, ongeacht hun opleiding, het minder goed doen en minder perspectief hebben op de arbeidsmarkt, etc. Kortom: de beste man ziet de vluchtelingen als een grote bedreiging voor onze welvaartsstaat.

Er is meer dan één waarheid
Mijn linkerhersenhelft is het volledig met de man eens; zijn redenatie klopt als een bus. Toch benoemt hij slechts een deel van de waarheid. Zoals ik van een vriend leerde: “There is more than one truth”. Als we ons beperken tot economische argumenten heeft de beste man volstrekt gelijk. Maar ik hoop dat u het met mij eens bent dat ons bestaan meer omvat dan alleen dat. Zou de beste man ook een prijskaartje berekend hebben voor genegenheid en menselijkheid? Het leven bestaat uit meer dan alleen de tirannie van de markt waarin ons bestaan wordt gedicteerd door de slogan “the winner takes it all”. Heeft deze politicus in zijn business case alle relevante facetten meegenomen?

Ik vraag de man of hij heeft berekend hoeveel de militaire operatie in Iraq en Syrië per dag kost. De politiek heeft het steeds over opvang in de regio; kan deze politicus wellicht aangeven hoe de omvang van onze humanitaire hulp zich verhoudt tot onze militaire bestedingen in de regio? Of maken onze militaire inspanningen deelt uit van ons humanisme en vallen de kosten daarvan onder het humanitaire budget? Blijkbaar hebben we nog niet genoeg lessen geleerd uit de invallen in Afghanistan en Iraq. Het lijkt erop dat de geschiedenis zich net zolang gaat herhalen totdat wij dwaze mensen onze lessen trekken. Of ziet de politicus dat anders?

Gelijkwaardig van gedachten wisselen
Dan grijpt de moderator op professionele wijze in: zij vindt dat mijn vragen niet passen in de discussie en verzoekt mij en de politicus tijdens de pauze verder met elkaar van gedachten te wisselen. Ik had er vrede mee. De twee punten die ik wilde maken had ik gemaakt. Mijn eerste punt was een uitnodiging aan de politicus en de aanwezigen in de zaal om naast het economische vraagstuk ook onze universele waarden en ons humanisme te wegen. Ik weet zeker dat ik velen aan het denken heb gezet. Mijn tweede punt was dat onze uitgaven aan humanitaire hulp in geen verhouding staan tot onze militaire uitgaven in de regio. Daar hoor je in Nederland niemand over.

Zelf sta ik stil bij de reactie van de moderator. Hoewel er sprake is van vrijheid van meningsuiting, is er geen sprake van een gelijk speelveld. Het podium wordt ingenomen door specialisten die autoriteit afdwingen op basis van hun CV: de politicus die parlementaire onschendbaarheid geniet en de moderator die de macht over de microfoon heeft. De overige aanwezigen in de zaal worden beschouwd als schreeuwende apen die soms applaudisseren en soms schreeuwen en boe roepen.

Taak
U wilt weten hoe de zaak tijdens de pauze afliep? De politicus nam niet de moeite om naar mij toe te stappen en het gesprek voort te zetten. Hij had zijn pitch gedaan en zijn taak was blijkbaar voltooid. En ook ik had geen behoefte om hem op te zoeken. Het ging me niet om wie gelijk had en ik had vrede met een remise. Wat mij nieuwsgieriger maakt is de vraag hoe je een productieve dialoog kunt opzetten. Ik heb het gevoel dat er nog veel te winnen valt in de manier waarop we met elkaar debatteren en de dialoog aangaan. De komende tijd ga ik hiermee met een aantal studenten, vrienden en collega’s experimenteren.
 

Shahram Bahraini
Zaandam, 1 Maart 2016

Mensensmokkelaars: criminelen of helden?

Acht uur, NOS journaal. Ik word getrakteerd op twintig minuten ellende vanuit de hele wereld. De TV gaat weer uit en ik blijf zitten mijmeren. Er was een reportage over Syrische vluchtelingen en mensensmokkelaars die worden gelabeld als leden van een criminele organisatie.

Waardevol lid of last voor de Nederlandse samenleving
Ik heb er een unheimisch gevoel over. Om te beginnen mag ik van geluk spreken dat ik hier zit en niet daar! Wie ben ik? Wie zien andere mensen als ze naar mij kijken? Ik vroeg het aan een collega. Die omschreef mij als volgt: “Een opgewekte hard werkende kerel, sociaal geëngageerd, ondernemer in hart en nieren en ‘geslaagd in het leven’ met een Nederlandse vrouw en Nederlandse kinderen. ‘Volledig geïntegreerd’ zoals dat heet. Een echte Nederlander maar dan wel één met Iraanse roots, iemand die over grenzen heen kan kijken. En misschien juist wel vanwege dat laatste een zeer waardevol lid van de Nederlandse samenleving.”

Juist ja. Goh. Die kan ik in mijn zak steken. Is het waar of niet? Ik weet het niet. Maar in die omschrijving vind ik in ieder geval niks terug van ‘een  vluchteling die een last vormt voor de Nederlandse samenleving’, zoals de meeste mensen achter de buis schijnen te kijken naar die Syriërs die huis en haard achter zich hebben moeten laten vanwege het oorlogsgeweld.

Alles is met alles verbonden
Of ik mijzelf of het lot moet bedanken doet er niet toe. Als ik mijn situatie hier vergelijk met die mensen op de buis, behoeft het geen uitleg dat ik het hier goed heb. Ik voel me gelukkig. Maar daarnaast voel ik ook andere emoties: boosheid, verdriet en machteloosheid. Als vluchteling weet ik als geen ander hoe ellendig de situatie van Syrische vluchtelingen is. Wat kan ik doen? Ik kan me er druk over maken. Of ik kan mezelf geruststellen door te denken “Dikke pech. Het verdriet en de ellende van iemand anders is niet mijn zaak. Je kunt in je eentje de wereld toch niet veranderen”. Vervolgens kan ik terugkeren naar mijn oppervlakkige leven en plezier maken. De keuze is aan mij.

Heel even kies ik voor het laatste. Mijn eerste prioriteit ligt immers bij mijn eigen welbehagen en daarna dat van mijn eigen gezin, familie, vrienden, partijgenoten, dorpsgenoten, provinciegenoten, landgenoten, EU lidstaten en dan pas komen die Syrische vluchtelingen ergens daarachter aan. Ik kies voor ‘de realiteit’.  En zoals Thomas Loudon, ex NOS correspondent,  zegt: “There is more than One Truth”. Ik besluit mijn eigen waarheid te creëren door te zeggen dat de ellende van iemand anders niet mijn zaak is. We kunnen niet alle vluchtelingen toelaten. Maar hoe kan ik gelukkig zijn door te zeggen dat ik het goed heb, terwijl om me heen veel narigheid is? Wetende dat alles met alles verbonden is? De wederkerige afhankelijkheid. Ik kan oppervlakkig gelukkig zijn, maar diep in mij voelt het heel anders.

Crimineel of held?
Er is namelijk meer: de mensensmokkelaar, Meneer de Crimineel. Ik voel dat iedere vezel in mijn lijf in opstand komt. Ik kook van woede en ben bijna in staat de fles bier in mijn hand door het raam te gooien. Hoe kun je mensensmokkelaars afschilderen als criminelen?! Dat zijn voor mij de helden!

Mijn held heette toen in 1987 Bahram. Bahram was een jongeman van begin dertig. Zoals mijn vrienden het zeggen: ” He was a branded guy”. Goed gekleed, dure horloges en parfum. Op een datingsite zouden vrouwen een moord voor hem doen. Hij was goed gemanierd, reed in zijn BMW serie 7 en sprak keurig Farsi, alsof hij een doctorstitel op zak had. Maar bovenal was Bahram een man van eer. Hij had mijn vader gegarandeerd dat hij mij in Canada bij mijn tante zou afleveren, wat er ook gebeurt onderweg. Vluchten is een reis maar wel totaal anders dan met je koffer naar Schiphol gaan en bij het last minute loket de eerste de beste vlucht naar de zon pakken. Vluchten is een reis met veel gevaren. Je komt van alles tegen.

Mensensmokkel in bedrijf
Vluchten was en is een kostbare zaak. Mensensmokkel is een gespecialiseerde business waarbij veel komt kijken. Net als bij een bedrijf heb je een sales afdeling die klanten werft. Je hebt een PR afdeling die potentiële klanten het gevoel moet geven dat het bedrijf een betrouwbaar transportbedrijf is, mét bestemmingsgarantie. Je hebt business intelligence die als verkeerleiders de routes controleren: welke routes zijn open en welke dicht? Dan heb je de facilitaire dienst die zorgt voor slaapplaatsen, ezels, paarden en auto’s voor onderweg met een extra aandachtspunt bij de grensovergangen. En natuurlijk de catering die eten en drinken verzorgt. En ga zo maar door.

De afdeling legal affairs is verantwoordelijk voor de juiste reisdocumenten en contracten. Hier werken niet alleen advocaten maar ook nerds en kwants: omdat niet altijd voldoende originele reisdocumenten voor handen zijn, wordt noodgedwongen gewerkt met vervalsingen. Ook zijn er vele lobbyisten in dienst die de belangen van het bedrijf behartigen bij de ambassades, luchthavens, grensovergangen, douane ambtenaren en marechaussee. Sommige vluchtbedrijven hebben als multinational meerdere vestigingen in verschillende landen.

Natuurlijk ontbreekt de afdeling financiën niet. In deze business gaat het om veel geld en vooral cash. Deze afdeling houdt zich bezig met de boekhouding en meer dan dat: geld innen, registratie, geldtransport én de winst veilig op een buitenlandse bankrekening stallen. Vanwege de internationale sancties is er ook een afdeling met de taak internationale sancties te omzeilen. Mensensmokkel is kapitaal intensief; net als bij een normale business wordt de nodige aandacht besteed aan risicobeheer, het beoordelen van investeringen en het monitoren van de operationele resultaten.

Wie geld heeft zit goed
Zoals bij iedere branche van tegenwoordig ontbreekt ook in deze business een afdeling productontwikkeling niet. Sommige klanten kiezen voor de goedkoopste optie, de prijsvechters. Andere klanten gaan voor meer luxe. Die kiezen bijvoorbeeld een private jet of een flashy limousine. Of een luxe jacht met alles erop en eraan in plaats van een gammele boot. U ziet het: arm en rijk worden op hun wenken bediend, net als bij de Albert Heijn. Er valt veel te kiezen en er is voor ieder budget wel wat. Iedereen komt aan zijn trekken. Dat de één wat comfortabeler reist dan de ander en op wat meer zekerheid kan rekenen, ach dat is in het gewone leven ook zo.

Je hebt ook de afdeling opleidingen. De opleiders zijn vooral Westerse consultants die van tijd tot tijd invliegen. Zij bereiden de vluchtelingen voor op hun aankomst in Het Westen; een soort versnelde inburgeringcursus voorafgaand aan de vlucht. De vluchtelingen leren per land over de asielprocedures en wat je wel en niet moet vertellen bij aankomst. Dit zijn experts die exact weten hoe IND werkt en wat je moet vertellen om als vluchteling kans te maken. Ieder bedrijf wil tenslotte tevreden klanten, nietwaar?

De mensensmokkelaar in actie – de held
Maar nu even terug naar Bahram, mijn held en voor u de crimineel. Ik ben Bahram zeer dankbaar. Hij had de zaak zeer professioneel opgezet en heeft als mens en held mij geen seconde in de steek gelaten. Bahram had mijn vader zijn woord gegeven om mij naar mijn tante in Toronto te brengen. Hij had beloofd mij geen seconde alleen te laten en nam deze belofte uiterst serieus. Zelfs onderweg naar Pakistan, toen we een aantal nachten in de woestijn moesten slapen, moest ik naast hem gaan liggen. U denkt misschien: wat een viezerik, die Bahram. Dan heeft u het niet bij het juiste eind. Bahram waakte als een arend over mij en dat gaf me een veilig gevoel in een zeer angstige situatie.

Ik mag van geluk spreken dat mijn reis van Teheran naar Amsterdam, mijn één na laatste bestemming, slechts 7 dagen duurde. Ik kijk met veel plezier terug op de drie dagen dat ik in Karachi zat, samen met 50 andere vluchtelingen in een huis in een villawijk. We hadden een privé kok en Bahram had drie lease auto’s geregeld. In het huis was het een continue stroom van komen en gaan. Elke dag arriveerden nieuwe mensen en gingen anderen juist weg. Er ontstonden vriendschappen. De gesprekken gingen over wie waar heen wilde en waarom. De populaire landen waren Canada, VS, Zweden en Duitsland en niet te vergeten de groep Iraanse Joden die Israel als bestemming had.

Waar een wil is, is een weg
Er waren niet altijd genoeg slaapplaatsen. Wij hadden een rooster gemaakt en dat werkte uitstekend. Gezinnen met kinderen en ouderen sliepen ‘s nachts. Dan nam Bahram de jongeren mee naar de enige nachtclub van Karachi. Daar gingen we dansen en drinken tot we niet meer konden. Wanneer we ’s ochtends thuiskwamen wekten we de thuisblijvers door keihard het nummer “Lady in red” van Chris de Berg te draaien.

Een vluchtroute kent vele gevaren, kunstmatige grenzen en muren die dwars door staten zijn getrokken. Zonder Bahram en zijn organisatie zou het voor mij en anderen niet mogelijk zijn geweest om een veilige haven te bereiken. Ik ben een oorlogskind en heb de ellende van een vuile oorlog in al zijn facetten aan den lijve ervaren.

Een kat in het nauw maakt rare sprongen
Toen Saddam Hoessein Iran aanviel, sloot Het Westen zijn ogen en liet hem zijn gang gaan net als jaren later in Koeweit. Vanwege de westerse sancties had Iran geen toegang tot  moderne wapens en moest het doen met de nalatenschap van de Shah van Perzië. Om bezet grondgebied te heroveren moesten grote mijnenvelden worden ontruimd. Om de zaak te versnellen werden eerst ezels en daarna minderjarige jongeren over de mijnenvelden gestuurd. Ja, u leest het goed. Ik heb tijdens de oorlog vele vrienden en familieleden verloren. Ik ben de dans ontsprongen met behulp van Bahram.

De VS stuurde als vergeldingsactie voor de bezetting van de Amerikaanse ambassade Sadam Hoessein naar Iran. Wat doen de Iraniërs? Die gaan vluchten en komen hier. En wat als we bezuinigen op ontwikkelingshulp? Dan komen mensen uit de arme landen hier hun brood ophalen. Best logisch misschien: als de New York pizza niet aan huis bezorgd wordt, halen we die zelf op. Grappig hè, hoe het één met het ander verband houdt.

Aan u en mij de keuze
Beste lezer, de keuze is aan u en mij. Wij kunnen onze ogen sluiten en ons terugtrekken in onze polder achter de dijken. We kunnen een eigen waarheid creëren zoals: wij kunnen niet de last van de hele wereld dragen, dikke bult eigen schuld, had je niet in Syrië geboren moeten worden. Eigen volk eerst. We kunnen Den Haag, Brussel en New York de opdracht geven om de muren nog hoger op te trekken, de gammele bootjes te gaan bombarderen. We kunnen de leiders in de regio de gelegenheid geven om alle vrouwen te verkrachten en de mannen over de kling te jagen. Wij kunnen vol trots praten over onze achievements en materiële welvaart. Ondertussen bereidt men zich na het vernietigen van de bootjes voor op de volgende fase: zwemmend de Middellandse Zee oversteken. Afrikanen volgen momenteel massaal zwemcursussen.

Ik denk op dit moment vooral aan Mark Rutte. Welke keuze maakt hij? Hij kan zijn voorgangers Dries van Agt en Ruud Lubbers als voorbeeld nemen. Beide heren hebben vele jaren na hun premierschap het licht van mededogen ontdekt en durven daar gehoor aan te geven. Dit is een unieke kans voor Mark Rutte! Als premier en leider van de natie heeft hij de gelegenheid om datgene te doen wat Van Agt en Lubbers niet gedaan hebben toen zij als premier de macht hadden. De keuze is aan Rutte, aan u en aan mij. Wij leven op een uniek moment waarop we nieuwe wegen kunnen banen en de loop van de geschiedenis kunnen veranderen.

There is more than one truth
Zoals ik eerder stelde: There is more than one truth. Dagelijks krijgt u de mogelijkheid kennis te nemen van de waarheid die de media ons voorschotelen. Langs deze weg wil ik de zaak ook eens vanuit een ander perspectief belichten. Ten eerste voor mijzelf en mijn naasten. Daarnaast voor diegenen die dit artikel toevallig tegenkomen.

Bahram is inmiddels gepensioneerd en woont op een eigen eiland in de stille oceaan. Hij staat ergens op de lijst van ‘s werelds miljardairs en is ereburger van steden zoals Toronto, San Francisco en Gstaad (Zwitserland). Hij redde velen het leven. Hij heeft ‘het gemaakt’ en gaf anderen de gelegenheid om dat ook te doen. Bahram is mijn held.

Shahram Bahraini
10 juli 2015

NB: Een aantal vrienden en naasten hebben mij sterk afgeraden om dit artikel te publiceren uit angst om te worden gelabeld als radicaal, Jihadist, weet ik veel wat nog meer. Naast complimenten kreeg ik de waarschuwing dat mijn publicaties mijn carrière negatief kunnen beïnvloeden. “Pas op! Straks wil niemand meer iets met je te maken hebben!” Ik ben mijn vrienden zeer dankbaar, maar heb besloten om dit artikel toch te publiceren. Ik schrijf mijn artikelen in de eerste plaats voor mijzelf en voor mijn kinderen wanneer zij later groot zijn en willen weten wie hun vader was. Ik wil gewoon mezelf zijn en mezelf kunnen laten zien zoals ik ben. Ik doe niet mee aan de look-at-me-ratrace. Ik schrijf mijn artikelen in de eerste plaats voor mijzelf en deel ze met mensen die mijn artikelen de moeite waard vinden om te lezen. That’s it.

Verlangen naar zee

Op een prachtige zomerdag zit ik aan de haven van Dubrovnik te lunchen met een lokale projectontwikkelaar, Mario. Dubrovnik is een Middeleeuws stadje aan de Adriatische kust in Kroatië, het Monaco van de Adriatische kust. Celebrities die door de paparazzi gezien willen worden gaan naar Monaco, wanneer ze ongestoord willen uitrusten komen zij naar Dubrovnik.

Mario is een succesvol man die tegen de pensioengerechtigde leeftijd aan zit. Hij is geboren als Kroatisch Bosniër in Mostar, de stad met de bekende brug die tijdens de Balkanoorlog zwaar werd beschadigd. Het valt me op hoe moeilijk het oorlogsverleden hier ligt. Dubrovnik is een kleine stad met een sfeer van ‘ons kent ons’. Als buitenstaander kom je daar moeilijk tussen. Mario vertelt over zijn verleden en hoe moeilijk het voor hem was om als outsider in deze gesloten gemeenschap zijn weg te vinden en zijn succesvolle bedrijf te leiden.

Ultieme droom
Terwijl we aan het eten en praten zijn, vaart een kleine vissersboot langs. Mario’s gezicht verandert; met een zucht vertelt hij dat het leiden van een eenvoudig leven als visser met een bootje een ultieme droom van hem is. In eerste instantie begrijp ik hem niet helemaal en ik wijs hem op een luxer jacht in de haven. Dat vindt Mario te veel gedoe: te veel onderhoud en te flitsend.

Ik ben even in de war. Mario is financieel binnen en qua leeftijd zit hij in de afbouwfase. Ik vertel Mario dat ik me bij dromen iets anders voorstel: voor mij zijn dromen dingen die ver buiten onze mogelijkheden liggen en daardoor minder realistisch lijken. Om ze te realiseren moeten bergen werk verzet worden en is er veel geluk nodig. Het hebben van een klein vissersbootje om een leven als visserman op zee te leiden, voldoet niet aan deze criteria.

Status als belemmering
Mario is het niet met mij eens. Het gaat niet om het geld: hij woont aan het water en het aanschaffen van zo’n boot is het probleem niet. Nee. Het gaat om het afstand doen van zijn status; zijn status fungeert als masker om zijn onzekerheden te bedekken. Het gaat om zijn behoefte aan erkenning en de verslaving gezien te willen worden. De succesvolle Mario is verslaafd aan al deze externe verleidingen. Maar van binnen zit een kleine jongentje dat onbevangen wil spelen, ongeacht wat de buitenwereld daarvan vindt.

Misschien hebben we allemaal wel zo’n kleine jongen in ons. Ja, Mario wil spelen, daar wordt hij gelukkig van. Op dat moment zie ik twee Mario’s voor me zitten. De eerste is Mario de Projectontwikkelaar, de ego en de machoman. De tweede Mario verlangt als een kleine jongen onbezonnen naar de zee.

Verlangens realiseren
Ik ga op zoek naar mijn eigen verlangen. Ook mijn dromen en verlangens zijn heel eenvoudig te realiseren, net als die van Mario. Waar ben ik aan verslaafd? Als consulent bij Van Ede & Partners zeggen we: de cliënt ben je zelf. En op dat moment realiseer ik me: het helpen van cliënten begint bij mijzelf. Al die gesprekken die ik de afgelopen jaren met cliënten heb gehad over hun dromen (banen) en verlangens…. Als ik weet hoe ík me los kan maken van mijn verslavende dagelijkse bezigheden, en gehoor kan geven aan dat kleine jongetje in mij, dan weet ik zeker dat ik anderen ook kan helpen bij hun ontwikkelingsweg. Namelijk: te gaan varen op de zee van verlangen.

Wilt u ook een artikel plaatsen op dagelijkstheater.nl?
Laat het me weten.

Shahram Bahraini
Zaandam, 3 juli 2015

Deal tussen Iran en het Westen

Is de deal tussen Iran en het Westen een goede deal?
Mensen die mijn Iraanse roots kennen, vragen de laatste tijd al snel wat ik van de deal tussen Amerika en Iran vind. Dat vind ik best lastig. De meesten willen vooral gerustgesteld worden en verwachten een oppervlakkig antwoord; namelijk dat ik blij ben met de deal. Anderen zijn oprecht geïnteresseerd in mijn mening, maar vaak zie ik geen kans om mijn visie even snel in een paar woorden weer te geven. Daarom ben ik er even voor gaan zitten om mijn mening op papier te zetten.

Een modern land
Is de deal tussen Iran en het Westen een goede deal? Deze vraag kan je niet met een ja of nee beantwoorden. Het hangt ervan af vanuit welk perspectief je het bekijkt. Voor het Nederlandse bedrijfsleven lijkt het me een uitstekende gelegenheid om een markt van 75 miljoen jonge kooplustigen te bedienen. Dit werd mij twee jaar geleden bevestigd tijdens een ontmoeting met de voormalige Nederlandse ambassadeur in Teheran. Vlak voor mijn ontmoeting bleek een grote bierbrouwer bij hem op bezoek te zijn. Over kansen zien gesproken: in een Islamitisch land dat gebukt gaat onder Westerse sancties de potentiële biermarkt onderzoeken!

Wat de meeste mensen niet weten is dat Iran het meest ontwikkelde land in de regio is. De bevolking is jong, hoog opgeleid en heeft een hoge levensstandaard. De nieuwste I-phone is eerder in Teheran verkrijgbaar dan in Amsterdam. De gemiddelde Iraniër zal blij zijn als de sancties worden opgeheven: dan zijn alle luxe consumptiegoederen weer tegen normale prijzen beschikbaar. Wie denkt dat door de sancties Westerse consumptiegoederen niet verkrijgbaar zijn heeft het mis. Alles is verkrijgbaar, maar wel 10 keer zo duur.

Na de groene beweging hebben de Iraanse bevolking en de regering met elkaar een compromis gesloten. Zoals Thomas Erbrink het formuleert: niets mag, maar alles kan. Zolang het volk niet het vertrek van het regime opeist, laat het regime het volk met rust. Wanneer de bevolking tevreden is, is de overheid dat ook. Tot zover niks aan de hand. Het lijkt alsof alle spelers aan tafel aan hun trekken komen. Maar dit is slechts een oppervlakkige analyse.

Historisch perspectief
Wanneer we de zaak vanuit historisch perspectief bekijken, zie ik echter een beeld waarvan ik niet vrolijk word. Daarvoor moeten we terug naar de periode van de Qajar Dynastie (1785-1925). In die periode heeft Iran vele oorlogen gevoerd met Rusland, dat via Iran toegang wilde krijgen tot de Perzische Golf. Een alternatief was via India waar toen nog de Britten zaten, wat daardoor minder voor de hand lag. Hoewel Iran nooit een kolonie van Westerse mogendheden is geweest, zaten de Britten en Fransen hen wel dicht op de huid. In die tijd kreeg Iran vele verdragen opgelegd (Golestan 1808, Turkamanchay 1832), en moest het grote delen afstaan van de Kaukasus (het huidige Azerbeidzjan, Armenië, etc.) en het gebied rond de Aras rivier.[1]

In de twintigste eeuw werden de Britten en Fransen na de val van het Britse Rijk vervangen door Amerikanen. Dit duurde tot 1979, met de vlucht van de toenmalige Shah van Iran. De repressieve maatregelen van de Shah waren vooral gericht tegen de oppositie vanuit linkse hoek; ook de Sjah was bang voor de invloed van de Russen en hun communistische ideologie. Om de Russen buiten de deur te houden betaalde Iran een grote prijs. Enerzijds gaf het stukje bij beetje land op aan de Russen, anderzijds liet het zijn natuurlijke bronnen gebruiken door Britten, Fransen en Amerikanen. De Islamitische Revolutie van 1979 kwam uit onverwachte hoek en had grote gevolgen.

In 1979 was het Iraanse leger het meest geavanceerde leger in de regio, in de top 10 van de wereld. Alle oliedollars werden besteed aan de aanschaf van de modernste wapens en straaljagers van Amerikaanse makelij. Na 1979 werden de toenmalige vrienden aartsvijanden en tot ieders verbazing zochten Russen en Iraniërs elkaar op. Ook voor deze vriendschap heeft Iran een grote rekening moeten betalen. De ondergrond van de Kaspische Zee is rijk aan olie en gas. Tijdens de afgelopen 36 jaar raakte Iran zijn rechten op deze zee en daardoor zijn natuurlijke gasbronnen grotendeels kwijt, in ruil voor diensten van de Russen. Dit onderwerp kreeg in de Westerse media nauwelijks aandacht.

Wordt de vete tussen Rusland en het Westen uiteindelijk in Iran uitgevochten?
En dan nu het jaar 2015: de deal tussen Iran en het Westen. Met de gang van zaken in de Oekraïne in ons achterhoofd, kunnen we ons afvragen hoe de Russen zullen aankijken tegen deze toenadering tussen het Westen en Iran. Hoe gaan de Russen zich opstellen? Staat Iran eenzelfde lot te wachten als Afghanistan, waar de Russen in 1979 binnenvielen? Of wordt de vete tussen het Westen en Rusland in Iran uitgevochten? Nou beste vrienden: ik hoop dat dit een goede deal is, maar ik ben er op zijn minst zeker van.

Shahram Bahraini,

Zaandam, 25 april 2015

PS. Wilt u ook een artikel plaatsen op dagelijkstheater.nl?
Laat het me weten.

[1] Bron: Wikipedia.

Floris de Bedrijfsman

Laatst had ik een mooie ontmoeting met een man. Op deze plek noem ik hem Floris. Hij is halverwege de vijftig, lang, heeft een kaal hoofd en een zware autoritaire stem. Op het hoogtepunt van zijn carrière was hij voorzitter van een toonaangevende Nederlandse verzekeringsmaatschappij. Hij woonde aan de Amstel in een statig pand. Iedereen danste naar zijn pijpen en het ging hem voor de wind. Oppervlakkig gezien was zijn leven zonovergoten, aan de hemel geen wolkje te zien. Hoewel we elkaar al een tijdje kennen vraag ik hem wie hij is.

“Tien jaar geleden, toen ik nog de voorzitter van de Raad van Bestuur van bedrijf X was, dacht ik dat ik mijn functie en mijn werk was,” antwoordt Floris. Maar dat is hij niet. Sinds hij kennismaakte met familie- en organisatie-opstellingen is zijn leven behoorlijk veranderd. Hij kwam erachter dat hij niet Bedrijfsman Floris is, maar eerder de zoon van zijn vader en de vader van zijn kinderen en echtgenoot van zijn vrouw Elisabeth.

Wow, wat een uitspraak en wat een heldere taal. Ik heb zelf een soortgelijke ervaring en herken er wel wat in. Floris gaat verder: hij is niet helemaal gelukkig met deze bevindingen en ervaringen. Hij voelt ook een zekere boosheid op de spirituele scholen. Ze zouden bij de ingang een bordje moeten plaatsen: “Als je hier naar binnen gaat, kom je er nooit meer uit!” Je leven is niet meer wat het geweest is: je kunt je ogen nooit meer sluiten voor alle pijn en verdriet om je heen, en je terugtrekken in je ivoren toren die bestuurskamer heet.

Ik vraag hoe het nu met hem gaat. Floris is blij dat het werken met opstellingen hem zo veel gebracht heeft. Hij heeft er werk van kunnen maken dat ook anderen die weg bewandelden en dezelfde ervaringen ondergingen als hijzelf. Floris de zoon van zijn vader en vader van zijn zoons zit nu aan het stuur. Ik vraag hem waar Floris de bedrijfsman is gebleven. “Floris de bedrijfsman bestaat nog steeds. Hij zit niet meer achter het stuur maar op de achterbank van mijn auto.” Van tijd tot tijd steekt Floris de bedrijfsman de kop op en mist hij de tijd in de bestuurskamer en zijn statige huis aan de Amstel.

Wij nemen afscheid. In de auto op weg naar huis zit ik met mijn gedachten bij Floris. Hoe zou het zijn als Floris de zoon van zijn vader en de vader van zijn zoons terugkeert op zijn oude functie? Hoe zou het zijn als dit soort verlichte bestuurders niet langs de zijlijn staan als coach en adviseur voor de huidige bestuurders, maar daadwerkelijk teruggaan en weer in de bestuurdersstoel gaan zitten?

Met deze mooie gedachte kom ik thuis waar ik als vader en echtgenoot aan de slag moet.

 

Shahram Bahraini

Zaandam, 3 Juli 2015

PS. Wilt u ook een artikel plaatsen op dagelijkstheater.nl? Laat het me weten.

De dagelijkse soap

Vrijdag 3 juli: de wereld kijkt vol spanning naar de soapserie “Redding of ondergang van de Grieken”. Komende zondag weten we het: blijven de Grieken in de EU of krijgen ze de drachme terug?!

Is dit de enige soapserie die ons getoond wordt? Nee, helemaal niet. Wat te denken van ‘Het conflict met Rusland’, ‘Vluchtelingenstroom aan de Middellandse Zee’, ‘Belastinghervormingen’, ‘Dreiging van de Islamitische Staat’, en ‘Onthullingen over Srebrenica’, waarin we door onze eigen vrienden worden belazerd. En zo kunnen we nog wel even door gaan.

Verstreken houdbaarheidsdatum van instituties en systemen
Ter wille van de kijkcijfers laten politici en andersoortige leiders, de acteurs in deze soapseries, geen gelegenheid onbenut. De realiteit is: onze systemen en instituties zijn over hun houdbaarheidsdatum heen. Net als een pakje melk of vlees op de schappen van Albert Heijn. In het geval van het pakje vlees of melk is de oplossing vrij eenvoudig: het oude pakje wordt vervangen door een vers en fris pakje. In het geval van onze instituties en systemen ligt dat wat moeilijker.

Onze democratie en het kapitalistische stelsel komen hun grenzen tegen. Onze instituties bieden onvoldoende mogelijkheden om conflicthaarden te voorkomen dan wel op te lossen. Hoewel iedereen aanvoelt dat er iets moet gebeuren, bestaat het huidige beleid uit creatief boekhouden, trucjes en semantische formuleringen om de dag door te komen. Wat zit daarachter? Aan de ene kant is men op zoek naar een nieuw systeem. Een nieuwe orde met nieuwe instituties. Aan de andere kant is men bang om het niet-weten te aanvaarden en daarnaar te handelen.

Op expeditie met onvoorspelbare gebeurtenissen in het verschiet
De wereld om ons heen verandert steeds sneller met een exponentieel groeiende complexiteit. Tegelijkertijd toont de geschiedenis dat de evolutie van het menselijk bestaan met name wordt bepaald door niet te voorziene gebeurtenissen. Het is een soort expeditie naar onbekend terrein. Voordat we beslissingen nemen willen we het liefst alles van begin tot einde zeker weten. Maar: bij een expeditie weet je van te voren niet wat je tegen zult komen en wat je daarbij nodig hebt. Gezien de aard van het proces spreekt het vanzelf dat een volledige reisbeschrijving van minuut tot minuut in deze ontbreekt.

Het zijn angstige tijden waarin de mens zich op existentieel niveau bedreigd voelt. Uiteindelijk ligt die angst op een heel diep existentieel vlak: de angst voor de dood. In de Westerse samenleving hebben we een lineaire begrip van tijd, terwijl Oosterse wijsheid een zich steeds herhalend cyclisch patroon ziet. Denk bijvoorbeeld aan de seizoenen: in de lente ontkiemen de zaden, in de zomer volgroeit het gewas, tijdens de herfst wordt geoogst en vallen de bladeren, in de winter komt alles tot rust.

Het concept van leven en dood toepassen
Het is bekend dat geboorte en dood pijnlijke maar overkomelijke processen zijn. Stel dat we het concept van dood en leven zouden hanteren in alle facetten van ons leven. Om te beginnen in de relatie met je partner: aan het eind van ieder jaar vragen beide partners of zij op dezelfde voet met elkaar door willen gaan en zo ja: of ze bereid zijn zich in te spannen voor het in stand houden van de relatie, de wedergeboorte. Zo niet komt er een einde aan de relatie en worden beiden bevrijd van een beknellende toestand.

Laten we dit concept doortrekken naar onze werkrelatie: hoe zou het zijn als werkgever en werknemer elkaar jaarlijks op gelijkwaardige basis de vraag stellen of zij de relatie willen voortzetten of niet? En stel dat we niet iedere 4 jaar onze volksvertegenwoordigers kiezen, maar dat we het parlement afschaffen en via sociale media voor ieder besluit gaan stemmen? Waarbij volksvertegenwoordigers alleen nog worden belast met de organisatie en uitvoering van referendums.

Het niet-weten aanvaarden
Stel dat het niet-weten het nieuwe weten wordt. In plaats van deskundigen te dwingen harde uitspraken te doen en hen vervolgens aan het kruis te nagelen, accepteren we dat ook zij het niet weten en dat zij vanuit kennis, nieuwsgierigheid en alertheid op zoek gaan naar oplossingen. Dan kunnen zij aan het werk in plaats van continu met semantische formuleringen te komen om hun eigen hachje te redden.

Wanneer u dit leest vindt u mij waarschijnlijk een Idealist, een Linkse Grachtengordel Socialist of een Rechtse Rakker met totaal geen kennis van zaken. Ik ben geen van allen en ben het bovendien niet met u eens. Ik heb geen rol in de beschreven soapseries en ben geen celebrity met sterrenstatus. Heeft u dat nodig om mij geloofwaardig te vinden? Ik denk dat de oplossing niet van experts en superstars zal komen. Onze superhelden hebben in reactie op de huidige crisis niets anders gedaan dan pappen en nathouden. Zij kunnen ook niet overzien waartoe hun handelen zal leiden.

De transitie is al gaande
Misschien denkt u dat een transitie zoals hierboven omschreven niet mogelijk is door de scheve verhoudingen tussen werkgevers en werknemers, kapitaal en arbeid, en de onbalans tussen het ontwikkelingsniveau van verschillende groepen en landen. Ik betwijfel of dat zo is: kapitaal en arbeid maken deel uit van eenzelfde systeem. Kapitaal heeft geen waarde zonder de factor arbeid. Het universele principe van non-dualisme geldt altijd en overal. De mismatch tussen de verhoudingen tussen landen en kapitaal en arbeid is iets dat we kunstmatig in stand houden.

Stel dat er geen arbeidsplaatsen meer zijn en een groot deel van de bevolking werkloos thuis zit. Dat betekent dat grote delen van de samenleving geen beroep meer doen op diensten die door het kapitaal zijn ontwikkeld. Deze diensten zullen daarom onbenut blijven en daardoor verliest het kapitaal op den duur zijn betekenis. Met andere woorden: ik ben allerminst bang voor een scheve verhouding tussen kapitaal en arbeid, voor de toename van automatisering en het verdwijnen van arbeidsplaatsen. We zullen de ruil mechanismes tussen kapitaal en arbeid herdefiniëren. Op dit moment worden reeds experimenten gedaan zoals bijvoorbeeld met een basisinkomen. Ik geloof niet dat de oplossing is, maar het geeft wel aan dat men met dit soort dingen bezig is.

Aan u en mij de keuze
Uiteindelijk denk ik dat aan u en mij de keuze is: blijven we kijken naar de soap die ons dagelijks wordt voorgeschoteld? Doen we vanuit de waan van de dag mee aan de symptoombestrijding? Blijven we in de mist en leggen we steeds de verantwoordelijkheid buiten onszelf? Of durven we het proces van dood en wedergeboorte te aanvaarden, hoe pijnlijk het ook is om onder ogen te zien? Durven we het niet-weten te omarmen en daarmee op expeditie te gaan? Ik weet niet zeker of mijn generatie dat gaat meemaken, maar wanneer ik naar mijn kinderen kijk word ik hoopvol en dat stemt me weer positief.

 

Shahram Bahraini,
Zaandam, 3 juli 2015

NB: Wilt u ook een artikel plaatsen op dagelijkstheater.nl?
Laat het me weten.

De 70 jaar oude inzichten van Etty Hillesum blijken zeer actueel

Ruim 70 jaar geleden heeft Etty Hillesum ze volgeschreven: 8 schriften in een bijna onleesbaar handschrift. De selectie uit haar teksten is een kostbaar boek waarin Etty inzichten verwoordt die nog steeds actueel zijn voor mens en maatschappij. Toevallig kwam ik “Het verstoorde leven” tweedehands tegen. Vol verbazing stelde ik vast, hoe ongelooflijk relevant en actueel de gedachten zijn die Etty Hillesum met ons deelt.

Etty Hillesum doet in haar dagboek op indrukwekkende wijze verslag van twee ontwikkelingen: haar eigen persoonlijke proces van innerlijke groei en de maatschappelijke gebeurtenissen van haar tijd, de bizarre gang van zaken rond de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Etty’s beschouwingen omvatten zo ongeveer alle aspecten van het leven. Van haar worstelingen met haar schrijverstalent en verwikkelingen in de liefde tot existentiële levensvraagstukken. Afhankelijk van de eigen ontwikkeling en situatie, raakt Etty bij de lezer andere snaren en blijven andere inzichten hangen. Dat maakt het de moeite waard haar werk telkens weer te herlezen.

Verbeter de wereld, begin bij jezelf
Etty’s gedachten en inzichten over onverdraagzaamheid tussen groepen reiken verder dan de problematiek rond antisemitisme. Ze zijn van toepassing op om het even welk onbegrip en geweld tussen groepen met een verschillende culturele identiteit. Etty reikt ons levenslessen aan die we kunnen toepassen in de actualiteit van de multiculturele samenleving en het maatschappelijk debat. Haar opmerkingen zijn bovendien zeer relevant in het licht van bijvoorbeeld de Palestijnse Kwestie, de Westerse attitude ten opzichte van de Islam en omgekeerd, de houding van IS ten opzichte van het Westen:

  • Al zou er nog maar één fatsoenlijk individu bestaan, dan zou men om die ene mens niet zijn haat mogen uitgieten over een hele bevolkingsgroep.
  • Ongedifferentieerde haat is het ergste wat er is. Het is een ziekte van de eigen ziel.

Bij die eerste opmerking heeft Etty het Duitse volk in gedachten. Zij ageert tegen de haatgedachten tav de Duitsers die als gevolg van de onderdrukking in de Joodse gemeenschap groeien. Ze schrijft: “Dit probleem ligt in deze tijd. De grote haat tegen de Duitsers, die het eigen gemoed vergiftigt. Laat ze allemaal maar verzuipen, tuig, uitgassen moet je ze. Deze uitingen horen tot de dagelijkse conversaties.” Eén van haar vrienden vraagt zich af: “Wat is dat toch in de mens om anderen kapot te willen maken?” Etty antwoordt daarop: “De mensen, ja de mensen, maar bedenk dat je daar zelf ook onder valt. Die rottigheid van anderen zit ook in ons. En ik zie werkelijk geen andere oplossing dan in je eigen centrum te keren en daar uit te roeien al die rotheid. Ik geloof er niet meer aan dat we in de buitenwereld iets verbeteren kunnen, wat we niet eerst in onszelf moeten verbeteren.” Zouden we dat kunnen gaan regelen…?

De zin van het lijden
Etty’s geschriften gaan in maart 1941 van start met de woorden: “Vooruit dan maar! Dit wordt een pijnlijk en haast onoverkomelijk moment voor mij: het geremde gemoed prijsgeven aan een onnozel stuk lijntjespapier.” Wat volgt is een volkomen eerlijk, openhartig, weergaloos relaas van haar innerlijke worstelingen en groei. En passent deelt zij met de lezer de achtergrond waartegen dat alles zich afspeelt: de groeiende discriminatie van de Joden in Nederland die uiteindelijk resulteert in deportatie en volkerenmoord. Centraal in het boek staat uiteindelijk de zin en functie van het lijden in het leven.

Je zou kunnen zeggen dat Etty het verteren en verwerken van het leed als haar levensopdracht zag. “Het gaat er in laatste instantie om hoe men het lijden, dat toch essentieel voor dit leven is, draagt en verdraagt en verwerkt.” Etty Hillesum beschrijft in haar dagboek hoe alle lijden bijdraagt aan haar innerlijke groei en hoe ze uiteindelijk God in zichzelf ontdekt, nadat ze alle innerlijke strijd die gestreden kan worden met zichzelf heeft uitgevochten. Ze accepteert alle lijden, welke bizarre vormen het ook aanneemt.

Etty ziet het lijden als onlosmakelijk verbonden met het leven zelf. Het is een tijdloos en onveranderlijk gegeven. “Ik ben niet alleen moe of ziek of treurig of angstig, maar ik ben het samen met miljoenen anderen uit vele eeuwen en het hoort bij het leven. En het leven is toch schoon en het is ook zinrijk in z’n zinloosheid, mits men maar voor alles een plaats inruimt in z’n leven en het hele leven als een eenheid in zich meedraagt; dan is het toch op de een of andere manier een gesloten geheel. En zodra men onderdelen daarvan wil uitschakelen en niet accepteren en men eigenmachtig en willekeurig dít van het leven wel wil aanvaarden en iets anders niet, ja dan wordt het inderdaad zinloos omdat het niet meer een geheel is en alles willekeurig wordt.”

Zinvol leven in welke omstandigheden dan ook
Etty ervaart het leven als onbeschrijflijk mooi en zinvol. “Het leven is zo eindeloos mooi en overvloeiend, zelfs tot in z’n diepste lijden.” “Zoveel moois en zoveel moeilijks. Zodra ik mij bereid toonde het moeilijke te dragen, is het altijd weer veranderd in iets moois. En het mooie en het grote was soms nog zwaarder te dragen dan het lijden, omdat het zo overweldigend was.” Zulks schrijft ze in concentratiekamp Westerbork, tegen de achtergrond van de onvoorstelbare verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.

In Westerbork blijkt men zich volledig bewust te zijn van het lot dat hen te wachten staat. Hoe kun je in dergelijke omstandigheden het leven als zinvol ervaren en je waardigheid behouden? “Om te vernederen zijn er twéé nodig. Diegene die vernedert en diegene die men wil vernederen en vooral: die zich láát vernederen. Ontbreekt de laatste, oftewel: is de passieve partij immuun voor iedere vernedering, dan verdampen de vernederingen in de lucht. Wat er wellicht overblijft zijn alleen lastige maatregelen, die in het dagelijkse leven ingrijpen. Maar geen vernederingen of verdrukkingen die de ziel beklemmen.”

Etty blijkt ten diepste dankbaar voor alles wat ze meemaakt en verwerken kan. Terwijl ze zich in schrijnende omstandigheden bevindt schrijft ze: “Het is overal helemaal goed. En tegelijkertijd helemaal slecht. Die twee houden elkaar in evenwicht, overal en altijd. Ik heb nooit het gevoel dat ik ergens het beste van maken moet, alles is altijd helemaal goed zoals het is. Iedere situatie, hoe ellendig ook, is iets absoluuts en houdt het goede en het slechte in zich besloten.” “Ik heb ervaren dat men door al het zware te dragen, het verkeren kan in het goede.”

Makkelijk is het niet. Maar dat hoeft ook niet.
“Het leven is moeilijk, maar dat is niet erg. Men moet beginnen zijn ernst ernstig te nemen, en de rest komt vanzelf.”  Maar helemaal vanzelf gaat het toch niet, blijkt uit de eerlijke weergave van haar eigen worstelingen. Wat het moeilijkste is? “Dat is misschien nog het moeilijkste te leren voor een mens; ik constateer het zo dikwijls bij anderen (vroeger ook bij mezelf, nu niet meer): het zichzelf vergiffenis schenken voor fouten en misstappen. Waartoe allereerst behoort: het kunnen aanvaarden, grootmoedig aanvaarden dat men fouten maakt en misstappen begaat.”

Op het punt om naar Auschwitz afgevoerd te worden, met onbeschrijflijk lijden in het verschiet waarvan zij zich ten volle bewust is, schrijft Etty doodgemoedereerd: “Lijden is niet beneden de menselijke waardigheid. Ik bedoel: men kan menswaardig lijden en onmenswaardig. Ik bedoel: de meeste westerlingen verstaan de kunst van het lijden niet en ze krijgen er duizend angsten voor in de plaats. Dit is geen leven meer, wat de meeste mensen doen: angst, resignatie, verbittering, haat, wanhoop.”

Het is in de ogen van Etty de angst voor het lijden dat het leven mensonwaardig en zinloos maakt. Niet het lijden zelf. “Sommigen zeggen tegen mij: je hebt dus stalen zenuwen, dat je daar tegen kunt. Ik geloof niet dat ik stalen zenuwen heb, veeleer heel gevoelige, maar ‘er tegen kunnen’ kan ik toch. Ik durf ieder lijden recht in de ogen te kijken, ik ben er niet bang voor.” Etty steunt de wanhopige mensen in de barakken zoveel zij kan. En op de momenten dat het Etty aan de kracht daarvoor ontbreekt, vindt zij in zichzelf een wijkplaats voor de ellende om zich heen: “Ik zal me vandaag terugtrekken en uitrusten in m’n eigen innerlijke stilte, waar ik nu een hele dag gastvrijheid aanvraag.” “En dat mijzelve, allerdiepste en allerrijkste in mij waarin ik rust, dat noem ik ‘God’.”

Er het beste van maken? Aan jezelf werken!
De belangrijkste les die Etty ons te leren heeft is misschien wel deze: “Een vrede kan alleen een echte vrede worden later, wanneer eerst ieder individu vrede in zichzelf vindt en haat tegen medemensen van wat voor soort ras of volk ook uitroeit en overwint en verandert in iets dat geen haat meer is, misschien op den duur zelfs liefde, of is dat misschien wat veel geëist. Toch is het de enige oplossing.”

Is dat een onrealistische gedachte? Een Jood met een leidende positie in Westerbork, die zijn vervolgers vanuit de grond van zijn hart haat, zei tegen Etty: “Maar wat jij wilt duurt zo lang, zoveel tijd hebben we toch niet?” Etty antwoordde: “Maar met wat jij wilt is men nu al tweeduizend jaar van onze christelijke jaartelling bezig en dan nog die vele duizenden jaren dat er toch ook al een mensheid was. En wat vind je van het resultaat, als ik vragen mag? Het is het enige, ik zie geen andere weg, dat ieder van ons inkeert en in zichzelf uitroeit en vernietigt al datgene, waarvoor hij meent anderen te moeten vernietigen. En laten we ervan doordrongen zijn dat ieder atoompje haat dat wij aan deze wereld toevoegen haar onherbergzamer maakt dan ze al is.”

En zo reikt Etty Hillesum, die op 30 november 1943 werd omgebracht in Auschwitz, ons de sleutel voor de wereldwijde problematiek van vandaag. Het is met groot respect dat ik haar boek heb gelezen en dit stuk erover schreef. Zelf schrijft ze “Het leven vertrouwt mij zoveel verhalen toe, ik zou ze verder moeten vertellen en duidelijk moeten maken aan mensen die niet zo regelrecht uit het leven zelf kunnen lezen.” Ik hoop dat nog velen de geschriften van Etty Hillesum zullen lezen en haar boodschappen zullen verstaan.

Ceciel Fruijtier, 22 januari 2015

 

Ceciel Fruijtier onderneemt sinds 2007 vanuit haar bedrijf Fruijtier tekst&advies en is mede-oprichter van de Club van 25 Amsterdam Zuid.  Zij redigeert en herschrijft teksten die in de steigers staan, maar nog niet voor publicatie geschikt zijn. Denk bijvoorbeeld aan blogs, artikelen en beleidsstukken. De schrijfstijl stemt zij af op het doel en de doelgroep van de tekst.

Naast tekstredacteur is Ceciel ghostwriter en schrijftrainer. Zij assisteert mensen die overborrelen van de inhoud om dat goed op papier te krijgen. Ook verzorgt zij formatontwikkeling van informatieve uitgaven zoals brochures en boeken. Teksten inkorten, samenvatten en zo nodig herschrijven is een kolfje naar haar hand.

Ceciel stelt zich ten doel zinvolle informatie toegankelijk te maken, zodat die zijn weg in de wereld vindt.

www.zodatuwboodschapoverkomt.nl

Ieder tijdperk kent zijn eigen ziektes. Is het tijd voor nieuwe remedies?

Na een drukke werkdag kijk ik ter ontspanning naar een concert van mijn favoriete Iraanse zanger: Dariush. Zijn muziek kenmerkt zich door kritische teksten. Dat leidde tijdens het regime van Mohamad Reza Pahlavi, de Shah van Iran, vele malen tot gevangschap. Variërend van een paar dagen tot een paar maanden. Sinds 1979 woont Dariush in ballingschap in Californië. Maar wat de man met name interessant maakt is het volgende: behalve artiest was hij zwaar verslaafd aan harddrugs.

In 2000 heeft Dariush zich laten opnemen in een kliniek, een once in a lifetime experience met grote impact. Sindsdien is hij vrij van drugs. Als filantroop verricht hij nu missionaris werk. Enerzijds informeert hij verslaafden hoe zij van hun verslaving af kunnen komen. Anderzijds probeert hij het publiek een nieuwe kijk te geven op drugsverslaving en de problematiek daaromheen. Dariush ziet drugsverslaving als een ziekte. Als je ziek bent moet je hulp zoeken en je laten behandelen. Verslaafde mensen zijn niet crimineel. Zij horen niet te worden gestraft en achter tralies gezet, maar te worden geholpen.

Welke ziektes zijn typisch voor deze tijd? Kunnen we Dariush’ zienswijze volgen en de ziektes van nu benoemen zodat ze behandeld kunnen worden? Ik ga een poging wagen:

  1. Sociale media verslaving

Inmiddels zijn naast afkickcentra voor alcohol- en drugsverslaafden centra’s in opkomst voor sociale media verslaafden. Echt waar. We willen alles weten en zijn oh zo bang dat ons iets ontgaat. We willen ons laten zien en vooral: gezien worden.

Op sociale media verslaving rust een behoorlijk taboe. Wij durven dat niet zo makkelijk te benoemen laat staan ons daarvoor te laten behandelen. Maar het is in onze maatschappij een steeds groter wordend probleem.

  1. Contactverlies met onszelf, de ander en de samenleving

Dit werd zeer treffend en pijnlijk geformuleerd door de voorzitter van de Raad van Commissarissen van de ABN AMRO, de heer Rik van Slingelandt. Tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer gaf hij deze week zeer eerlijk toe dat het bestuur van de bank zich onvoldoende bewust was van het maatschappelijke sentiment rond de salarisverhoging van de RvB van de bank.

Dat bestuurders in ivoren torens leven kan leiden tot gevaarlijke situaties. We moeten echter stoppen onze bestuurders te demoniseren. Wat ze nodig hebben is een helpende hand: laten we hen bij wijze van therapie een training blikverruiming aanbieden en niet afserveren als rotte peren.

  1. Foutenfobie

We leven in een tijd waarin van ieder van ons niets minder dan buitengewone prestaties worden verwacht. Je moet sterk, sexy en knap zijn en vooral geen fouten maken. Ziek, zwak en misselijk zijn is niet cool. Je bent alleen interessant wanneer je met positieve berichten komt. Samen met de steeds groter wordende claimcultuur zie je de samenleving als geheel spastische trekjes gaan vertonen. Zo zie je op TV steeds vaker dat bestuurders hun fouten niet durven toe te geven uit angst direct te worden neergesabeld.

Je léért door fouten te maken, door veel te oefenen met vallen en opstaan. Wanneer je jezelf als individu en samenleving geen fouten permitteert, ontneem je jezelf de kans tot bloei en ontplooiing. Dan sta je als individu en samenleving stil. Willen we vooruitgaan, dan moeten we aanvaarden dat we fouten maken en bij fouten niet meteen het hoofd van de schuldige opeisen. We moeten van onze fouten leren en veel liefdevoller zijn naar onszelf en anderen wanneer fouten worden gemaakt. In Afrika waar genocide heeft plaatsgevonden, heeft men met succes als verzoening therapie ingezet. Wellicht iets voor ons?

  1. Geen vetzucht maar hebzucht

We kennen de verschillende vormen van obesitas en anorexia. Op deze aandoeningen rust steeds minder een taboe. Maar: er zijn nieuwe vormen van obesitas en anorexia die nog niet bespreekbaar zijn. Daarom zijn er nog onvoldoende behandelmogelijkheden beschikbaar. Ik heb het over hebzucht.

Wie lijden aan hebzucht? Mensen die boven proportioneel op een onverantwoorde manier met hun welvaart omgaan of juist diegenen die aan de onderkant dreigen te verdwijnen door armoede en gebrek aan perspectief. We kunnen deze mensen criminaliseren door te zeggen ‘dikke bult eigen schuld’ of ‘had je niet rijk of arm moeten zijn.’ Dikke pech? Of bieden wij hen een helpende hand?

  1. Selectief collectief geheugen

We kennen verschillende dimensies, zoals ruimte en tijd, waarin wij onze beelden vormen. Er lijkt een nieuw type dimensie te zijn ontstaan: ons collectief geheugen wist selectief bepaalde gebeurtenissen uit onze opslagkamer. Door onze geschiedenis in deze nieuwe dimensie te plaatsen, lijken we niets van het verleden te leren. In de volksmond zegt men: de geschiedenis herhaalt zich.

Kijk naar het recente verleden: het ABN AMRO debacle, de AHOLD affaire, de ondergang van Barings Bank, IceSafe Bank, de bouwfraude, en vul het lijstje maar aan. Iedere keer zeggen we mea culpa en beloven we beterschap door meer en beter toezicht. En vervolgens gaan we vrolijk op dezelfde weg door alsof er niets gebeurd is.

  1. Some body else disease – een nieuwe vorm van hallucinatie

Dit is een hardnekkige ziekte die veel slachtoffers eist. Ongeacht je beroep, opleiding en je sociale klasse, van Rotary Club tot aan het klaverjasgroepje in het dorpshuis: we lijden allemaal aan deze enge ziekte. Als dingen goed gaan heb IK het gedaan, mijn EGO. Alles wat fout is en fout gaat is de schuld van iemand anders.

Er lijkt werkelijk sprake van een pandemie op wereldniveau. Ik durf te zeggen dat dit de grootste bedreiging is van het menselijke bestaan op deze aarde. Hier gaat het echt om. Wanneer ik met één vinger naar een ander wijs, moet ik me realiseren dat ik met de drie andere vingers naar mijzelf wijs. De ander ben jezelf.

  1. Problemen met werkzaamheden met een repetitief karakter

Het is bekend dat zowel ons lichaam als ons brein door middel van herhaling steeds behendiger worden. Denk bijvoorbeeld aan strafschoppen nemen, een voordracht houden of vioolspelen. Door deze nieuwe aandoening lijken we echter juist steeds minder goed in staat gelijke situaties te herkennen en die ook gelijk te behandelen. Dat terwijl we denken in principe uit te gaan van het gelijkheidsbeginsel, ‘gelijke monniken, gelijk kappen’.

Ter verduidelijking geef ik een paar voorbeelden:

  • Dezelfde uitspraken kunnen door ons totaal verschillend worden geïnterpreteerd. Zoals bijvoorbeeld een uitspraak van Jean-Marie Le Pen en Mahmoud Ahmadinejad (voormalig president van Iran). Beide heren beweren dat de Holocaust slechts een detail in onze geschiedenis is. Bij deze uitspraak van de één worden we angstig en boos, bij deze uitspraak van de ander halen we meewarig onze schouders op.
  • We kunnen steeds moeilijker onze vrienden en vijanden onderscheiden. Was Saddam Hussein onze vriend of onze vijand? In 1983 schudde Donald Rumsfeld, speciaal gezant van de Verenigde Staten, hem vriendschappelijk de hand tijdens de gezamenlijke campagne tegen Iran. In 2006 knoopten ze hem op.
  • Zien we religie als een weg om mensen in vrede naast elkaar te laten samenleven of juist als bron van ellende? Wanneer we zelf ons geloof belijden, ervaren we dat als vermaning tot naastenliefde en ‘goed gedrag’. Als een ander zijn geloof serieus neemt, zien we dat als een ernstige bedreiging.
  • IMF en de Wereldbank moeten van tijd tot tijd hulp verlenen aan landen die met faillissement worden bedreigd. Het eerste wat deze organisaties doen is het bevriezen van de hoeveelheid geld die op die markt is: zij staan de betreffende nationale banken niet toe om extra geld in omloop te brengen. Maar wanneer we zelf in een dergelijke situatie komen geldt dit verbod niet.

U zult begrijpen dat de lijst van nieuwe ziektes zeer omvangrijk is. Het ligt niet in mijn bedoeling hier een volledige lijst te presenteren. En ik kan me goed voorstellen dat u moet lachen wanneer u dit artikel leest, en mij voor gek verklaart. Ik word wel vaker voor gek versleten vanwege mijn gekke ideeën. Ook een ziekte waarvan ik me zeer bewust ben. Maar maak u vooral geen zorgen over mijn geestelijke toestand. Ik ben ondernemer: ik onderneem met nieuwe ideeën. Ik kan me voorstellen dat u door het lezen van dit artikel op het idee komt een nieuwe (private) kliniek te starten, gespecialiseerd in één van de nieuwe ziekten. Als u daarover wilt brainstormen: u bent van harte welkom, mijn tarief is voor elke portemonnee betaalbaar.

 

Shahram Bahraini, 16 april 2015